Lopen of fietsen

Het was wel weer eens tijd voor een stadswandelingetje. Ik kwam een buurman tegen die net een nieuwe elektrische fiets had aangeschaft. Daar hebben we uitvoerig over staan kletsen want langzamerhand begin ik ook rijp voor te worden voor zo’n ding. Geestelijk. Maar mijn grootste obstakel om te gaan fietsen is om de fiets uit kelderberging te krijgen vanwege de vele drangdeuren en steile trap vóór ik op straat sta. En daar verhelpt een fiets met hulpmotor weinig aan en blijft de hulp van de wijnboer nodig.

Daar komt nog bij dat ik telkens af zou moeten stappen om wat foto’s te maken, die ik nu al wandelend makkelijk weg knip. Mijn oude fiets is nog een prima karretje en als er ooit weer een tijd komt dat we van maart tot oktober in Italië wonen, zal ik in de resterende maanden weinig fietsen. Kortom: ik weet het nog niet hoor.

Wijngaard in Noordwijk

Aan het eind van de wijngaard zien we in de verte de duinen van Noordwijk. In combinatie met het fantastische weer gisteren, leek het even of we in het buitenland waren. Er zijn honderden grote en kleine wijngaarden in Nederland en de wijnboer is lid van de Vereniging van wijnboeren der lage landen. Altijd handig om met collega’s te kunnen overleggen en ook om gezamenlijk in te kunnen kopen. Er stond een bestelling biologische bladbemesting en een zak kurken voor hem klaar. We kregen een kleine rondleiding, waarbij ik al snel afhaak als het gaat om alle technische details. Ik keek rond en bewonderde de leuke hoekjes die her en der gemaakt waren en er was zelfs een deel van een schuur bestemd voor wijnproeverijen.

Vanuit de rijdende auto maakte ik tenslotte een foto van een bollenveldje met bloeiende hyacinten. Dat verzachtte de heimwee naar onze eigen wijngaard enigszins.

Mijn stil verlangen

De wijnboer moest vandaag, in zijn functie van wijnboer, wat spullen ophalen in Noordwijk. Nou ik zat al in de auto, toen ik dat hoorde. Dan kunnen we ook wel even naar de kust, vond ik en dat vond hij gelukkig ook. Ik word echt instant gelukkig van de combinatie zon, zee en strand.

De zee was uitermate kalm. Het was nog vroeg en heerlijk rustig. De temperatuur was perfect en ik moet uitkijken dat ik niet helemaal lyrisch word over zo iets iets eenvoudigs als een uurtje aan de kust. Maar wie als Scheveningse geboren is, zal altijd verlangen naar de kust. Vandaag werd dat verlangen weer even gestild.

Vestdijk ruimen of niet?

Zo eens in de twee, drie jaar ruimen wij delen van onze boekenkast leeg. Toevallig hadden we het vorige week over de Vestdijkplank. De wijnboer verzamelde zo’n 34 boeken van deze veelschrijver. Van herlezen komt het niet en bovendien: is het niet erg ouderwets geworden? Spreekt het ons nog wel aan? Zullen we Vestdijk ruimen? Vorige week was het vijftig jaar geleden dat Simon overleed en verscheen er een groot stuk in de krant van Joyce Roodnat die hem met veel genoegen aan het herlezen is. Tja, dan slaat bij ons de twijfel toe. Boeken wegdoen is sowieso een emotionele beproeving. De ruimtenood is bovendien nog niet nijpend. Jullie snappen dat we aan het herlezen gaan. Er liggen nog vier boeken op mijn stapel, daarna komt de Koperen tuin aan bod. Bevalt het niet dan zijn er vast liefhebbers te vinden die we met deze collectie een plezier doen.

Ons zolderappartement

Misschien is het wel leuk als ik ook nog even laat zien hoe ons appartementje in Gorinchem er uit zag. Op de derde etage, 54 treden hoog, zonder lift. Goed voor de conditie. Het was van vele gemakken voorzien en sfeervol bovendien. Er zat een prima keuken in en we hadden onze boodschappenkrat gewoon in zijn geheel meegenomen. De wijnboer alias de belastingman klapte ’s avonds de laptop open en hield dan kantoor aan de grote eettafel.

Zo hadden we een paar dagen een uitvalsbasis die direct als thuis aanvoelde. Heel wat leuker dan in een onpersoonlijke hotelkamer, vinden we. De eigenares had verse bloemen neergezet en de inrichting bevatte heel wat voorwerpen die ze van verre reizen had meegenomen. Op zestig kilometer van ons huis waren we toch even in een andere wereld.

Nou vooruit…het berenpak

Het verhaal van het berenpak is niet zo spannend, hoor. Toen ik onze kleindochters eens zag in een onesie, zei ik spontaan: ‘oh, zo’n pak wil ik ook!’ Als enorme koukleum leek het me heerlijk om in een allesomvattend pak te kruipen. Niets knelt, nergens tochtkiertjes. De wijnboer, die mij ’s avonds steeds meer vesten en sokken zag aantrekken, ging op onderzoek uit en verraste mij op pakjesavond met een bruin, harig en zeer comfortabele onesie. En dat noem ik nu mijn berenpak. Ik trek het om een uur of tien ’s avonds aan als we naar onze dagelijkse serie op Netflix gaan kijken. En dan alleen op koude avonden, hè. Het ziet er niet uit, gebruik je fantasie maar. Omdat een blog zonder foto’s niet aantrekkelijk is, laat ik wat leuke grachtenhuisjes zien aan de Geerweg.

Onze eigen ijsvogel

Toen wij in november bij buren te gast waren, zagen we dit beeldje staan. Een bronzen ijsvogel, gemaakt door de buurman en te koop. Twee dagen later appte ik de buurman of ik het kon reserveren, dan zou ik het de wijnboer geven voor zijn verjaardag eind december. De buurman reageerde niet direct maar na een extra berichtje van mij kreeg ik een bevestigend antwoord. Ik kreeg evengoed argwaan. Het zou toch niet zo kunnen zijn dat de wijnboer het al had gekocht en het mij met sinterklaas wilde geven? Ik schreef een sinterklaasgedicht onder het motto ‘ik wist het’ om het hem te overhandigen voor het geval ik de ijsvogel op pakjesavond zou krijgen. Maar ik kreeg een berenpak. Of ik daarover nog zal bloggen, weet ik niet hoor.

Een paar dagen voor de verjaardag van de wijnboer begon ik plaagstootjes uit te delen: ‘ben je niet benieuwd wat je van me krijgt’ en ‘ik heb zó iets leuks voor je’. Hij had geen idee. Blij pakte hij de ijsvogel uit op zijn verjaardag en daarna volgde de mededeling: ‘ík wist het!’ Inderdaad had hij mij de ijsvogel willen geven op 5 december. De buurman had zich even geen raad geweten met een echtpaar dat onafhankelijk van elkaar die vogel stiekem wilde kopen. Die twee mannen gooiden het op een akkoordje en stelden mij in staat de ander te ‘verrassen’. Jullie begrijpen dat we er alle twee heel blij mee zijn. Nu nog een keer het beestje in het echt te zien krijgen.

Op zoek naar de ijsvogel

We hebben reuze ons best gedaan om de ijsvogel te spotten tijdens een dagje Biesbosch met de kleindochters die, tamelijk overbodig na alle lockdowns, nu een week krokusvakantie hebben.

Ik geef meteen maar toe; nog nooit eerder was ik in de Biesbosch. Het was weidser en meer open dan ik had verwacht. Het Biesbosch Museum Eiland was uiteraard gesloten, wel jammer voor de meisjes. Bij het uitkijkpunt Petrusplaat ligt een groot spaarbekken waar we hardop dit Lentegedicht hebben gedeclameerd dat op een informatiezuil stond.

De ijsvogel zagen we alleen op een foto. Goede reden om nog eens terug te gaan en dan met een natuurgids of in een fluisterboot dat bijzondere vogeltje toevallig tegenkomen. Wat we wél vonden was een plek om een kleine picknick te houden. Al stond er behoorlijk veel wind wat het coronakapsel van de wijnboer geen goed deed.

Verpozen aan de waterkant

Verraad ik mijn leeftijd als ik het woord ‘verpozen’ in de titel zet? Uitrusten, uitblazen, ontspannen, pauzeren, dat zijn zo’n beetje de synoniemen. Het was het eerste woord dat mij me opkwam toen ik deze drie foto’s bij elkaar zette. Toch zal ik nooit tegen de wijnboer zeggen ‘kom we gaan ons vanmiddag eens fijn verpozen’. Dit clubje dames had het in elk geval erg gezellig. Ik denk dat ze van de roeivereniging zijn en hun eigen openlucht clubhuis voor een uurtje hebben gemaakt.

De man, leunend tegen de boom, was na het hardlopen even aan het ontspannen en stond aanvankelijk met zijn gezicht naar de zon geheven. Tot de roeiers voorbijtrokken, die zich aan het inspannen zijn en pas na afloop kunnen verpozen. En dan was er nog deze jonge vrouw die heel charmant aan de waterkant een boek las. Ik zou vanuit haar positie niet erg elegant overeind kunnen komen. Dus ja, ik verraad met dit blog toch wel behoorlijk dat ik niet meer tot de jongsten behoor.

Sneeuw in de schemering

In de sneeuw en gladdigheid lopen, vereist een beetje concentratie. Het lukt me niet om dan een fotocamera te hanteren. Nee, dan hang ik liever, zoals gewoonlijk, aan de arm van de wijnboer. Mijn sneeuwfoto’s bestaan dus vooral uit raamzichten. Wellicht wat saai om te zien. Toen ik vandaag terugreed van een dagje bij mijn moeder, zag ik langs het talud van de snelweg kinderen met sleetjes naar beneden glijden. En daarvan kan ik, zelf rijdend ook al geen foto’s maken. Kortom, ik zie wel sneeuwpret maar ik fotografeer het niet. Wie weet gaat het de komende week nog lukken want het ziet er naar uit dat deze winterse temperaturen nog minstens een week aanhouden. Hoewel ik een uitgesproken zomermens ben, vind ik dit na jaren kwakkelwinters, een feestje.