Zo vliegen 24 uur snel voorbij

Alsof we op een Frans binnenpleintje te gast waren gisteravond. We zaten bij vrienden in de tuin en kregen heerlijk Italiaans getinte maaltijd voorgeschoteld in een gastvrije ambiance die zich niet laat vangen op de foto. Enfin, jullie kennen dat wel: bijpraten, lachen, herinneringen ophalen, boekentips uitwisselen, naar elkaars kinderen vragen en nog zo meer.

Eenmaal thuis keken we nog naar een aflevering van Anne with an E , een Netflix serie waar we inmiddels helemaal door gegrepen zijn. Voor wie nog op zoek is naar een lief, romantisch verhaal in het Canada van eind negentiende eeuw, een aanrader.

Vandaag ging ik aan de slag met een zus die voor een bepaald project foto’s van haar zelf nodig had en dat graag deed in het decor van ons trappenhuis. We hebben reuze lol gehad en uiteindelijk deed ze ook een shoot met mij in de hoofdrol. Daar kan ik altijd minder om lachen maar vooruit, ik laat er hier een zien.

Beeldspraak

We zaten zondag bij de Posthoorn, een beroemd café aan het Voorhout in Den Haag. We zaten er met onze vrienden heerlijk aan de koffie toen mijn oog viel op een beeld aan de kop van het schelpenpad, schuin tegenover de regeringsgebouwen. Het staat er sinds 2017, mij was het nog nooit eerder opgevallen. Links zien we, in marmer uitgevoerd Thorbecke en rechts in glanzend staal drie moderne ambtenaren. Thorbecke is de ontwerper van onze grondwet dus een standbeeld in Den Haag op deze plek is in feite logisch. De connectie met het heden is op een bijzondere manier uitgebeeld. Onze vrienden staan weerspiegeld in de rechter kolom van het beeld. Ook wel een mooie gedachte want zo zien we het fundament van onze vriendschap bekrachtigd.

Beeld gemaakt door Thom Puckey

Vervolgens liepen we ook langs de fraaie gevels van de prachtige huizen aan het Voorhout. Daar hing aan een pand onderstaand schild. Ook al een mooie manier om het slavernijverleden waarin Nederland een rol heeft gespeeld, naar het heden te halen via de woorden van Nelson Mandela.

Warm weerzien

Daar zaten we dan. Heel riant in de Hollandse achtertuin bij onze vrienden die we uit Italië kennen en met wie we druiven plukken, wijn maken én drinken. Nu we toch in NL zijn was dit een mooie gelegenheid om een deel van hun witte wijn 2020 af te leveren. Er werd geproefd, genipt en héél tevreden gedronken. Belangrijker was nog dat we elkaar eindelijk weer eens zagen want door Corona en andere omstandigheden was dat te lang geleden.

En eindelijk kun je elkaar ook weer hartelijke begroeten. Mijn nieuwe kusbeleid is dat ik liever een dikke knuffel geef dan de verplichte drie zoenen uitdeel. Zo denken onze vrienden er ook over. Kijk wat ze ons nog meegaven; een Alblasserwaardse Maatjeskaas. De herwonnen vrijheid na onze vaccinaties maakte de knuffels mogelijk en we deden dat alle vier maar al te graag.

Wijn verwerken

Nadat we vrijdag de wijn hadden opgehaald bij de coöperatie moest er thuis geproefd en vergeleken worden. In oktober vorig jaar was namelijk de andere helft van de witte wijnoogst door mijn wijnboer zelf geperst en behandeld. Die hoeveelheid had al die tijd in een groot vat staan wachten op onze terugkeer. Wij vonden de zelfgemaakte wijn lekkerder, voller van smaak en met meer nuances dan de door de coöperatie gemaakte wijn. Maar het kan zijn dat we bevooroordeeld zijn. Die wijn, die uit de wijngaard van onze vrienden komt, werd gebotteld, gekurkt en van etiketten voorzien. Nieuw dit jaar zijn de capsules, die om de flessenhals heen gesmolten worden.

De rode wijn die we ophaalden bij de coöperatie is volgens de wijnboer voor verbetering vatbaar. Daaraan zijn nu wat houtsnippers toegevoegd en dat zou de komende weken de smaak en de intensiteit wat kunnen ophalen. Wordt vervolgd.

De romantiek van het wijnmaken

In oktober vorig jaar leverden we onze rode druiven in bij de wijncoöperatie, het is hier terug te lezen. Ook de helft van de wijnoogst van onze vrienden brachten we er naar toe. Vandaag zijn we ‘onze’ wijn op gaan halen. We overlegden onze bewijsjes en de wijnleverancier liet er een verdeelsleutel op los. Het valt ons altijd tegen. Vervolgens mochten we voor een bepaald bedrag tanken.

Voor de ingeleverde zeventig kilo rood, kregen we vijftien liter wijn terug. De honderdtwintig kilo wit lieten we vullen in een 23 liter fles waarvoor iets bijbetaald moest worden. Slimme rekenaars kunnen nu wellicht de verdeelsleutel berekenen maar daarvoor moet je niet bij mij zijn.

Met twee gevulde mandflessen reden we terug. Terwijl de wijnboer in zijn enthousiasme zes lege van huis had meegenomen. Enfin, toen we vorig jaar om deze tijd de wijnoogst als verloren beschouwden, waren we met dit vooruitzicht tevreden geweest. Dus dat zijn we dan nu ook maar. We kunnen gaan bottelen.

Voortborduren

Mijn moeder schreef haar voor en achternamen, mijn vader zette gewoon zijn handtekening met potlood op ons tafelkleed. Zij deden dat op mijn verzoek. Later borduurde ik hun namen in en na het wassen zag je niets meer van de potloodresten. Zo deed ik dat jarenlang met mensen die bij ons aan tafel zaten. Twee Australische nichtjes, waarvan de jongste nog maar net kon schrijven. Hun ouders staan in hetzelfde hoekje. Echtparen die uit elkaar gingen, mensen die inmiddels overleden zijn, mensen met wie we geen contact meer hebben en mensen met wie we nog steeds bevriend zijn; allemaal zaten ze bij ons aan tafel.

Toen ik het kleed kort geleden in handen had, zag ik dat onze zoon en zijn gezin nooit geborduurd waren, slechts wat vage potloodstrepen waren zichtbaar. Daar ben ik werk van gaan maken, ik kocht borduurzijde en ging aan de slag. Het wordt tijd dat onze dochter en haar gezin hier weer eens komen eten, zij staan er niet eens op! Ik ga deze gewoonte maar weer eens nieuw leven in blazen. Dit tafelkleed biedt nog genoeg ruimte en ik hou er van mensen uit te nodigen voor het eten. Het wordt een kleed vol herinneringen én met de onvermijdelijke vlekken die er niet meer uitgaan. Dat laatste is niet zo belangrijk, daar kan altijd het zoutvaatje neer gezet worden.

Dit mag je niet missen

Van vrienden kregen we dit kleine boekje, dat nadrukkelijk ook bedoeld is om door te geven aan elkaar. Op de achterflap staat: ‘Als er nu één verhaal verteld moet worden, dan is dat het verhaal van Johan van Veen. Ingenieur. Vader van het Deltaplan. Een van de grootste Nederlanders aller tijden. Maar vrijwel niemand die hem kent. Het verhaal van Johan is het verhaal van Nederland. Een verhaal dat sinds de Watersnoodramp van 1953 in de vergetelheid is geraakt, maar door de stijgende zeespiegel relevanter is dan ooit. En dat laat zien: we kunnen de strijd tegen het water opnieuw winnen.’

In deze ‘brief’ wordt de stijgende zeespiegel goed uitgelegd en vooral de noodzaakt tot actie. Ik raad iedereen aan het te lezen. Dat kan zelfs gratis hier. Het is toch rot weer, in minder dan een kwartier lees je het uit dus wat weerhoud je?

Ineens valt het me op

Lang geleden: In de tram op weg naar mijn werk in het ziekenhuis, kreeg een medepassagier een enorme hoestbui. Heel akelig voor de man zelf en voor ons om aan te horen, ik kreeg het er gewoon benauwd van. Toen hij bij het ziekenhuis uitstapte hoopte ik nog even dat hij wat lucht zou krijgen tijdens een behandeling aldaar. Maar het eerste wat de man na het uitstappen deed, was een sigaret opsteken. Ik ken inmiddels niemand meer in mijn familie, vrienden- en kennissenkring die nog rookt. Dát er nog steeds gerookt wordt, bewijst de onderste foto, waar de peuken op de grond liggen naast deze tegel. Het idee voor een rookvrije generatie juich ik van harte toe. Of ik zelf heb gerookt? Ja, tot mijn vijfentwintigste.

Een kleine greep uit een stapel post

De kerstpost lees ik nogmaals door. Veel kaarten bewaar ik of knip in twee voor hergebruik door de kleinkinderen. Zij maken er versieringen van of geven klasgenootjes aan het eind van 2021 een kaartje. De bovenste kaart gaat natuurlijk niet weg, blogvriendin Bertie wist mij hier blij mee te maken. Het omhelzende echtpaar verdient navolging. Wij lijken er fysiek niet op maar die gelukzalige uitdrukking spreekt me wel aan en past ook bij het stel vrienden die deze kaart stuurde. Helaas zijn omhelzingen momenteel niet voor iedereen weggelegd.

Op een andere kaart die we ontvingen, was naast de persoonlijke boodschap nog dit geschreven: ‘Wij mensen hebben de morele plicht om optimistisch te zijn’. Deze zin komt van Karl Propper, een vooraanstaand filosoof uit de twintigste eeuw. Laten we deze boodschap ter harte nemen.

Rondje om de kerk

Zullen we nog even een kleine wandeling maken vroegen onze vrienden nadat we geluncht hadden en enigszins bijgepraat waren. Dat Naaldwijk in het centrum zo’n prachtig stuk geconserveerde historie heeft, waren we bijna vergeten. Vlakbij de Hervormde Kerk ligt het Heilig Geesthofje, deze huisjes voor arme en oude mensen dateren uit 1630. Ook de kapel dateert hoogst waarschijnlijk uit die tijd. De kapel is tijdens de Napoleontische tijd ziekenzaal geweest, later als synagoge in gebruik genomen, een tijdlang streekmuseum en is tegenwoordig trouwlocatie.

Je zal er maar wonen, denk ik altijd als ik dit soort woningen zie. En dat trof want bij het verlaten van dit hofje kwamen we een bewoonster tegen. Met een verse bos bloemen onder haar arm vertelde ze enthousiast dat ze er zo heerlijk woonde. Samen met een nieuwe liefde in haar leven was ze er erg gelukkig, vertelde ze. Van twee huisjes is na restauratie in de zestiger jaren één woning gemaakt. In 2006 werd het beheer van de huisjes overgedragen aan Vereniging Hendrick de Keyser. Nieuwe bewoners kunnen sindsdien niet langer gratis in de huisjes wonen. Ik kreeg niet de indruk dat die mevrouw daar moeite mee had.