Contrasten

Mooi hè, dit pand aan de Brabantse Turfmarkt? Op deze plaats werd in de 15e eeuw turf uit Brabant de stad binnen gevaren. De huizen zijn er minder oud maar dit markante pand met zijn gele versieringen en geel-witte markiezen is wel een Gemeentelijk Monument.

Een paar deuren verder staan modernere appartementen die wat vorm betreft de oude stad wel eer aan doen. Zo vormen huizen een soort breiwerk waarin de tijd zichtbaar is. Op deze plek vind ik dat wel mooi gelukt. En het blijft fijn dat er veel grachten zijn gebleven, kan je ook nog eens een aardige rondvaart maken.

Stoepplantjes

Gisteren kwam in het TV programma Binnenste Buiten het onderwerp stoepplantjes voorbij. Ik heb er met genoegen naar gekeken en het zet mijn strijd om ons Italiaanse erf geordend te houden, weer eens in een nieuw perspectief. Maar dit terzijde. De Hortus in Leiden, waar vanuit dit tv onderwerp ook werd gepresenteerd, zegt het er het volgende over.

In een stad van alleen maar steen, zonder groen, wordt het in de zomer erg heet. Regenwater kan niet goed weglopen en insecten vinden er weinig te eten. Het is fijn als mensen tuinen maken maar de wilde plantjes, die vanzelf in de stad groeien, zijn minstens even belangrijk voor de afkoeling en de biodiversiteit. Jammer genoeg vinden de meeste mensen het erg slordig staan, al dat ‘onkruid’ dat zomaar vanzelf groeit. Soms staan die wilde plantjes in de weg, maar vaak niet. Dan is het fijn als ze blijven staan.
Als mensen meer van plantjes weten en ze beter bekijken gaan ze ze leuk vinden, denken de mensen van de Hortus. En dan mag er vast meer blijven groeien.

foto van het www
foto van het www

Stoepplantjes- gids Mathilde van de Hortus in Leiden benoemt de plantennamen met stift op de stoepen. Onbekend maakt onbemind, wijzigt hierdoor compleet, mag ik hopen. Google voor de grap eens op stoepplantjes en er gaat een wereld aan posters, minigidsen en andere informatie voor je open.

Kadootjes

Hoog wonen in een stad heeft als voordeel dat je goed de lucht kunt zien. Nou was dat de laatste dagen niet echt een feest, maar vanmorgen wél. Ik krijg er onmiddellijk meer energie van. Al bijtijds ging ik op pad om wat laatste Sinterklaaskadootjes te kopen, er blijft helaas één dingetje over waar ik niet voor geslaagd ben.

Vlakbij ons huis zag ik twee bootjes aangemeerd liggen. Zo tussen de bosschages door ziet dat er optimistisch uit. Toen ik eenmaal weer boven en binnen was, ontdekte ik nog een bootje. De natuur zag er inmiddels weer wat minder romantisch uit. Mooi weer om te kijken of ik via internet nog het beoogde kadootje kan scoren.

Parijs

Grote kans dat Parijs ook de lievelingsstad van onze jongste kleindochters wordt. Drie dagen (twee nachtjes) waren ze er met hun ouders. En hoe kan je nou beter laten zien dat je in de lichtstad was door even te poseren voor de Eiffeltoren? De treinkaartjes voor de Thalys waren al in een vroeg stadium gekocht, waardoor de reis niet hevig duur was. Natuurlijk hebben ze in de stad ook gebruik gemaakt van de Metro, maar als je in drie dagen 38 km loopt, dan is dat wel een bewijs dat het meeste te voet is afgelegd.

Het was een heerlijk avontuur en Isabel, die samen met haar moeder even langskwam vandaag, vertelde mij er enthousiast over aan de hand van foto’s. ‘Maar uiteindelijk ben ik toch niet echt een stadsmens’, vertrouwde ze me toe. ‘Ik voel me prettiger in de natuur’. Dat vond ik wel een wijze constatering van een elfjarige. Ben benieuwd of dat bij haar zo blijft. Zelf zweer ik bij de balans tussen stad en land maar tot die ontdekking kwam ik pas twintig jaar geleden.

Thematisch wandelen

We lopen ons gebouw uit en maken een praatje met een buurvrouw. Twintig meter verder spreken we een andere buuf die net haar groene tuinafval wegbrengt. Het is echt zo’n zomerse avond waarop iedereen nog even buiten wil zijn en wij dus ook. Ik zet een rode fiets op de kiek. Gewoon omdat ie zo lekker in de heg is neergezet.

Even later zie ik deze prachtige rode Vespa staan en mijn thema heeft zich aangediend: dat van de gekleurde tweewielers. Want kijk er dient zich nog een geel en roze exemplaar aan.

Het bevalt me zeer, de ontmoetingen en de stadse beelden bij invallende schemering. Maar er zit ook symboliek in deze serie. De fietsen wijzen alle drie dezelfde kant op, de Italiaanse scooter kijkt eigenwijs naar een andere richting. Nog drie nachtjes slapen dan bekijk ik de wereld ook weer vanuit een andere hoek.

Dan maar naar de kerk

In juli en augustus is het tuincentrum niet op zondagochtend geopend. Maar dat wisten we pas toen we voor een gesloten hek stonden. De wijnboer had er graag een nieuwe tijdklok voor het besproeiingssysteem gekocht om dat vanmiddag te kunnen installeren. We waren daardoor vroeger in Gubbio dan we aanvankelijk dachten. Dan maar even de kerk in, het is tenslotte zondag nietwaar? Kijk hoe netjes hier de zitplaatsen zijn gemarkeerd. In plaats van rood-witte kruisen knoopte men witte strikjes aan de kerkbanken. Drie personen per bank is geoorloofd.

Vanuit de kerk kijk je zo dit plein op, waar we bij de tratoria een tafeltje voor twee hadden gereserveerd. Het is vandaag licht bewolkt met een temperatuur van ongeveer dertig graden, dat voelt wat drukkend aan. Een beetje loom van de maaltijd en het weer verlieten we de stad en keerden terug naar onze berg waar we pas aan het eind van de middag weer wat actiever worden.

Onze eigen galerie

Dit soort weer noem ik ook wel museumweer. Nog even en we mogen en kunnen weer. Ik heb al een lijstje van tentoonstellingen die ik graag wil zien al kan ik dat nu even niet terug vinden. Ha, ha, dat krijg je er van als je van lijstjes aan elkaar hangt. Een stad bezoeken, op een terras kunnen lunchen en dan ook een museumpje pakken, ik verlang er inmiddels hevig naar. Gelukkig hangen er in de centrale hal nog twee kunstwerken waar ik dagelijks een blik op kan slaan en die ik hier nog niet heb laten zien. Vooral het Rococo trio spreekt me wel aan.

En ik ging zo tevreden van huis

Er moest iets opgehaald worden in het Haagse Statenkwartier. Dan kunnen we aansluitend wel even in de Scheveningse Bosjes gaan wandelen, was het idee. Ik begon al op het Statenplein een eerste foto te maken. Toen één in de bosjes.

Door de bomen heen zag ik links de villa’s aan het Van Stolkpark. Zien jullie ze ook? Misschien is het toch wel leuker en afwisselender daar te gaan lopen dan al weer in een groenstrook in de stad.

Dus vergaapten we ons aan dit soort huizen. Met mooie veranda’s, grote tuinen en veel alarminstallaties. Mijn ouders riepen vroeger dan steevast ‘…en ik ging zo tevreden van huis’. Als grap, hè. ‘Je mag trouwens wel inwonend personeel hebben om de boel binnenshuis een beetje knap te houden als je zo wilt wonen’, zeiden we tegen elkaar. En heus, op het zelfde moment zagen we een Aziatische mevrouw met een poetslap de balkonrand schoonmaken. Wij keerden in elk geval weer zéér tevreden naar huis, waar de wijnboer zo lief was even de woonkamer te stofzuigen.

Groene longen

We hebben voor de verandering maar eens een andere plek in Delft bewandeld. Dit is het Wilhelminapark waar we, heel oude mensig, op een bankje zaten en luisterden naar de vogels. Halsbandparkieten voerden de boventoon en in de verte hoorden we de specht. Ik ben eigenlijk altijd zeer gecharmeerd van stadsparken en zoek ze graag op. Als ze dan ook nog mooi onderhouden worden, is het een feestje om er een uurtje in te vertoeven.

Vlak bij de ingang van dit parkje staat De oude en de nieuwe stad uit 1959 van Paul Grégoire. Hij verbeelde de stad in deze twee vrouwen. Hun koppen hebben wel wat de lijden gehad in de loop der tijd. Maar ja, wiens kop niet?

Adembenemend

Op onze scheurkalender stond het Italiaanse woord ‘mozzafiato’. Dat betekent adembenemend mooi. Een nieuw woord voor mij, dus spreek ik het een paar maal zo Italiaans mogelijk hardop uit in de hoop dat het beklijft. Als even later de ondergaande zon dwars door de kamer schijnt, grijp ik de camera die binnen handbereik ligt en denk ‘mooi’. Niet adembenemend maar wél mooi.

Op een ander kalenderblad las ik over de traditie om in de Noord Italiaanse stad Ivrea elkaar tijdens carnaval met sinaasappels te bekogelen, er gaat dan wel 250.000 kilo doorheen. En dan denk ik ‘zijn ze nou helemaal gek geworden’ want met eten hoor je niet te gooien en al helemaal niet te verspillen. Weer pakte ik de camera en laat zien hoe de sinaasappels bij ons liggen te wachten op consumptie. Hier geen ‘rifiuto’ een woord dat ik wel ken als organisch afval maar dat ook verspilling blijkt te betekenen.