Parijs

Grote kans dat Parijs ook de lievelingsstad van onze jongste kleindochters wordt. Drie dagen (twee nachtjes) waren ze er met hun ouders. En hoe kan je nou beter laten zien dat je in de lichtstad was door even te poseren voor de Eiffeltoren? De treinkaartjes voor de Thalys waren al in een vroeg stadium gekocht, waardoor de reis niet hevig duur was. Natuurlijk hebben ze in de stad ook gebruik gemaakt van de Metro, maar als je in drie dagen 38 km loopt, dan is dat wel een bewijs dat het meeste te voet is afgelegd.

Het was een heerlijk avontuur en Isabel, die samen met haar moeder even langskwam vandaag, vertelde mij er enthousiast over aan de hand van foto’s. ‘Maar uiteindelijk ben ik toch niet echt een stadsmens’, vertrouwde ze me toe. ‘Ik voel me prettiger in de natuur’. Dat vond ik wel een wijze constatering van een elfjarige. Ben benieuwd of dat bij haar zo blijft. Zelf zweer ik bij de balans tussen stad en land maar tot die ontdekking kwam ik pas twintig jaar geleden.

Thematisch wandelen

We lopen ons gebouw uit en maken een praatje met een buurvrouw. Twintig meter verder spreken we een andere buuf die net haar groene tuinafval wegbrengt. Het is echt zo’n zomerse avond waarop iedereen nog even buiten wil zijn en wij dus ook. Ik zet een rode fiets op de kiek. Gewoon omdat ie zo lekker in de heg is neergezet.

Even later zie ik deze prachtige rode Vespa staan en mijn thema heeft zich aangediend: dat van de gekleurde tweewielers. Want kijk er dient zich nog een geel en roze exemplaar aan.

Het bevalt me zeer, de ontmoetingen en de stadse beelden bij invallende schemering. Maar er zit ook symboliek in deze serie. De fietsen wijzen alle drie dezelfde kant op, de Italiaanse scooter kijkt eigenwijs naar een andere richting. Nog drie nachtjes slapen dan bekijk ik de wereld ook weer vanuit een andere hoek.

Dan maar naar de kerk

In juli en augustus is het tuincentrum niet op zondagochtend geopend. Maar dat wisten we pas toen we voor een gesloten hek stonden. De wijnboer had er graag een nieuwe tijdklok voor het besproeiingssysteem gekocht om dat vanmiddag te kunnen installeren. We waren daardoor vroeger in Gubbio dan we aanvankelijk dachten. Dan maar even de kerk in, het is tenslotte zondag nietwaar? Kijk hoe netjes hier de zitplaatsen zijn gemarkeerd. In plaats van rood-witte kruisen knoopte men witte strikjes aan de kerkbanken. Drie personen per bank is geoorloofd.

Vanuit de kerk kijk je zo dit plein op, waar we bij de tratoria een tafeltje voor twee hadden gereserveerd. Het is vandaag licht bewolkt met een temperatuur van ongeveer dertig graden, dat voelt wat drukkend aan. Een beetje loom van de maaltijd en het weer verlieten we de stad en keerden terug naar onze berg waar we pas aan het eind van de middag weer wat actiever worden.

Onze eigen galerie

Dit soort weer noem ik ook wel museumweer. Nog even en we mogen en kunnen weer. Ik heb al een lijstje van tentoonstellingen die ik graag wil zien al kan ik dat nu even niet terug vinden. Ha, ha, dat krijg je er van als je van lijstjes aan elkaar hangt. Een stad bezoeken, op een terras kunnen lunchen en dan ook een museumpje pakken, ik verlang er inmiddels hevig naar. Gelukkig hangen er in de centrale hal nog twee kunstwerken waar ik dagelijks een blik op kan slaan en die ik hier nog niet heb laten zien. Vooral het Rococo trio spreekt me wel aan.

En ik ging zo tevreden van huis

Er moest iets opgehaald worden in het Haagse Statenkwartier. Dan kunnen we aansluitend wel even in de Scheveningse Bosjes gaan wandelen, was het idee. Ik begon al op het Statenplein een eerste foto te maken. Toen één in de bosjes.

Door de bomen heen zag ik links de villa’s aan het Van Stolkpark. Zien jullie ze ook? Misschien is het toch wel leuker en afwisselender daar te gaan lopen dan al weer in een groenstrook in de stad.

Dus vergaapten we ons aan dit soort huizen. Met mooie veranda’s, grote tuinen en veel alarminstallaties. Mijn ouders riepen vroeger dan steevast ‘…en ik ging zo tevreden van huis’. Als grap, hè. ‘Je mag trouwens wel inwonend personeel hebben om de boel binnenshuis een beetje knap te houden als je zo wilt wonen’, zeiden we tegen elkaar. En heus, op het zelfde moment zagen we een Aziatische mevrouw met een poetslap de balkonrand schoonmaken. Wij keerden in elk geval weer zéér tevreden naar huis, waar de wijnboer zo lief was even de woonkamer te stofzuigen.

Groene longen

We hebben voor de verandering maar eens een andere plek in Delft bewandeld. Dit is het Wilhelminapark waar we, heel oude mensig, op een bankje zaten en luisterden naar de vogels. Halsbandparkieten voerden de boventoon en in de verte hoorden we de specht. Ik ben eigenlijk altijd zeer gecharmeerd van stadsparken en zoek ze graag op. Als ze dan ook nog mooi onderhouden worden, is het een feestje om er een uurtje in te vertoeven.

Vlak bij de ingang van dit parkje staat De oude en de nieuwe stad uit 1959 van Paul Grégoire. Hij verbeelde de stad in deze twee vrouwen. Hun koppen hebben wel wat de lijden gehad in de loop der tijd. Maar ja, wiens kop niet?

Adembenemend

Op onze scheurkalender stond het Italiaanse woord ‘mozzafiato’. Dat betekent adembenemend mooi. Een nieuw woord voor mij, dus spreek ik het een paar maal zo Italiaans mogelijk hardop uit in de hoop dat het beklijft. Als even later de ondergaande zon dwars door de kamer schijnt, grijp ik de camera die binnen handbereik ligt en denk ‘mooi’. Niet adembenemend maar wél mooi.

Op een ander kalenderblad las ik over de traditie om in de Noord Italiaanse stad Ivrea elkaar tijdens carnaval met sinaasappels te bekogelen, er gaat dan wel 250.000 kilo doorheen. En dan denk ik ‘zijn ze nou helemaal gek geworden’ want met eten hoor je niet te gooien en al helemaal niet te verspillen. Weer pakte ik de camera en laat zien hoe de sinaasappels bij ons liggen te wachten op consumptie. Hier geen ‘rifiuto’ een woord dat ik wel ken als organisch afval maar dat ook verspilling blijkt te betekenen.

Knotwilgen, slootjes en een boeket

Weinig tot geen stadsfoto’s de laatste tijd. We wonen in een zeer donkerrood gebied waar het Corona betreft en dus vermijden we de drukte. Geregeld wandelen we door de Delftse Hout waar we dichtbij wonen, het is groot genoeg om niet saai te zijn maar wel lekker overzichtelijk voor mijn niet al te grote actieradius. Ik hoopte er mooi afgevallen takken tegen te komen om een artistiek boeket te maken maar dat viel tegen. Gisteren in de tuin bij zus en zwager had ik meer geluk. Hebben jullie nog wat snoei-afval, was mijn vraag. Dat was er- een kruiwagen vol- maar mijn leuke zwager was ook niet te beroerd om met de snoeischaar nog wat duindoorn voor me af te knippen. Ik denk dat ik morgen maar eens laat zien wat het heeft opgeleverd.

Jolig strandleven

Onze ‘vrije’ dag besteedden we gisteren aan de kust. We prijzen ons gelukkig dat we kunnen afwisselen met stad, berg en kust als we eens wat anders willen dan ons eigen erf. Het favoriete restaurant in Senigallia was volgeboekt maar natuurlijk vonden we een andere strandtent om vis te eten. Ah mensen, wat zitten we dan te genieten van de sfeer, het eten en de mensen om ons heen. Geen camera mee, gewoon een ontspannen dag waarop niets moet.

Op de terugweg reden we onze eigen toeristische route, door het glooiende landschap van Le Marche met zonnebloemen en graanvelden. Een waar cadeautje voor het oog. En toen we onze berg weer opreden waren de varens die ik gisteren liet zien en die er ’s morgens schoongespoeld uitzagen, opnieuw bedekt met een klein laagje stof. Jammer dan.

Het laatste plein

Bij het verlaten van Perugia zijn we nog even op dit plein gaan zitten. De wijnboer met zijn onafscheidelijke ijsje en ik met mijn camera. Links is het provinciehuis dat in de jaren na de oprichting in 1860, is gebouwd. Umbria is opgedeeld in zes districten en telt 176 gemeenten. Gubbio, de stad waar wij wonen, valt onder het district Perugia.

Vlak voor we de stad via de roltrappen naar beneden weer uitgaan, zijn er nog een paar fraaie doorkijkjes te zien. Zo Italiaans als het maar kan, als je het mij vraagt.