Alweer in een hotel

Het bed was een beetje te zacht maar verder was echt alles perfect aan onze overnachtingsplek even voorbij Milaan. Het hotel Sesmones refereert aan het feit dat hier ooit zes monniken woonden. De fundamenten zouden al uit de twaalfde eeuw stammen. Vrij recent is hier grondig gerenoveerd en dit hotel kan wel eens een blijverdje worden waar we ons op gaan verheugen na de tamelijk saaie en lange reis van meer dan elfhonderd kilometer.

Op ons verzoek werd er een tafel buiten in gereedheid gebracht en tja, het eten was ook al voortreffelijk. Na het ontbijt vanmorgen vervolgden we onze weg. Omdat we al voorbij Milaan waren, hadden we geen last van een ochtendspits. Rond half twee waren we in Gubbio, deden er voor minstens vijf dagen boodschappen en karden tenslotte onze berg op. Daarover morgen meer.

Even wat minder prikkels

Na de drukte van de Delftse binnenstad had ik wel behoefte aan wat kalms. Op de Paardenmarkt werd de kermis weer afgebroken, wat de nodige herrie gaf. Op de een of andere manier was ik te ongedurig om een uurtje op het balkon te gaan zitten en dus ging ik fietsen. Alleen, want de wijnboer had van alles te doen. Ik realiseerde me dat ik nooit in mijn uppie zomaar ga fietsen. Ja, wel om boodschappen te doen, naar de tandarts te gaan of andere leuke bestemmingen. Maar ter ontspanning de natuur in doen we meestal samen. Gistermiddag peddelde ik op mijn gemak door de Delftse Hout, wat een rust. Wat een kalmte. Wat een schoonheid. Precies wat ik nodig had.

Van onder mijn doorkijkplu

Voor een paar boodschappen ging ik welgemoed op stap. Plu mee en worstelend met tas, camera en regen toch de oliebollenkraam op de foto gezet. Er stonden drie mannen een paar bepoederde oliebollen naar binnen te werken. Ik kon vanaf de overkant zien dat ze ervan genoten. Verder was het stil op straat, wat moet een mens ook in die miezer. Via Pluympot liep ik terug naar huis. Ja, echt, zo heet deze autoloze straat.

Een ‘plumassier’ of vederman zorgde in de middeleeuwen voor de veren op de hoeden. De Delftse plumassier woonde op de hoek van de straat bij het Rietveld. Hij had waarschijnlijk een uithangteken of gevelsteen boven zijn huis waarop een vaas of pot met veren te zien was, een pluympot dus. En dus was het net zo makkelijk om gelijk de gehele straat Pluympot te noemen. Weten we dat ook weer.

bron: Delft in de buurt

Saaaaai

Van dat echte novemberweer. Grijs en kil. Een dag zonder afspraken maar genoeg te doen. We koersen af 5 december en ik heb nog een surprise te maken, het idee daarover vormt zich langzaam. Ik raak geïnspireerd door een woontijdschrift, verander het een en ander in de woonkamer maar ben er niet tevreden over en draai de heleboel weer terug. Ik maak een afspraak voor de tandarts. Van een restje broccoli maak ik soep. Het huis ruikt ernaar en dat is geen lekkere geur. Als ik de boodschappen heb afgerekend bij de supermarkt kom ik tot de ontdekking dat ik één ding vergeten ben en moet dus terug de winkel in. Er werd vorige week een pracht boeket bij ons bezorgd. Iemand in mijn omgeving blijkt gelukkig toch geen Corona te hebben, ik app een jarige vriendin en maak een afspraak met andere vrienden voor een etentje hier thuis. Zo bezien is deze dag heus zo saai nog niet.

Klimmen en dalen

Om in het hoger gelegen centrum van Gubbio te komen, kan je een lift gebruiken. Maar wij namen de trappen om uiteindelijk uit te komen op het beeldschone Piazza Grande. Zus en zwager moéten gewoonweg meer dan alleen onze berg zien en ook van Gubbio kunnen genieten. En dat deden we gevieren. Daar hoort bij dat je in delicatessenwinkels wat truffelsaus koopt, dat je je helemaal scheel fotografeert, de adembenemende schoonheid van de stad op je in laat werken en je tenslotte op een terras een cappuccino bestelt.

Op de terugweg naar huis liet mijn zus zich onderaan de berg uit de auto zetten en stapte de vier kilometer omhoog in een uur tijd. De wijnboer klom twee kilometer later uit de auto die ik naar boven reed, Daar hielp zwager mij met het uitladen van de boodschappen, waarna hij mijn zus lopend op ging halen. Stelletje sportievelingen. Ik red dat helaas niet meer en al helemáál niet op hellend terrein.

Elke dinsdag

Terwijl de dames kijken of er nog wat van hun gading hangt op de markt, gaat het bij de heren toch vooral om het sociale element. Die staan lekker in de schaduw met elkaar de politiek te bespreken.

Ook wij doen sociaal door bij Fausto en Donatella koffie te drinken. Een deel van de markt wordt gehouden op het grote centrale parkeerterrein, een ander deel rondom dit aangrenzende plein. De wijnboer liep vervolgens om kaas te kopen naar wéér een ander deel waar sinds Covid de voedselkramen staan. Ik vermaakte me intussen bij een keukenspullenkraam waar ik een kookspatel kocht. Je kan het maar nodig hebben, nietwaar.

Met aanvullende boodschappen bij ijzerwarenwinkel en supermarkt zijn we voor een paar dagen voorzien van allerlei noodzakelijks. We springen in oude broeken en shirts en gaan weer heerlijk op het erf spelen.

Heden

Alsof we niet weg geweest zijn. Gisteravond om negen uur waren we weer thuis in Caldese, het was al donker toen we aankwamen dus de buitenboel kon niet geïnspecteerd worden, dat deden we vanmorgen. En het viel zeker niet tegen al zijn de snoeischaar en de bezem wel direct weer ter hand genomen. We maken er een rustige opstartdag met het doen van boodschappen en de pranzo in Gubbio. We kwamen terecht bij Fabiani waar we vanwege een slechte ervaring al zeker tien jaar niet meer waren geweest. Nieuwe kok, aardige bediening, heerlijke maaltijd. Zowel binnen als buiten ziet het er prettig Italiaans uit. Morgen gaan we maar weer eens op ons gemak bezig op het Caldeser erf.

Het winkelen ontwend

Heerlijk vond ik het vroeger om met mijn moeder, dochter, zus of vriendin te gaan winkelen. Beetje rondkijken. Vaak ook met een boodschappenlijstje gevuld met nuttige dingen die je dan in één ronde aanschafte. Inmiddels ga ik niet meer voor mijn lol winkel in en uit. Zal de leeftijd wel zijn.

Vanmorgen had ik een gevarieerd boodschappenlijstje bij me. Een stel sokken voor de wijnboer, wat hemdjes voor mijn moeder, een tas die bij schoenmaker hersteld moet worden en nog wat cadeautjes stonden op het lijstje. Ik klauterde bijtijds op de fiets, slaagde overal goed en had om half elf de buit binnen. Ik ben het ontwend, dat winkelen. En ik ga het zeker niet ineens heel leuk vinden. Maar voor de lokale middenstand is dit toch een stuk beter dan het laten bezorgen van postpakketten wat we gedurende de lockdown nog wel eens deden.

Routinematig

Onze zaterdagse routine in Delft is dat we naar de Choorstraat lopen om daar de boodschappen te doen. De veertien dagen die wij weg waren heeft AH gebruikt om zijn winkel eens grondig te verbouwen. Heel mooi en ruim geworden maar we moesten behoorlijk zoeken en konden bepaald niet routineus ons gebruikelijke parcours afleggen. Dan is het tijd voor een heerlijke kop koffie bij de leukste en lekkerste koffiezaak van Delft, neef Rob genaamd. We kochten een krant want het abonnement is tijdelijk stop gezet en we koersten weer op huis aan. Maar eerst even kijken hoe het met de familie Meerkoet gaat. Er wordt kennelijk nog steeds gebroed, vader en de eerste lichting kinders hebben we helaas niet gezien. Wél liet de zon zich langzamerhand meer zien, de rest van de dag brengen we daarom maar door op het minibalkonnetje. In tegenstelling tot het Italiaanse erf is er geen onderhoud te verrichten, dus het zit reuze rustig.

Ons zolderappartement

Misschien is het wel leuk als ik ook nog even laat zien hoe ons appartementje in Gorinchem er uit zag. Op de derde etage, 54 treden hoog, zonder lift. Goed voor de conditie. Het was van vele gemakken voorzien en sfeervol bovendien. Er zat een prima keuken in en we hadden onze boodschappenkrat gewoon in zijn geheel meegenomen. De wijnboer alias de belastingman klapte ’s avonds de laptop open en hield dan kantoor aan de grote eettafel.

Zo hadden we een paar dagen een uitvalsbasis die direct als thuis aanvoelde. Heel wat leuker dan in een onpersoonlijke hotelkamer, vinden we. De eigenares had verse bloemen neergezet en de inrichting bevatte heel wat voorwerpen die ze van verre reizen had meegenomen. Op zestig kilometer van ons huis waren we toch even in een andere wereld.