Amusement

De afgeknotte molen in de Delftse Hout is altijd weer een heerlijke plek om naar toe te lopen. Van veraf ziet het er nog niet zo spectaculair uit. Maar eenmaal dichtbij…

Eén zee van wilde bloemen. Of jullie het gezoem en gegons er even bij willen denken. En stel je ook nog het geluid van de koekoek erbij voor die niet uit gekoekt raakte. Dan vertel ik nog even over een fietser die vreesde onderuit te gaan op het asfalt waar behoorlijk wat zand lag. ‘Een beetje stofzuigen hier is toch niet teveel gevraagd’, mopperde hij. ‘En dan moet ik ook steeds rekening houden met de Tour de France’ ging hij verder, doelend op de grote groepen wielrenners die de wegen behoorlijk onveilig maken voor de overige weggebruikers. Ja, ik heb me weer prima geamuseerd vanmorgen. Straks nog een feestje. Het kan niet op vandaag.

Nóg een rondje Dordt

De Grote of Onze Lieve Vrouwekerk in het historische centrum van Dordrecht lijkt me zeker een bezoekje waard. In de elfde eeuw was hier al een kapel. Het oudste deel van de kerk is het Mariakoor met een stergewelf en stamt uit de dertiende eeuw. Maar wij kwamen er helemaal niet toe om de kerk van binnen te bezichtigen, dat houden we nog te goed. De laatste twee dagen leverden geen blogwaardige foto’s op, vandaar dat ik nog een beetje blijf hangen in Dordrecht waar we dinsdag rondliepen. Het levert een echt Hollands beeld met stralende zon en het is een aangename stad met al zijn havens waar onze welvaart in de vorm van al die boten, tegen de kades klotst. Je zou er zó een hele week blogs aan kunnen wijden maar dat gaan we dus niet doen.

Buitenkunst

Elke zichzelf respecterende stad heeft tegenwoordig muurschilderingen. Zo ook Dordrecht waar ik afgelopen week bij de parkeergarage Spuihaven wachtte op de wijnboer die de auto daar had geparkeerd. Power to the people heet dit kunstwerk dat me aan Escher doet denken. Het zal wel te maken hebben met het internationale karakter van dit soort kunst dat de voertaal daarin Engels is, maar van mij hoeft dat niet. De kunstenaar heet Johan Moorman en hij heeft deze raamloze muur fraai beschilderd. De twee stalen constructies passen mooi in het werk. Wie meer van dit soort kunst wil zien kan een Street Art Tour volgen waarin alle 16 muurschilderingen van Dordrecht zijn opgenomen.

Warm weerzien

Daar zaten we dan. Heel riant in de Hollandse achtertuin bij onze vrienden die we uit Italië kennen en met wie we druiven plukken, wijn maken én drinken. Nu we toch in NL zijn was dit een mooie gelegenheid om een deel van hun witte wijn 2020 af te leveren. Er werd geproefd, genipt en héél tevreden gedronken. Belangrijker was nog dat we elkaar eindelijk weer eens zagen want door Corona en andere omstandigheden was dat te lang geleden.

En eindelijk kun je elkaar ook weer hartelijke begroeten. Mijn nieuwe kusbeleid is dat ik liever een dikke knuffel geef dan de verplichte drie zoenen uitdeel. Zo denken onze vrienden er ook over. Kijk wat ze ons nog meegaven; een Alblasserwaardse Maatjeskaas. De herwonnen vrijheid na onze vaccinaties maakte de knuffels mogelijk en we deden dat alle vier maar al te graag.

Tuinromantiek

Huis van Gijn heeft ook nog eens een beeldschone binnentuin. Twee dagen geleden was er verse beplanting aangebracht, van die lekker ouderwetse dubbele begonia’s in de kleuren rood en geel. Die ik vergat op de foto te zetten maar ja, we zaten daar ook zo heerlijk aan de koffie dat het er niet van kwam. Wél fotografeerde ik het houten prieel dat in 2004 gereconstrueerd is naar foto’s uit 1904. De oude rozensoorten zijn deels ook identiek aan de variëteiten die Van Gijn in 1882 liet planten. Er was een kwiek rondstappende dame die ons bediende. Ze vertelde, nadat ik haar vroeg of ze haar stappenteller aanhad, dat ze wel veertien kilometer per dag door de tuin en het restaurant draafde. Simon van Gijn sleet zijn laatste jaren in een fluwelen rolstoel. Een groter contrast kon ik niet bedenken in die tijdloze tuin.

De eerste keer

Toen we op 12 maart 2020 terug reden na een museumbezoek in Dordrecht hoorden we op de autoradio dat alle musea vanaf dat moment gesloten werden. Wij trokken als het ware de musea achter ons dicht. Vandaag was het eindelijk tijd voor ons eerste museumbezoek nadien en daarvoor kozen we opnieuw Dordrecht uit. Huis van Gijn opende in 1925 de deuren nadat de laatste bewoner Simon van Gijn had bepaald dat zijn woonhuis met verzamelingen opengesteld zou worden voor publiek. In die bijna honderd jaar bleef veel ongewijzigd en omdat ik erg van huizen en hun inrichtingen hou, liep ik te smullen in het pand waar de eigenaar zich direct weer thuis zou voelen als hij terugkeerde.

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik de huiselijke zaken nog interessanter vind dan de kamers en vertrekken die bedoeld zijn om te imponeren. De badkuip en de canapé waarop de schone borden van meneer liggen, de was en mangelkamer; je ziet in gedachten de bedienden er hun werk doen. En wat te denken van de voorraadkamer naast de bijkeuken? Alle uurwerken in het grote pand aan de Nieuwe Haven tikken. Ze tikken de tijd weg, de onbewoonde honderd jaar, de Coronastille periode en de meer dan dertig jaar die er tussen ons eerste bezoek aan dit museum en vandaag zitten.

Klappen en juichen

Het bleef de eerste helft lang stil in de catacomben bij ons thuis. Pas in de tweede helft kwamen er wat juichkreten naar boven en uiteindelijk bleek het Nederlands voetbal elftal de eerste wedstrijd op het EK gewonnen te hebben, hoorde ik aan het enthousiasme van de wijnboer. Mij boeit het nog niet zo. Ik denk dat we in dat opzicht een beetje lijken op Lex en Max die gisteravond de feestvreugde ook elk op eigen wijze lieten blijken. Gaandeweg het toernooi ga ik enthousiast worden, schat ik in. Wat ik dan weer wél geinig vond was de versiering in de straten hier heel dichtbij. Dan heb ik het niet over de oranje vlaggen maar over de klaprozen. Daar ga ik heel hard van juichen en klappen.

Alleen met de dieren

Klokgelui was het enige en verder was het doodstil in de Delftse Hout rond negen uur vanmorgen. In mijn eentje maakte ik een kleine wandeling, terwijl de andere drie een groter rondje liepen. Ik genoot van het vogelgezang en ander dierengeluid. Alleen de stenen uil van Uylenburg zat doodstil en enigszins door erosie aangetast op zijn zuil.

Deze eend stoof snaterend weg toen ik het slootje passeerde. Met de slak voel ik me verbonden waar het gaat om het tempo van verplaatsen. Hoog in de wat kale berk zat een behoorlijk grote vogel een klein bescheiden geluid te produceren. Vogels herkennen aan hun uiterlijk is al een hele kunst maar als ik het moet doen met alleen het gezang, dan bak ik er niets van. Het toen nog lege terras, herkende ik wél ogenblikkelijk. Ons zondagochtendclubje werd door de bediening uiteraard ook direct herkend. Wat is dit toch een perfect begin van de zondag. En wat was het láng geleden dat we dit deden.

Routinematig

Onze zaterdagse routine in Delft is dat we naar de Choorstraat lopen om daar de boodschappen te doen. De veertien dagen die wij weg waren heeft AH gebruikt om zijn winkel eens grondig te verbouwen. Heel mooi en ruim geworden maar we moesten behoorlijk zoeken en konden bepaald niet routineus ons gebruikelijke parcours afleggen. Dan is het tijd voor een heerlijke kop koffie bij de leukste en lekkerste koffiezaak van Delft, neef Rob genaamd. We kochten een krant want het abonnement is tijdelijk stop gezet en we koersten weer op huis aan. Maar eerst even kijken hoe het met de familie Meerkoet gaat. Er wordt kennelijk nog steeds gebroed, vader en de eerste lichting kinders hebben we helaas niet gezien. Wél liet de zon zich langzamerhand meer zien, de rest van de dag brengen we daarom maar door op het minibalkonnetje. In tegenstelling tot het Italiaanse erf is er geen onderhoud te verrichten, dus het zit reuze rustig.

Heen en terug

De studenten aan de overkant zitten nog in de late avondzon aan de rand van hun openbare zwembad. Ik maakte gisteravond deze foto. Jawel in Delft. We hadden een beetje dringende reden naar NL te gaan. Eenmaal onderweg in de auto kreeg ik in Noord Italië via de zussen-app ook nog eens te horen dat het niet zo lekker met mijn moeder ging. In die zin was het dus goed dat we al onderweg waren. Nu, een dag later, zijn beide zaken niet meer zo urgent gelukkig, mijn moeder knapt weer op. Volgende week viert onze schoonzoon zijn vijftigste verjaardag, daar zullen we ook bij kunnen zijn. Dus hoewel we met pijn in het hart Caldese verlieten, is het goed om weer even in NL te zijn. En wat is het hier lang licht ’s avonds! Dat gaan we maar eens volledig benutten met avondwandelingen.