Hangend in de schaduw

Het is een flinterdun laagje water wat er in het kanaaltje van Gubbio staat. Gevolg van de regen nadat het de hele zomer kurkdroog was en men er zelfs een eindje verderop een terras in had gemaakt. Dát heb ik helaas niet met eigen ogen gezien maar is me verteld door een vriendin die hier tijdens onze afwezigheid verbleef. De reden waarom ik de foto maakte is de wapperende was. Een zondagse was nog wel. Mijn moeder vond dat vroeger niet kunnen, maandag was wasdag. Maar dat was nog vóór de wasmachines hun intrede deden. Nu wast men wanneer het goed uitkomt, alles in de trommel en draaien maar. Lekker buiten laten drogen en als dan de zondag ook letterlijk zon geeft, dan trek je je niets aan van zondagse passanten die op de stoep zitten te eten onder de wapperende was. Ik stoor me er niet aan, sterker nog ik verzamel wasfoto’s.

De laatste foto komt uit mijn verzameling en hoort tot mijn een van mijn favorieten. Mijn hulpje in 2012, kleindochter Isabel.

Het Universum was weer goed voor ons

Elke week is er wel een rommelochtendje waarop we verschillende dingen in de stad regelen. De wijnboer is bezig geweest met de installatie van een bank-app op zijn telefoon. Van onze Italiaanse bank, hè. En dat valt niet mee. Gelukkig heeft onze vriendin van de koffiebar de zelfde bank en dezelfde moeilijkheden bij de installatie. Ze hielp vervolgens bij het voeren van een gesprek met de helpdesk. Duurde minstens een kwartier maar het lijkt gelukt.

Hadden we vorig jaar al niet het plan een ventilator te kopen voor de studio? We stonden op punt de supermarkt in te gaan voor wat reguliere boodschappen. Misschien moeten we het Universum maar weer eens serieus aanroepen, riep ik na een eerdere positieve ervaring voor een tafelgrill (klik). Hij staat voor de deur van de studio, klaar om uitgepakt te worden en fijn voor gasten die in augustus hier komen.

In de vroege uurtjes zette de wijnboer de schuur in de zwarte teerverf. Een klus die al drie jaar eerder had moeten plaatsvinden en ook nog niet afgerond is. Maar kijk…zo bewaren we de wijnflessen die op hergebruik wachten. Dat worden er allengs meer. We kochten nog wat aardige solar lampjes voor in de achtertuin en twee rollen gaas om de wijngaard tegen zwijnen te beschermen. Zo blijven we lekker bezig maar we doen het calmo in deze warme zomer.

Super muziek, super ijs, super gezellig.

Aangezien de opa altijd in is voor een ijsje, werd daar mee begonnen toen we eenmaal in het centrum van Perugia waren. De hoofdstad van Umbrië heeft een totaal andere uitstraling dan Gubbio. Veel internationaler, zéker in deze periode van Umbria Jazz, een 14 daags zomerfestival.

Dus toen de ijsjes op waren, de kerk bezichtigd was en we genoeg mensen hadden bekeken, werd er opgezocht op welk podium er rond een uur of vijf een optreden was. In dit kleine stadspark trad een zesvrouws orkest op, The Shake ‘Em Up Jazz Band’ met muziek uit de twintiger jaren.

Het publiek zat heerlijk in de schaduw, de dames van de band in de snikhete zon. Maar wat een lekker sfeertje daar in Perugia. Tot slot en besluit aten we een pizza bij de Contessa, dat hoort er voor Lucas echt helemaal bij. Inmiddels zijn Lucas en vriendin weer vertrokken en kunnen we vast stellen dat we het super gezellig hadden met elkaar. Met de nadruk op super, want dat woord lag in hun mond bestorven.

Word ik nou uitgelachen?

Het liefst zou ik een weelderige bloementuin aanleggen met overal potten in groepjes bij elkaar. Maar omdat we hier niet echt lang aaneengesloten periodes verblijven, beperk ik me met het maken van sfeerhoekjes die weinig of geen onderhoud nodig hebben. Het vogelkooitje was van een inmiddels overleden vriendin en het is fijn dat ik op deze manier dagelijks aan haar herinnerd word.

In de keuken kwam ik, vanwege de bredere nieuwe koelkast, ruimte tekort voor dit tafeltje. Nu staat er munt en een overgehouden geranium, plus een potje waar nog wat bloemzaad in zit. Het vormt toch een aardig buiten stilleven. Met de takken onderop en het mandje met de oude webbing van de bank, wil ik nog iets artistieks doen. Of het er van komt, is nog de vraag.

En toen kwam ik, richting de schuur, een spontaan sfeerhoekje tegen. Door de wijnboer daar even neergezet omdat hij ruimte nodig had voor al weer een ander projectje. De linker fles in het midden lacht naar me. Zien jullie het ook?

Het leven is tekort

We waren vandaag uitgenodigd bij de opening van Vitae, een exclusieve koffie- en theezaak in Gubbio. De eigenaresse is de vriendin van onze (tuin)hulp. Haar missie is het om de Italianen te leren betere koffie te drinken en daarom importeert zij vanuit Colombia, waar koffiebonen een ander soort bewerking ondergaan dan de normale manier van het branden. Haar familie komt uit Colombia dus de import ligt voor de hand.

We kochten al eens eerder een pak heerlijke koffie bij haar en ook het bekertje dat ons vandaag ten deel viel, was zalig. ‘Het leven is te kort om middelmatige koffie te drinken’ staat er op haar shirt. Daar heeft ze wel een punt. En passant leerden we een nieuw woord ‘mediocri‘. Bij nadere beschouwing vind ik het wel een pluspunt dat we ‘middelmatig’ nog niet in onze vocabulaire hadden staan. We wensen haar natuurlijk heel veel succes met haar onderneming en gaven haar een klein Hollands geschenkje.

Vrolijkheid alom

Het is weer een dag vol gezelligheid waarbij het bloggen geen hoge prioriteit heeft. Om te beginnen ging ik op de koffie bij een vriendin die in een mooie buurt in Den Haag woont. Daar staan huizen waarop ik – als ik ruimer in mijn tijd zit – uitgebreid langs wil lopen en wil bewonderen. De vriendin is lid van de tuincommissie in het complex waar zij woont. Over de vergaderingen, de tegenstrijdige belangen en persoonlijkheden van de medebewoners kan ze heerlijk vertellen en ik heb me ook nog even heel kort rond laten leiden. Toen stond voor haar de volgende afspraak voor de deur en ook ik moest me haasten om op tijd thuis te zijn voor de volgende twee afspraken. Zo’n dag; met uitsluitend leuke afspraken en een zon die schijnt. Ik word er wel vrolijk van.

Zij wist het en wij wisten het ook

Wat zou het heerlijk zijn als de blauwe regen nog in bloei is, had ik menigmaal gedacht de laatste weken. En ja hoor, in volle pracht. Toch werd de vreugde daarover getemperd door het bericht van overlijden van een dierbare vriendin. In februari lunchten we samen met onze dochters. Ze was al lange tijd ziek en leefde in bonustijd, zoals ze het zelf noemde. Van een nieuwe afspraak kwam het niet meer. We hadden toen alle vier het gevoel dat de tijd haar snel begon in te halen. Toch was ons samenzijn nog reuze gezellig, kon alles worden benoemd en namen we hartelijk afscheid van elkaar. Daarna had ik alleen nog via de app contact. Ze werd gedurende al die jaren en zeker ook in haar laatste weken gesteund en liefdevol omringd door man, kinderen en kleinkinderen. Wat zal ze door velen gemist worden.

Club van acht

‘Waar kennen jullie elkaar van?’ vroeg degene die op ons verzoek de foto maakte. ‘We zijn oud-collega’s uit een ziekenhuis’, was het antwoord. Voor het eerst konden we een lunchafspraak maken, de vorige keer, ruim twee jaar geleden, zaten er nog werkenden in dit gezelschap en dineerden we. Dat we inmiddels allemaal – al dan niet vervroegd – gepensioneerden zijn, klinkt ons toch nog vreemd in de oren. En wat hadden we veel bij te praten en wat pakten we de draad weer moeiteloos op. We heten de Club van Acht en dat blijft zo al is er een verdrietige reden waarom we hier maar met zeven zijn. We waren voortdurend in gedachte bij de ernstig zieke vriendin die we hier zo misten. Vriendschap in goede en in slechte tijden.

Levenslang

Zelf hoefde ze niet zo nodig op de foto, die vriendin van me met wie ik sinds mijn achttiende bevriend ben. Ooit begonnen we als collega’s, hadden tegelijkertijd vriendjes die in militaire dienst moesten, we trouwden, kregen in dezelfde periode kinderen en kleinkinderen. En ook al wonen we op een klein uurtje autorijden van elkaar, het contact bleef, al is het soms maar één keer per jaar. Vanmiddag zaten we aan een lunch voor twee en babbelden voor drie. En dan gaan de gesprekken over onze gezinnen, bezigheden en ons gedeelde verleden. We zijn weer op de hoogte van elkaars wel en wee en met een paar ‘luchtkussen’ namen we weer afscheid. Ik hou van dit soort levenslange vriendschappen.

Koffie in Schiedam

Van de parkeerplaats naar het huis van mijn vriendin, passeerde ik deze molen. Gebouwd in 1794 en met een indrukwekkende historie van tegenslag en branden is Molen de Walvisch sinds 2018 ook een museum. Schiedam heeft maar liefs zeven molens. Het merendeel, de brandersmolens, maalde graan voor de branders, die moutwijn stookten voor de jeneverindustrie. Om binnen de bebouwing voldoende wind te vangen, en voor een grotere opslag- en productiecapaciteit, groeiden de molens uit tot de hoogste ter wereld.

Als ik verder langs de haven naar haar huis loop, zie ik in de verte alweer een molen staan. Wat een fraai stadsbeeld biedt Schiedam toch en dan valt mijn oog ook nog op een auto die museumwaardig is. Mijn vriendin verhuisde van Breda, ook al een mooie stad, naar hier. Ze heeft even moeten wennen maar inmiddels wil ze niet meer weg. Niet zo gek als dit je uitzicht is. Voor de storm in alle hevigheid losbarstte, was ik weer thuis. Eten in huis, ramen dicht, boek op schoot. Ik kom ook de rest van de dag genoeglijk door.