Groen is gras…of toch niet

Het ziet er lieflijk uit al die madeliefjes in het gras. Of beter gezegd in het groen want het gras is hier overgenomen door klaver en allerlei ander groen spul.

Onze onvolprezen tuinhulp kwam weer langs en maakte korte metten en dat staat toch wel weer heerlijk gazonnig! De prachtige paarse bloemen kon ik nog net voor de maaimachine langs denderde, redden. Er zijn aardig wat dagen dat we het erf niet afkomen en we in alle rust met z’n tweeën rommelen en ruimen in ons paradijs.

Mensen en spullen

De feestelijkheden in Gubbio gaan nog even door. Gisteren was er een concert maar dat lazen we vandaag pas dus dat hebben we gemist. Vandaag was de weekmarkt uitgebreid met diverse sjieke kramen. Maar ook met goedkope kleding, veel snoepgoed en andere zooi. Ik ben dol op markten en noemde het een walhalla. Waarop de wijnboer zei dat hij het meer de hel vond.

Deze dames maakten hun keuze bij een wat degelijker schoenenkraam. Rieten en handgemaakte meubels en manden kunnen altijd op mijn aandacht rekenen. En kijk eens wie ik ook weer tegenkwam? Ze was vermomd in een zijde kaftan maar ik heb haar uiteraard links laten hangen.

Dit jongentje mocht van zijn oma drie vissen uitzoeken. Hij zal er goed voor gaan zorgen zei hij tegen de koopman met het schepnetje. Ik hoop maar dat het geen teleurstelling wordt en de goudvissen via de wc-pot uiteindelijk op dramatische wijze afgevoerd worden.

Titus Brandsma

Elke zondag bel ik, als ik in Italië ben, mijn moeder. ’s Morgens kijkt ze op tv naar de H. Mis, daarna is ze pas bereikbaar. Dat liep gisteren anders want de mis kwam uit Rome en duurde meer dan twee uur. Ze vertelde me later op de middag dat ze zelfs haar huishouden er helemaal door verwaarloosd had. Voorafgaande aan de mis was journalist en historicus Leo Fijen in Bolsward om met mensen te spreken over Titus Brandsma die gisteren heilig is verklaard. Aangezien haar beide ouders Friezen waren en Titus een neef van haar moeder, had dat alles extra haar belangstelling. Ze leest momenteel ook het boek over Titus Brandsma, waaruit ik hier wat foto’s plaats.

Brandsma was een karmelieten pater en journalist. In de jaren dertig van de vorige eeuw werd hij rector magnificus van de Katholieke Universiteit Nijmegen, nu Radboud Universiteit. Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog sprak hij zich fel uit tegen de Jodenvervolging. Ook riep hij collega-journalisten op niet te zwichten voor de nazi-censuur. Deze verdiensten van hem en de woorden van Paus Franciscus maakten grote indruk op mijn moeder. De Paus had machtsvertoon en machtsmisbruik krachtig veroordeeld en daar kan mijn moeder zich helemaal in vinden. Ik ook trouwens.

Heel Gubbio ging los…

…en wij ook. Vandaag is hier het feest van de Ceri, de naamdag van sint Ubaldo, patroonheilige van de stad. Twee jaar lang werd dit eeuwenoude feest niet gevierd, vandaag was de stemming uitbundiger dan ooit. Ik schrijf er alle jaren over, dus voor wie belangstelling heeft, 15 mei 2019 en voorgaande jaren is er van alles over te lezen op mijn blogs (zie zijbalk).

Drie grote kandelaars worden met veel ceremonieel door de stad gedragen. Zodra een cero, gedragen door een groep mannen, arriveert barst er een luid applaus, gejuich en soms ook en gezang los. Daar achteraan lopen de mensen, gekleed in de kleuren van de diverse wijken.

Met tussen hen door een paar verbaasde wandelaars. Het is een feest van verbroedering, indrukwekkend door de religieuze verering en luidruchtig op de Italiaanse manier.

Het lelijks weglaten

Echt bijzonder is het stadje niet maar een Italiaanse sfeertje heeft Gualdo Tadino wél. Aan de gevel van het gemeentehuis hangen netjes in houders de officiële vlaggen van Italië, de Europese gemeenschap en de Provincievlag. Daaronder zijn aan de balustrade nog de vlaggen gehangen die sympathie en meeleven uitdrukken.

Dan is er ook een straat die bestaat uit traptreden en terrakleurige huizen. En dit allerschattigste groentewinkeltje maakt het beeld voor mij compleet. Hoewel het ook in een Frans of Spaans dorp niet zou misstaan.

We dronken even koffie in de hoofdstraat waar de auto’s zowat over je voeten rijden als je tegen de gevel op een miniterrasje zit. Want de Italiaan wil wel graag vlak voor de deur van het gemeentehuis kunnen parkeren en het kleine plein ervoor staat vol met auto’s. Die ik dan weer niet op de foto zet want ik deel voor de buitenwacht toch liever de idyllische beelden.

Leuker dan wieden

Voor het eerst sinds onze aankomst maandag, verlieten we onze berg voor een paar uur. De band van de kruiwagen moest worden opgepompt bij het benzinestation. Bij de meubelstoffeerder bestelden we stof waarmee ik de buitenbank opnieuw ga bekleden. Dat gaf nog aardig wat spraakverwarring maar komt goed. Wordt nog een heel project en daar ga ik het later nog wel eens over hebben. We kiepten vuilnis in containers aan de voet van de berg en kochten verse melk voor de cappuccini. Maar uiteindelijk was dat allemaal een opmaat naar het leuke tuincentrum in Gualdo Tadino.

Salvia, munt, een leuke bodembedekker (waarvan ik nu de naam al niet meer weet) en een paar geraniums. Daar heeft een mens toch zin in, hè. De boel een beetje opfleuren, onkruid wieden kan altijd nog.

Doorbottelen

We hadden er na gisteren de vaart goed in. Dus gingen we getweeën vanmorgen aan de slag met de rode wijn. De druiven hiervoor kwam van familie in Le Marche en de rest uit onze eigen wijngaard. We bottelden 46 flessen, het smaakt aardig maar het is geen topwijn geworden. De grootste klussen zijn nu geklaard, we kunnen de cantina weer inrichten als logeerkamer. Daar gaat nog wel wat schoonmaakwerk aan vooraf. Bovendien moeten de flessen nog voorzien worden van een hulsje over de kurk en het etiket moet er nog op. De Pritt-stift waarmee we dat doen is leeg dus hebben we een mooi excuus dat nog even uit te stellen en lekker buiten te werken want daar is de temperatuur prettiger dan in ons koele huis.

In kannen en kruiken

Vanuit het vat naar de fles. Kurk er op. Etiket plakken. Dat is in de notendop wat er vandaag gebeurde met de witte wijn uit 2021. Onze wijnvrienden, uit wiens wijngaard de druiven komen, kwamen vandaag helpen. Het was een kleine oogst vorig jaar en vóór de pranzo waren we klaar met onze werkzaamheden. Onze vrienden hadden voor een plaattaart en een grote salade gezorgd. De meloen met ham vooraf en aardbeien met slagroom na, kwamen uit onze keuken. En dus zaten we rond het middaguur al aan een gezamenlijke lunch waarbij, hoe kan het anders, de wijn rijkelijk vloeide. Die wijn is prima gelukt, er zaten vier zeer tevreden mensen aan tafel. Alleen die vierde stond even op voor het maken van een foto.

Zij wist het en wij wisten het ook

Wat zou het heerlijk zijn als de blauwe regen nog in bloei is, had ik menigmaal gedacht de laatste weken. En ja hoor, in volle pracht. Toch werd de vreugde daarover getemperd door het bericht van overlijden van een dierbare vriendin. In februari lunchten we samen met onze dochters. Ze was al lange tijd ziek en leefde in bonustijd, zoals ze het zelf noemde. Van een nieuwe afspraak kwam het niet meer. We hadden toen alle vier het gevoel dat de tijd haar snel begon in te halen. Toch was ons samenzijn nog reuze gezellig, kon alles worden benoemd en namen we hartelijk afscheid van elkaar. Daarna had ik alleen nog via de app contact. Ze werd gedurende al die jaren en zeker ook in haar laatste weken gesteund en liefdevol omringd door man, kinderen en kleinkinderen. Wat zal ze door velen gemist worden.

Alweer in een hotel

Het bed was een beetje te zacht maar verder was echt alles perfect aan onze overnachtingsplek even voorbij Milaan. Het hotel Sesmones refereert aan het feit dat hier ooit zes monniken woonden. De fundamenten zouden al uit de twaalfde eeuw stammen. Vrij recent is hier grondig gerenoveerd en dit hotel kan wel eens een blijverdje worden waar we ons op gaan verheugen na de tamelijk saaie en lange reis van meer dan elfhonderd kilometer.

Op ons verzoek werd er een tafel buiten in gereedheid gebracht en tja, het eten was ook al voortreffelijk. Na het ontbijt vanmorgen vervolgden we onze weg. Omdat we al voorbij Milaan waren, hadden we geen last van een ochtendspits. Rond half twee waren we in Gubbio, deden er voor minstens vijf dagen boodschappen en karden tenslotte onze berg op. Daarover morgen meer.