Niet veel wijzer

Met dit lenteweer zijn er veel mensen buiten. Het leek me een goed moment om nog eens uit te zoeken wie de man op de muurschildering is, waar een tijd geleden verse bloemen bij lagen. Ik sprak een leuke jonge man aan. Hij woont hier nog niet zo lang, was vanwege de liefde vanuit Friesland naar Delft gekomen. Ook hij had er in januari met verwondering naar geleken en navraag gedaan in de buurt. Een naam wist hij niet maar het bleek een buurtbewoner die veel voor de wijk had gedaan en op wiens sterfdag bloemen worden neergelegd. Veel wijzer werd ik dus niet maar we hadden een aardig gesprek en hij heeft het erg naar zijn zin hier in Delft, voegde hij toe. En dat hebben we gemeen. Want een korte buurtwandeling langs de rand van het centrum levert me dit soort plaatjes op. Ik kan me nauwelijks een fijnere woonomgeving voorstellen. Domweg gelukkig in Delft dus.

Wat er allemaal kán

Je kunt als je aan een grachtje woont, gewoon de voordeur uitstappen, schaatsen onderbinden en het ijs op gaan. Of zonder schaatsen tóch het ijs op stappen. Voor het gevoel.

Je kan natuurlijk ook op een bankje gaan zitten en merken hoeveel kracht de februarizon al heeft.

Met een stel studenten je eigen curlingwedstrijd houden, kan ook.

Of je tweejarig zoontje op de ouderwetse manier schaatsles geven.

Of met je camera in de aanslag een rondje maken door het centrum van Delft. Iedereen genoot van deze winterse oppepper. Ergens hoorde ik een huilend kind brullen ‘ik wil helemaal niet naar huis’.

Geblunder

Mijn bruggenloop wissel ik vaak af met een ommetje door het centrum. Dan zijn autoloze straten bij mij favoriet. In de Van der Mastenstraat bevindt zich het Hofje van Gratie, opgericht in 1575. Het bevat zeven kleine woningen. Op Wikipedia lees ik dat aan de achterzijde van de huisjes een gesloten galerij is met een heel grote tuin. In 1968 werd de voorgevel in de oorspronkelijke staat hersteld na een 19e-eeuwse blunder waarbij de ramen en deuren werden vervangen.

Recht tegenover het middelste huisje van de reeks, bevindt zich dit witte huis. Hoewel ik best van moderne bouw hou, heb ik moeite om in deze historische straat deze gevel tegen te komen. Ik praat Wikipedia na en vind dit opnieuw een historische blunder.

Zomaar een ochtend

Dochter Fleur kwam vorige week op de koffie. Daarna liepen we even het centrum in. Hoewel ze momenteel niet bevattelijk meer is en ook Corona niet kan doorgeven, houdt ze zich buitenshuis keurig aan alle regels. Maar samen gearmd lopen, kan weer wel. Zo gezellig en zó gemist. Natuurlijk stopte ze ook braaf toen ik foto’s wilde maken. Kijk hoe apart deze gracht er bij ligt met kale en groene bomen.

De zon was al weer verstopt toen we over de Markt liepen. De Markt, die met alle gesloten horecazaken zichzelf niet meer is. Op het moment dat wij er liepen, werden drie politiemensen geïnterviewd. Ze staan in een halve cirkel en hadden werkelijk alle ruimte. Twee dames zitten, bij gebrek aan een bankje, op de sokkel van Hugo de Groot. Met een nieuw gekocht winterjack onder haar arm kuierden we tevreden terug naar huis om daar een boterham te eten. Geen broodje buiten de deur dus maar dit was al fijn genoeg.

Het stadse ommetje

Ons dagelijkse wandelingetje ging vandaag toch maar weer eens door het centrum. Direct na de lunch strekten we de benen. Eerder vanmorgen is het televisietoestel naar de reparateur gebracht en zijn twee tassen met kleding, stapels met overtollige boeken uit onze minibieb en vier stoelen naar de kringloop gebracht. Kortom we zijn weer aardig aan het ruimen. Gaat de man die al dat wegbrengwerk en sjouwen voor zijn rekening nam hier geïnteresseerd staan snuffelen bij een minibieb die we passeerden. ‘Ik hou mijn handen in mijn zakken’ zei hij en dat deed ie ook. Ik niet. Ik maakte nog even snel een foto van zomaar iets.

Met de deur in huis vallen

Nu onze straat zodanig is afgesloten dat het zelfs voor voetgangers onmogelijk is te passeren, vervalt onze bruggenloop ook. In plaats van langs de ránd van het centrum te wandelen, lopen we er nu doorheen. Gisteravond, na een dag zonder veel beweging, had ik behoefte om even de benen te strekken en liepen we onze nieuwe route in het donker. Dat is nog even wennen. Niet de route maar die donkerte. Gelukkig heb ik eerder al foto’s gemaakt van ons nieuwe rondje. We passeren ook een voordeur waar een gedicht op staat. Dat huis stap je volgens mij altijd binnen met een glimlach en een goed gevoel. En daar moeten leuke mensen wonen, kan niet anders.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is dsc_0031-2.jpg

De rust is weergekeerd…

…en mijn energie ook. Ik zeg altijd dat ik goed tegen de hitte kan maar vorige week op ons warme bovenhuis kwam ik tot niets. En van altijd wat te doen op het erf van Caldese naar de ramen tegenover elkaar open zetten zonder dat het helpt, bleek een forse overgang.

Deze twee meeuwen weten ook niet wat ze overkomt. Waar zijn al die mensen gebleven die wel eens wat achter lieten om lekker te snaaien? Die bevolken de terrassen, denk ik. Het was gisteren in het centrum weer druk. Te druk naar mijn zin. Laat mij maar weer kalm langs de waterkant lopen en genieten van het groen dat door wat flinke buien weer aardig aan het herstellen is.

Het zijn de kleine dingen

Toen ik rond het middaguur even contact had met onze dochter, zat ze net op het Place du Têtre in Parijs, appte ze. De grappenmaker. Wij moeten het doen met een rondje Delft. De stad wordt in gereedheid gebracht voor het komende seizoen. Zo zijn er overal nieuwe afvalbakken geplaatst die zijn voorzien van foto’s, gemaakt tussen 1910 en 1914. En ik kwam nog iets aardigs tegen. Een fraai beschilderd elektriciteitskastje vlakbij de Markt. Nina Valkhoff is de kunstenares, zij had er drie dagen voor nodig om tot dit fraaie resultaat te komen. Het is klein en tamelijk onopvallend, zeker als er ook nog eens een fiets tegenaan wordt gezet. Maar ik hou van een stad die oog heeft voor detail.

Het lelijks

Tja, ik schreef er onlangs over. Af en toe valt het me op dat er nieuwbouw in het Delftse centrum is gepleegd, die ik ronduit lelijk vind. Op deze plaats heeft in de 17e eeuw het sint Annaklooster gestaan. Later, in 1675, werd dat een Tuchthuis. Wie niet wilde ‘deugen’ werd hier gedwongen te werk gesteld in de textielindustrie. Nog weer later kwam hier het Sint Joris Gasthuis. Nu staat hier sinds 1982 een appartementencomplex met een kleine woonwijk erachter. Daar kom je eigenlijk alleen als je er woont. Tot mijn verrassing zag ik ook huizen die wel de oude maatvoering en puntdaken hebben. En ook aardig vond ik het plotseling opdoemend groene veldje dat behouden is gebleven nadat ook de stadsboerderij die hier ooit stond, gesloopt werd.

De nieuwbouw naast het kleine grachtenpand is tamelijk uit verhouding maar ja, mensen moeten ook kunnen wonen in huizen die aangepast zijn aan de moderne eisen. En zo viel me de lelijkheid toch weer een beetje mee.

Het huis van Neeltgen

Rietveldse Toorn 1448

We passeren deze toren twee maal tijdens onze bruggenloop. De straatzijde levert dit plaatje op. De voorgevel is bepleisterd en voorzien van jaartal en naam. Oorspronkellijk was het een verdedigingstoren maar al snel daarvoor niet meer geschikt. Al in de 16de eeuw werd de toren bewoond. De namen van verschillende bewoners zijn bewaard gebleven. Zo werd de toren in 1582 bewoond door een vrouw, genaamd Neeltgen Denijs die er een spinbaan of lijnbaan had. Die liep van de toren over de wal naar de Geerweg. Die lijnbaan, waar uit hennep touw werd gemaakt, moest de ruimte hebben en dat kon aan de rand van het drukbevolkte centrum. De afmeting van de banen bepaalde de lengte van het touw. Wij liepen niet naar de Geerweg maar staken de Koepoortbrug over om aan de andere kant opnieuw de Rietveldse Toorn te zien liggen.

Er staat behoorlijk lelijke nieuwbouw tegenaan, zie de brandtrap op de bovenste foto. Ook links op deze foto is er nog een stukje van te zien. Maar dat negeren we gewoon. Vandaag kijken we graag naar de schoonheid.