Het winkelen ontwend

Heerlijk vond ik het vroeger om met mijn moeder, dochter, zus of vriendin te gaan winkelen. Beetje rondkijken. Vaak ook met een boodschappenlijstje gevuld met nuttige dingen die je dan in één ronde aanschafte. Inmiddels ga ik niet meer voor mijn lol winkel in en uit. Zal de leeftijd wel zijn.

Vanmorgen had ik een gevarieerd boodschappenlijstje bij me. Een stel sokken voor de wijnboer, wat hemdjes voor mijn moeder, een tas die bij schoenmaker hersteld moet worden en nog wat cadeautjes stonden op het lijstje. Ik klauterde bijtijds op de fiets, slaagde overal goed en had om half elf de buit binnen. Ik ben het ontwend, dat winkelen. En ik ga het zeker niet ineens heel leuk vinden. Maar voor de lokale middenstand is dit toch een stuk beter dan het laten bezorgen van postpakketten wat we gedurende de lockdown nog wel eens deden.

Zeep

Behalve een pond gedopte tuinbonen uit eigen moestuin, kreeg ik gisteren van mijn nicht ook een zelfgemaakt zeepje. Basisingrediënten zijn olijven en lavendel, ook van eigen land natuurlijk. Ze maakte er een mooi wikkel om en ik vind dat dus een ontzettend lief cadeautje. En nu we het over zeep hebben: we moeten maar weer eens af van al die plastic handpompjes. Oké, we vullen ze bij maar de bijvulfles is, hoewel groot, ook weer van plastic. In het kader van minder plastic verbruiken is er nog een enorme slag te gaan. Ik schrik me elke week weer te pletter als ik zie wat we aan plastic afval hebben, terwijl we toch serieus proberen te minimaliseren. Het stuk zeep op de onderste foto kreeg ik vorig jaar van een ook al attente vriendin en is speciaal om tuinhanden schoon te krijgen. Het werkt als een tierelier dus ik ga nu mijn handen maar weer eens lekker vuil maken.

Duizend en één keer

Het mag dan wel stil in de binnensteden zijn, op andere plaatsen is er veel beweging. We maakten een autotochtje langs de Waal en zagen hele kolonies ooievaars. Het was een af- en aanvliegen; halzen, poten, vleugels; één wirwar. Voor de duidelijkheid laat ik deze eenling zien, die was zo aardig voor me te poseren.

We hebben ademloos naar ze gekeken en ook geluisterd naar hun specifieke geklepper. Zwanen, daar hebben we er ook tientallen van gezien. Net als de mensen hebben ook de dieren het voorjaar in de kop.

Natuurlijk speurden we bij elke waterkant nog naar de ijsvogel. Die laat zich jammer genoeg aan ons niet zien. Maakt niet uit. Een vriendin wees me erop dat de dagen van nu af langer worden dan de nachten. Kijk, dáár kan ik wat mee! Ik hou van het licht en van het voorjaar maar dat heb ik hier al minstens duizend keer geschreven.

Privé concert

Bij elkaar op bezoek gaan kent zo zijn afwegingen tegenwoordig. Is het wat het weer betreft wel verstandig met de auto op pad te gaan? Bovendien wordt het bepaald niet gestimuleerd elkaar op te zoeken als het niet echt nodig is. Toch ging ik vandaag op de koffie bij een (alleen wonende) vriendin. We hadden elkaar al weken niet gezien en hielden ons netjes aan de voorgeschreven afstand. Ze woont in een flat in een mooie buurt en nadat ik mijn auto had geparkeerd had, móest ik een foto maken van de prachtige huizen daar in Scheveningen.

Mijn vriendin vertelde uitvoerig en heel geestig over de pianolessen die zij volgt en na mijn ‘hè, speel eens wat voor me’ kroop ze achter de vleugel en trakteerde me op Mozart en Schubert. En zo eindigde de koffievisite, die al was uitgemond in een soep met broodje-lunch, met een muzikale toegift waarin ik in mijn eentje zat te klappen en ‘bravo’ riep. Mijn bezoekje was in strikte zin niet echt nodig maar wel enorm gezellig en helemaal de moeite waard.

Na de storm

Eindelijk. Eindelijk gingen we weer eens naar het strand. Ik heb een vriendin die er vrijwel dagelijks komt. Maar ja, zij woont heel dicht aan de kust. Vaak stuurt ze een klein filmpje en kijken en luisteren we even mee naar de branding en haar strandgeluk. Zelf rijden we er met de auto in minder dan een half uur naar toe dus er was vrijdag geen reden om het langer uit te stellen.

Die ruimte, de schone lucht, het licht. Het geeft me altijd een onmetelijk bevrijd gevoel. Helaas liet de batterij van mijn mobieltje me in de steek, want ik had nog veel meer willen fotograferen. Maar in elke geval was mijn eigen batterij weer helemaal opgeladen.

Knus

We maakten er een luie zondagochtend van. Wat achteraf niet heel slim was, want toen we eindelijk wél naar buiten wilden, goot het! Nou, dan nog maar een kop koffie en de weekendkrant. Morgen ga ik beginnen aan de tweede serie oefeningen van Vitaal Oud Worden, een oefenprogramma dat elke vier weken zwaarder of intensiever wordt. Met die wetenschap lummel ik de zondag door. Vanavond komt een vriendin hier eten. ‘Als jij nou daar gaat zitten en wij hier, dan hebben we toch de gepaste afstand’. Zo gaat dat tegenwoordig. We hebben de eettafel er speciaal voor verlengd. De pompoensoep is klaar, de spinazie-zalmtaart ook. De salade maak ik op het laatste moment en het nagerecht hoeft alleen nog maar geassembleerd te worden. Ik denk dat ik de kaarsjes nu al aansteek.

Blub

In plaats van een koffie en lunchbezoekje aan een vriendin, werd het een telefoongesprek van meer dan een uur. Na afloop moest ik eerst wat water drinken omdat ik zoveel gekletst had. Blub. De glazenwasser kwam langs met zijn hoogwerker en zodra hij klaar was begon het enorm te regenen. Blub. Twee mooie sukadelapjes staan te stoven op de kookplaat. Blub, blub. Vanavond samen met een kruimige aardappel en spruitjes wordt dat een onvervalste Hollandse maaltijd. Als de regen zo blijft aanhouden, ga ik niet meer naar buiten vandaag. Dus zocht ik deze foto op die ik een paar weken geleden in Siena maakte. Ik heb al een hele serie Blubs (klik), klassieke koppen met duikbril op. Ik weet eerlijk gezegd niet wie hier afgebeeld is maar misschien zijn er kunstkenners onder de lezers? In deze lichte lockdown periode waarin we allemaal wel een beetje onderwatergevoel hebben, is het thema Blub wel toepasselijk.

Stenen vondsten

Op de grens van terras en het Jop-en Britteplantsoen schiet het onkruid al weer omhoog. We noemen dit hoekje nog steeds naar de kinderen van een vriendin van onze dochter, die hier jaren geleden met haar tweeling de stenen in cement legde. Voor nu geloof ik het wel wat het onkruid betreft. Wie weet vriest het de komende winter wel kapot en anders zie ik het ’t volgend jaar wel weer. Nee, ik trof er een veel aardiger vondst vlakbij aan. Op een rotsrichel lagen deze handbeschilderde stenen. Dat moet werk zijn geweest van twee knutselende kleindochters. Of hadden ook de andere kleinkinderen en hun ouders hier hun aandeel in? Vanwege de regenbuien heb ik ze maar binnengehaald. Als ik volgend jaar op onkruidjacht ga, leg ik ze weer terug. Of we vernissen ze en metselen ze in.

Vier vriendinnen

Hoe langer je elkaar kent, hoe meer lief en leed er gedeeld wordt. Bij onze langdurige vriendschap is dat zeker het geval. Vandaag zochten we de vriendin op die er jammer genoeg op 31 augustus niet bij kon zijn. Ze heeft een veelbewogen jaar achter de rug. Het huis waar ze met haar man woonde, moest worden afgebroken en werd herbouwd. Terwijl ze in een wisselwoning woonden, overleed haar man maar ze beloofde hem terug te verhuizen naar het nieuwe huis op de oude plek en ze is er dol gelukkig mee. We bewonderden haar nieuwe huis maar vooral haar positiviteit. Het uitzicht vanuit haar woonkamer is onveranderd maar haar persoonlijke uitzicht veranderde volkomen. Daarover uitvoerig met elkaar kunnen praten is een teken van een diep gewortelde vriendschap die ik eindeloos koester (en waardoor ik vandaag zo laat ben met mijn blog).

Brabantse hartelijkheid

We rekenden uit dat zij een jaar of twintig was en ik vijf, toen we elkaar voor het eerst ontmoetten. Ze droeg toentertijd nog een habijt. Tijdens haar noviciaat leerde zij mijn tante kennen. Na dertien jaar sloop ze het klooster uit om er nooit meer terug te keren. Ze trouwde en bleef bevriend met mijn tante die ook het klooster had verlaten. Twaalf jaar geleden ontmoetten wij elkaar weer toen we de zorg om haar vriendin, mijn tante, deelden. Deze laatste bleek Alzheimer te hebben. Die tante is alweer tien jaar geleden overleden maar nog elk jaar gaan wij naar die vriendin toe en delen onze dierbare gezamenlijke herinneringen. De steun, liefde en zorg die zij destijds gaf, is onbetaalbaar. Op het dorpsplein van zo’n typisch Brabants plaatsje aten we een broodje in de wetenschap dat we bij leven en welzijn hier volgend jaar gewoon weer zitten.