Visje

Er moesten vandaag wat technische boodschappen gedaan worden. Als we dan toch al op driekwartier rijden van ons huis zijn, kunnen we net zo goed doorrijden naar het Trasimenomeer om daar in een favoriet tentje een visje te eten. Maar er kwam ook nog een klusjesman om half acht vanmorgen. Hij zou binnen twee uur weg zijn dus dat paste wel in onze planning. Maar het werd half twaalf voor hij weer onze berg afreed. We lieten ons de vrije dag die we gepland hadden, niet afnemen en reden dus linea recta naar dat leuke restaurantje in San Feliciano. We waren er de enigen. De wijnboer kreeg zijn hoofdgerecht, een goed bereide dorade, pas nadat ik mijn hoofdgerecht al op had. Ineens hoort dit restaurant niet meer tot onze favorieten. We zaten vervolgens op een ander geliefd plekje aan dit meer nog twee uur te genieten, daar kom ik nog op terug. De wijnboer slaagde op de terugweg voor al zijn technische boodschappen en wat die klusjesman kwam doen, lezen jullie ook een andere keer. Spreiding van blogonderwerpen, hè?

Achterkanten en meer

Op weg naar onze lunchafspraak liepen we langs deze huizen. Scheve aanbouwsels, een stapel verroeste stoelen; op ons eigen erf wil ik het netter, bij een ander vind ik het wel schilderachtig. Maar goed, daar ging het vanmiddag niet om. We hadden een afspraak met mijn nichtje en haar man, die net als wij deeltijd in Italië wonen. Halverwege onze huizen is de Monte Cuccu en daar zouden we afspreken bij Dal Lepre. Dat restaurant sloot echter op die berg zijn deuren en heropende in Gubbio. Een goede reden om dus dáár met z’n vieren de zondagse pranzo te houden. De familie zat al te wachten, de wijnboer besluipt hen.

Het is zo’n licht bewolkte dag, de temperatuur een graad of zesentwintig, het eten was perfect, de gesprekken genoeglijk en het tevreden gevoel na afloop droop weer van ons af. Kijk, mede voor andere vaste bezoekers van Dal Lepre, dat zijn naam een klein beetje aanpaste, maakten we deze foto. Stralend toch?

Sfeertje

Vanmiddag waren we voor het eerst sinds onze terugkeer in het centrum van Gubbio, de stad die ons net zo vertrouwd voorkomt als Delft. Het is hier allemaal een stuk kleinschaliger, deze streek is niet zo dicht bevolkt als de Randstad. Wél volk op straat maar aangenaam wat hoeveelheid betreft. We gingen naar een favoriet restaurant waar we allerhartelijkst begroet werden. Na het uitwisselen van de standaard praatjes als ‘welkom terug en gaat alles goed’ genoten we van een heerlijke pranzo. Terwijl de wijnboer zichzelf na afloop nog op een ijsje trakteerde, schoot ik wat sfeerbeelden van deze middeleeuwse stad. De voorspelde regen was vannacht al gevallen, dus de rest van de middag waren we op ons erf. Zogenaamd om een beetje rustig aan te doen, maar al snel werden de handen weer uit de mouwen gestoken en trokken we gedurende een uurtje nog wat onkruid uit.

Geen strobreed

We hadden ons grondig voorbereid op de reis. Zaterdagochtend lieten we ons testen, zaterdagavond rond een uur of zeven kregen we het positieve bericht dat we Covid negatief waren en konden we de internationale documenten printen. En mijn moeder eindelijk omhelzen ten afscheid. Een nogal emotioneel moment. Zondagochtend vroeg weg; Duitsland en Zwitserland konden we ongehinderd doorrijden. Ik had best graag ergens triomfantelijk met onze testresultaten willen wapperen maar er werd niet naar gevraagd. Alle wegrestaurants waren gesloten, mondkapjes ook buiten verplicht.

Overnachtingshotel, ongeveer vijftien kilometer vóór Milaan, was in Delft al geboekt. Het werd nog een soort puzzeltocht om op onze kamer te geraken, want geen personeel aanwezig, dus via allerlei code’s en sleutelboxen, kruipdoor sluipdoor via de garage kwamen we uiteindelijk bij onze kamer. En toen mochten we van onszelf vakantie-achtig gaan dineren in het naast gelegen restaurant, dat we van vorig jaar kenden. Tjonge, jonge wat een feest. Buitentemperatuur een graad of vijfentwintig! Vanmiddag kwamen we aan in Caldese. Van nu af aan wordt het werken geblazen. En daar hebben we behoorlijk veel zin in.

Rond

Leven in het hier en nu. En geen zorgen voor morgen. Dat is toch een beetje ons aller uitgangspunt, nietwaar? Maar soms zou je toch graag over een glazen bol beschikken. Om te zien wanneer we weer vrijelijk van het openbaar vervoer gebruik kunnen maken. Of wanneer we weer met de hele familie aan een lange tafel kunnen zitten. Met veertig personen de Pinksterpicknick organiseren. Onbekommerd een restaurantje inschuiven. Voorlopig heb ik mijn glazen bol ingezet om de laatste opdracht uit de foto 7 daagse af te ronden. Een toekomstbeeld borrelt er niet uit voort. Misschien is dat maar beter ook.

Nat terras

Dan mógen eindelijk de terrassen open en giet het al twee dagen! Onder de bomen en de afdekzeilen zaten wel wat mensen op het terras van Du Midi maar dat vonden dochter en ik toch wel wat armoedig. Dus haalden we drie broodjes op, dekte de wijnboer in de tussentijd gezellig de tafel en zaten we even later binnen in ons eigen verwarmde huis te genieten van deze luxe lunch.

Er staat een nieuwe beeldschone pipowagen als uitgiftepunt van ons favoriete restaurant in de Delftse Hout. Nu, rond vier uur in de middag, klaart het op. Tot zes uur is het terras open. Ik ben er zeker van dat er nog bezoekers neerstrijken voor een vrijdagmiddagborrel. Ik schuif thuis mijn stoel een zonnig hoekje in, pak mijn boek en ga aan de thee. Dit komt toch aardig in de buurt van een perfecte dag.

Van Zweden naar Israël

De gewoonte om samen elke avond rond een uur of tien naar een Netflix-serie te kijken, verschaft ons veel kijkplezier. De Zweedse serie The Restaurant hebben we inmiddels beëindigd maar het woord ‘absoluut’ blijven we hier op z’n Zweeds uitspreken. Het Hebreeuws uit de serie Shitsel ligt wat minder in ons gehoor maar als men daar in het Jiddish overgaat, is het vaak te volgen. Zo reizen we in de luie stoel de wereld over en volgden we het familieleven van een Zweedse familie in het restaurantwezen en zitten we nu midden in de belevenissen van een orthodoxe familie in Israël. De entourage en uitgangspunten zijn heel anders, dramatische familie ontwikkelingen zijn in feite universeel. Aan Shitsel hebben we even moeten wennen maar ik kan beide series van harte aanbevelen. We denken hierna door te reizen naar Spanje voor La Casa De Papel.

Vreugd en Rust

Op weg naar mijn moeder maakten we een kleine uitstap naar Park Vreugd en Rust in Voorburg. We leerden dit park met landhuis kennen toen het in slechte staat verkeerde nadat de Montessorischool en de verpleegsteropleiding Vronesteijn het hadden verlaten. In 1987 kocht Henk Savelberg samen met enkele geldschieters dit pand, restaureerde het grondig en in 1989 wist hij er een sterrenrestaurant van te maken. Onze zoon, toen middelbare scholier, werd er keukenhulp. Mijn veertigste verjaardag vierde ik hier en toen we 25 jaar getrouwd waren, trakteerden onze kinderen ons op een overnachting in dit poepsjieke hotel.

Savelberg verkocht zijn hotel-restaurant aan Ron Blauw die het omdoopte tot Central Park. Ook hij verliet dit weer en tegenwoordig gaat het onder deze nieuwe naam zelfstandig door. De tuin, het terras en de omgeving oogde wat rommelig. Picknicktafels op het riante grasveld en rood-wit afzetlint oogden niet erg passend bij de voorname sfeer die het ooit uitstraalde.

Aan de overkant van de Vliet reed een rode cabrio langs. Kijk, dat past wat beter bij het beeld dat wij nog kenden. De Montessori basisschool waarop onze kinderen zaten, heet heel toepasselijk Nieuw Vreugd en Rust. ‘Veel vreugd, weinig rust’ zeiden wij daarover altijd. Maar dat gold dus niet voor de start van deze zonnige zondag. Wél veel vreugd en reuze veel rust.

Donker Delft

Zoals gezegd maakten we gisteren ons ommetje pas na het eten. De straten waren vrijwel uitgestorven, we hoorden de klok van de Nieuwe Kerk galmend zijn acht slagen slaan. De spaarzaam verlichte gracht van het Rietveld laat een bijna tijdloos beeld zien. Dat is op het Doelenplein wel anders. Uitbundig is daar verlichting in de bomen gehangen. De associatie met de Delftse Lichtjes Avond ligt voor de hand. Dan is er veel publiek, kerstzang, glühwein en warme chocolademelk. Dit jaar wordt de stad wel versierd maar een evenement is uitgesloten. Eigenlijk is het zomaar op ons eigen moment een beetje door de straten zwalken, ook wel prettig. Al gun ik de plaatselijke middenstand en restauranthouders hun commerciële feestje dit jaar nog meer dan andere jaren. Vanavond halen we een Indonesische maaltijd bij de toko. Hen ondersteunen we van harte. Ook al omdat het zo heerlijk smaakt.

Eén voor twee

Crema Chantilly heet het nagerecht dat we na de pranzo gebruikten bij een van ons favoriete restaurants in Gubbio. Uno per due bestellen we dan en daarvan kijkt men hier totaal niet op. We deelden dit verrukkelijke dessert dat voornamelijk uit slagroom, suiker en vanille bestaat.

Afgezien van ons driedaagse reisje door Toscane, hebben we hier een gewone zesdaagse werkweek. Gistermiddag legden we drie aardbeienheuveltjes aan en plantten we nog wat vaste planten langs de randen van de ‘rozentuin’. Vanwege de verwachte regen werd een groot deel van het tuinmeubilair al opgeruimd en het erf werd zoveel mogelijk winterklaar gemaakt. Voor de derde week op rij regent het op zondag. Het mag een wonder heten dat we droog wegkwamen in Gubbio. Zondag staat voor ons dus in het teken van eten en drinken en uitrusten. Precies waar deze dag voor bedoeld is.