Knus

We maakten er een luie zondagochtend van. Wat achteraf niet heel slim was, want toen we eindelijk wél naar buiten wilden, goot het! Nou, dan nog maar een kop koffie en de weekendkrant. Morgen ga ik beginnen aan de tweede serie oefeningen van Vitaal Oud Worden, een oefenprogramma dat elke vier weken zwaarder of intensiever wordt. Met die wetenschap lummel ik de zondag door. Vanavond komt een vriendin hier eten. ‘Als jij nou daar gaat zitten en wij hier, dan hebben we toch de gepaste afstand’. Zo gaat dat tegenwoordig. We hebben de eettafel er speciaal voor verlengd. De pompoensoep is klaar, de spinazie-zalmtaart ook. De salade maak ik op het laatste moment en het nagerecht hoeft alleen nog maar geassembleerd te worden. Ik denk dat ik de kaarsjes nu al aansteek.

Eén voor twee

Crema Chantilly heet het nagerecht dat we na de pranzo gebruikten bij een van ons favoriete restaurants in Gubbio. Uno per due bestellen we dan en daarvan kijkt men hier totaal niet op. We deelden dit verrukkelijke dessert dat voornamelijk uit slagroom, suiker en vanille bestaat.

Afgezien van ons driedaagse reisje door Toscane, hebben we hier een gewone zesdaagse werkweek. Gistermiddag legden we drie aardbeienheuveltjes aan en plantten we nog wat vaste planten langs de randen van de ‘rozentuin’. Vanwege de verwachte regen werd een groot deel van het tuinmeubilair al opgeruimd en het erf werd zoveel mogelijk winterklaar gemaakt. Voor de derde week op rij regent het op zondag. Het mag een wonder heten dat we droog wegkwamen in Gubbio. Zondag staat voor ons dus in het teken van eten en drinken en uitrusten. Precies waar deze dag voor bedoeld is.

Zondagse visite

Vandaag waren mijn nicht en haar man hier op bezoek. Net als wij wonen ze periodes in Italië en in hun geval ook in Zwitserland. Vrijwel elk jaar lukt het ons een afspraak met elkaar te maken (en ik schrijf er ook telkens een blog over). Zo’n dag met anderen om ons heen is een aangename afwisseling in ons tweezaam leven hier. De familieband is voelbaar, de interesses zijn gelijk en de gesprekken goed. Natuurlijk maakte ik een uitgebreide zondagse pranzo. Mijn nicht nam heerlijke zelf gebakken broodjes mee die onder meer gemaakt waren met druivenmost, een specialiteit uit Le Marche. Ze gaf ons zelfgemaakte lavendeltinctuur en als klap op de vuurpijl bloemen uit eigen tuin. En een bos bloemen die krijg ik hier zelden. Heel blij mee dus en ik kon haar alleen maar een elleboogje geven als bedankje.

Luie zondagmiddag

Vanmorgen deden we nog wat kleine klusjes nadat we tot half acht uitgeslapen hadden. Dit is voor mij een wonderlijke constatering want ’s winters draai ik me om die tijd nog een keer om. Enfin, na de klusjes en het wekelijkse telefoontje naar mijn moeder, gingen we naar Gubbio om te lunchen. Een beetje klimmend lopen we de warme stad in, passeren hier en daar een mooie doorkijk en worden als oude bekenden begroet bij het restaurant van onze keuze. Na afloop trakteert de wijnboer zich op het onvermijdelijke ijsje en langzaam slenteren we weer door de zelfde straat terug naar de geparkeerde auto. De rest van de dag brengen we luierend door. Het is onze favoriete invulling van een zomerse zondag.

Inventarisatieronde

Aan het eind van een min of meer luie zondag, maken we samen plannen voor de komende week. Welke klussen moeten er, afgezien van onkruid uit het grind weghalen, nog meer gebeuren? Zullen we ons storten op het aardbeienveld dat beter een klaverweide genoemd kan worden?

Of pakken we de uitgebloeide hertshooi aan en nemen meteen de druiven erboven eens te grazen? Het grasveld moet gemaaid, er is werk aan de winkel in de wijngaard en kunnen we al kersen plukken? Drie uitgeschoten bremstruiken vragen om een snoeischaar. De afvalmanden staan te wachten op nieuwe inhoud, de compostbakken kunnen worden aangevuld. We zijn weer helemaal gereed voor een nieuwe werkweek; er is genoeg te doen.

Kom gerust naar Umbria

Hoe de situatie hier is in Italië, vragen jullie je af? Wat Corona betreft, dat hier consequent Covid 19 genoemd wordt, goed. Wat Umbria betreft zelfs uitstekend. In deze dun bevolkte streek zijn geen doden te betreuren. We gingen vanmorgen even bij de buren langs die maanden lang in thuisquarantaine hebben moeten doorbrengen. Aanstaande zondag openen zij voor het eerst de deuren van hun restaurant en pas eind juli ontvangen zij de eerste vakantievierders. Het zijn economisch gezien dramatische tijden ook voor hen. Toch zijn ze lakoniek, ze hebben deze periode goed gebruikt door de gastenaccomodatie op te knappen. Ik ken meerdere mensen in de toeristenindustrie in Umbria en Le Marche. Zij verwelkomen héél graag Nederlandse gasten. Ieder die twijfelt om te gaan, zou ik aan willen sporen. In winkels is het mondkapje verplicht en de afstandregels zoals in Nederland zijn ook van kracht. Maar verder? Het is hier fantastisch. Ziet onze eerste echte Italiaanse pranzo er niet verrukkelijk uit?

Terug naar de vijftiger jaren

Overal zie je mensen op bankjes zitten. Dat zal zeker komen omdat restaurants en terrassen nog gesloten zijn. Het geeft de stad iets gemoedelijks, iets dorps ook. Ik moet bekennen dat ik van de rust ben gaan houden. Het jachtige is uit het leven, mensen groeten elkaar weer. Begrijp me niet verkeerd, Corona is een regelrechte ramp. Maar aandacht voor elkaar, blij zijn met eenvoudige dingen en het bewustzijn dat we met z’n allen de wereld aan het uitputten zijn, is de positieve keerzijde. Zoals ik me met nostalgie de autovrije zondagen nog herinner met rolschaatsende kinderen op de rijweg, zo zal ik op deze periode terug kijken met het gevoel even terug te zijn geweest in de jaren van mijn jeugd.

Wie zit hier?

Onze vogelgids ligt in Italië en internet bood geen soelaas. Maar we stonden er wel ademloos naar te kijken gisteren. De stoep eronder ziet er zo uit.

Dus dachten we eerst aan een reiger. Maar nee, dat is het zeker niet. Alle hoop is nu gevestigd op de vogelkenners onder de lezers. We schatten dat ie minstens veertig centimeter groot is, de snavel is geel en hij zat behoorlijk hoog in de boom. Maar wel gewoon in de stad, langs het kanaal. Kijk wie ons gezelschap kwam houden. Ik voelde hem langs mijn benen strijken toen ik aan het fotograferen was.

Het was een lente-achtige zondagochtend, negen uur, honderd meter van onze voordeur en we hadden al twee alleraardigste buren ontmoet.

Hoog water in de polder

Ach, het blijft mooi al zijn de kleuren niet uitbundig. De wind speelt nog steeds de hoofdrol. Felle en plotselinge buien horen erbij. Vooral op zondag zo lijkt het.

Van Corona-angst of paniek is in onze omgeving niets te merken. Ook niet nu er een Delftse studente besmet blijkt. Zij is en blijft gewoon thuis. Mensen in haar omgeving zijn opgespoord door de GGD. Daar horen wij niet bij. Afgezien van iets strakkere hygiëne regels wat handen wassen betreft, verandert er niets voor ons. En hamsteren doen we uit principe niet. Uitwaaien wel.

Droomhuis

De zondagochtendwandeling maakten we vandaag in Ede. Ede? Ja Ede, want twee leden van ons clubje verhuisden er jaren geleden naar toe. Gelukkig blijft ons contact gegarandeerd want ze zijn ook familie. De wandeling voerde ons over oude kazerneterreinen die inmiddels een woonbestemming hebben.

Tussen de legerbehuizing in, is ook plaats voor nieuwbouw. Mooi dat veel oude bomen gespaard zijn, waardoor zo’n project direct al smoel krijgt.

Hier en daar staan nog opknappers.

Ook de gebouwen die hieronder staan moeten nog gerenoveerd worden. We liepen te kwijlen toen we de mooie details zagen en de ruimtelijkheid van het gebied.

Er is zelfs een klein legermuseum, geheel compleet met wachthuisje. Na de wandeling werden we onthaald op een heerlijk buffet, goede wijn en een hoop gezelligheid waarvoor we onze dankbaarheid aan gastheer -en vrouw niet vaak genoeg kunnen herhalen.