Onze eigen galerie

Dit soort weer noem ik ook wel museumweer. Nog even en we mogen en kunnen weer. Ik heb al een lijstje van tentoonstellingen die ik graag wil zien al kan ik dat nu even niet terug vinden. Ha, ha, dat krijg je er van als je van lijstjes aan elkaar hangt. Een stad bezoeken, op een terras kunnen lunchen en dan ook een museumpje pakken, ik verlang er inmiddels hevig naar. Gelukkig hangen er in de centrale hal nog twee kunstwerken waar ik dagelijks een blik op kan slaan en die ik hier nog niet heb laten zien. Vooral het Rococo trio spreekt me wel aan.

En ik ging zo tevreden van huis

Er moest iets opgehaald worden in het Haagse Statenkwartier. Dan kunnen we aansluitend wel even in de Scheveningse Bosjes gaan wandelen, was het idee. Ik begon al op het Statenplein een eerste foto te maken. Toen één in de bosjes.

Door de bomen heen zag ik links de villa’s aan het Van Stolkpark. Zien jullie ze ook? Misschien is het toch wel leuker en afwisselender daar te gaan lopen dan al weer in een groenstrook in de stad.

Dus vergaapten we ons aan dit soort huizen. Met mooie veranda’s, grote tuinen en veel alarminstallaties. Mijn ouders riepen vroeger dan steevast ‘…en ik ging zo tevreden van huis’. Als grap, hè. ‘Je mag trouwens wel inwonend personeel hebben om de boel binnenshuis een beetje knap te houden als je zo wilt wonen’, zeiden we tegen elkaar. En heus, op het zelfde moment zagen we een Aziatische mevrouw met een poetslap de balkonrand schoonmaken. Wij keerden in elk geval weer zéér tevreden naar huis, waar de wijnboer zo lief was even de woonkamer te stofzuigen.

Groene longen

We hebben voor de verandering maar eens een andere plek in Delft bewandeld. Dit is het Wilhelminapark waar we, heel oude mensig, op een bankje zaten en luisterden naar de vogels. Halsbandparkieten voerden de boventoon en in de verte hoorden we de specht. Ik ben eigenlijk altijd zeer gecharmeerd van stadsparken en zoek ze graag op. Als ze dan ook nog mooi onderhouden worden, is het een feestje om er een uurtje in te vertoeven.

Vlak bij de ingang van dit parkje staat De oude en de nieuwe stad uit 1959 van Paul Grégoire. Hij verbeelde de stad in deze twee vrouwen. Hun koppen hebben wel wat de lijden gehad in de loop der tijd. Maar ja, wiens kop niet?

Adembenemend

Op onze scheurkalender stond het Italiaanse woord ‘mozzafiato’. Dat betekent adembenemend mooi. Een nieuw woord voor mij, dus spreek ik het een paar maal zo Italiaans mogelijk hardop uit in de hoop dat het beklijft. Als even later de ondergaande zon dwars door de kamer schijnt, grijp ik de camera die binnen handbereik ligt en denk ‘mooi’. Niet adembenemend maar wél mooi.

Op een ander kalenderblad las ik over de traditie om in de Noord Italiaanse stad Ivrea elkaar tijdens carnaval met sinaasappels te bekogelen, er gaat dan wel 250.000 kilo doorheen. En dan denk ik ‘zijn ze nou helemaal gek geworden’ want met eten hoor je niet te gooien en al helemaal niet te verspillen. Weer pakte ik de camera en laat zien hoe de sinaasappels bij ons liggen te wachten op consumptie. Hier geen ‘rifiuto’ een woord dat ik wel ken als organisch afval maar dat ook verspilling blijkt te betekenen.

Knotwilgen, slootjes en een boeket

Weinig tot geen stadsfoto’s de laatste tijd. We wonen in een zeer donkerrood gebied waar het Corona betreft en dus vermijden we de drukte. Geregeld wandelen we door de Delftse Hout waar we dichtbij wonen, het is groot genoeg om niet saai te zijn maar wel lekker overzichtelijk voor mijn niet al te grote actieradius. Ik hoopte er mooi afgevallen takken tegen te komen om een artistiek boeket te maken maar dat viel tegen. Gisteren in de tuin bij zus en zwager had ik meer geluk. Hebben jullie nog wat snoei-afval, was mijn vraag. Dat was er- een kruiwagen vol- maar mijn leuke zwager was ook niet te beroerd om met de snoeischaar nog wat duindoorn voor me af te knippen. Ik denk dat ik morgen maar eens laat zien wat het heeft opgeleverd.

Jolig strandleven

Onze ‘vrije’ dag besteedden we gisteren aan de kust. We prijzen ons gelukkig dat we kunnen afwisselen met stad, berg en kust als we eens wat anders willen dan ons eigen erf. Het favoriete restaurant in Senigallia was volgeboekt maar natuurlijk vonden we een andere strandtent om vis te eten. Ah mensen, wat zitten we dan te genieten van de sfeer, het eten en de mensen om ons heen. Geen camera mee, gewoon een ontspannen dag waarop niets moet.

Op de terugweg reden we onze eigen toeristische route, door het glooiende landschap van Le Marche met zonnebloemen en graanvelden. Een waar cadeautje voor het oog. En toen we onze berg weer opreden waren de varens die ik gisteren liet zien en die er ’s morgens schoongespoeld uitzagen, opnieuw bedekt met een klein laagje stof. Jammer dan.

Het laatste plein

Bij het verlaten van Perugia zijn we nog even op dit plein gaan zitten. De wijnboer met zijn onafscheidelijke ijsje en ik met mijn camera. Links is het provinciehuis dat in de jaren na de oprichting in 1860, is gebouwd. Umbria is opgedeeld in zes districten en telt 176 gemeenten. Gubbio, de stad waar wij wonen, valt onder het district Perugia.

Vlak voor we de stad via de roltrappen naar beneden weer uitgaan, zijn er nog een paar fraaie doorkijkjes te zien. Zo Italiaans als het maar kan, als je het mij vraagt.

Delft legt de loper uit

Op vrijwel alle banken in de stad zijn stickers geplaatst waarop ons gewezen wordt de afstand van anderhalve meter in acht te nemen. Om te laten zien dat de winkel open is, heeft Delft de blauwe loper uitgelegd. Het staat sfeervol en uitnodigend. En tenslotte wordt in de smalle Choorstraat de looprichting niet met pijlen maar met deze tegelmotieven aangegeven. Zo zie je maar dat er veel aan gedaan wordt om onder de huidige omstandigheden de stad niet te laten verrommelen. Maar dan moet er geen lege chipszak onder de bank worden achtergelaten zoals op de eerste foto.

Terug naar de vijftiger jaren

Overal zie je mensen op bankjes zitten. Dat zal zeker komen omdat restaurants en terrassen nog gesloten zijn. Het geeft de stad iets gemoedelijks, iets dorps ook. Ik moet bekennen dat ik van de rust ben gaan houden. Het jachtige is uit het leven, mensen groeten elkaar weer. Begrijp me niet verkeerd, Corona is een regelrechte ramp. Maar aandacht voor elkaar, blij zijn met eenvoudige dingen en het bewustzijn dat we met z’n allen de wereld aan het uitputten zijn, is de positieve keerzijde. Zoals ik me met nostalgie de autovrije zondagen nog herinner met rolschaatsende kinderen op de rijweg, zo zal ik op deze periode terug kijken met het gevoel even terug te zijn geweest in de jaren van mijn jeugd.

Paarse weelde

De laatste rododendrons in het parkje achter het Doelenplein staan in bloei. Op 25 maart fotografeerde ik ze ook. En als je hier klikt, zie je hoe kaal de bomen toen waren. De steeds veranderende natuur blijft me plezieren. Vooral nu we er met ons neus bovenop staan omdat we niet door andere zaken afgeleid worden, verbaast de schoonheid en de kracht me dagelijks. Temeer daar je altijd denkt dat je de natuur vooral ondergaat búiten de stad. Ik hou zelfs een aantekenboekje bij van wat er in onze omgeving te zien is. Een soort Corona-natuurdagboek. Ik laat het nog wel eens zien hier.