Geen familie…of toch?

Lang, heel lang geleden werkte ik in het Nederlandsch Zeehospitium in Kijkduin, een kliniek voor orthopaedie, rheumatologie en revalidatie (ja, ja, oude spelling). Er werkten zo’n tweehonderd mensen en iedereen kende elkaar, het voelde bijna als één grote familie. Via een gezamenlijke vriendin nam een oud-collega contact met ons op omdat ze samen met haar man in de buurt was. Of het leuk was elkaar te ontmoeten en of ik sowieso nog wist wie ze was. Op dat eerste zei ik direct ja, en op dat tweede ‘ja natuurlijk’.

Het was, rekenden we uit, minstens dertig misschien wel veertig jaar geleden, dat we elkaar zagen. En vanmiddag bleek maar weer eens dat als je eenmaal tot de Zeehos-familie hebt behoord, die band weer heel makkelijk aangehaald kan worden. En al zijn de foto’s wat obligaat, ik weet niet hoe ik anders deze gezellige dag zou moeten illustreren.

Club van acht

‘Waar kennen jullie elkaar van?’ vroeg degene die op ons verzoek de foto maakte. ‘We zijn oud-collega’s uit een ziekenhuis’, was het antwoord. Voor het eerst konden we een lunchafspraak maken, de vorige keer, ruim twee jaar geleden, zaten er nog werkenden in dit gezelschap en dineerden we. Dat we inmiddels allemaal – al dan niet vervroegd – gepensioneerden zijn, klinkt ons toch nog vreemd in de oren. En wat hadden we veel bij te praten en wat pakten we de draad weer moeiteloos op. We heten de Club van Acht en dat blijft zo al is er een verdrietige reden waarom we hier maar met zeven zijn. We waren voortdurend in gedachte bij de ernstig zieke vriendin die we hier zo misten. Vriendschap in goede en in slechte tijden.

Toch maar beter van niet…

Eigenlijk had ik vandaag een hele andere invulling zullen hebben. Met acht oud-collega’s was de jaarlijkse lunch gepland die al twee jaar niet is doorgegaan. Dus keken we er allemaal naar uit. We begroeten elkaar vuistelijk en omhelzen niet, had degene die de organisatie in handen had, ons vooraf ge-appt. Maar één uit het clubje bleek deze week toch Corona te hebben, ondanks de vaccinatie. Na wat berichten heen en weer besloten we de lunch af te blazen. Dus had ik ineens alle tijd om vanmorgen door rustig Delft te lopen, naar de HEMA te gaan en een nieuwe broodjes-to-go- zaak te ontdekken in Delfts Blauw verstopt. Ooit gaat het ons lukken om weer met acht bij elkaar te komen maar voorlopig wachten we eerst een persconferentie af …

Heel beschááfd

In een sneltreinvaart komt mijn sociale leven weer op gang. Vanmiddag lunchte ik tamelijk sjiek in Voorschoten met een stel oud-collega’s. Toen ik mijn kleine autootje tussen de bolides in het grind parkeerde, zag ik de een na andere heer uit stappen.

‘De heren lunchen in de serre, voor u en uw gezelschap denken we aan deze zaal, want met deze tien heren kan het misschien een beetje luidruchtig worden’ zei de man die mij als eerste ontving. Niet verkeerd toch, deze zaal? Met een blijmoedigheid die bij onze leeftijd en medische achtergrond hoort, werd in hoog tempo onze gezondheidssituatie besproken, waarna we aan een overheerlijke drie gangen lunch begonnen. De heren in de serre bleven uiterst rustig. En wij ook.

Goed begin

Aanvankelijk reed ik naar de verkeerde locatie want ik wist niet dat restaurant Berg en Dal op een tennispark gelegen was. Daar dronken we koffie en aten een broodje. Ontelbaar aantal jaren zijn we bevriend. De vierde vriendin uit dit groepje van oud-collega’s woont verder weg en is helaas vaak niet in staat om aan te schuiven. Naar haar toegaan is momenteel ook geen optie; ze verzorgt een doodzieke echtgenoot.

Met de afwezige vriendin in ons hart laten we de aardige jonge ober een foto van ons maken. We zijn weer even bijgepraat en stellen vast dat onze week niet fijner had kunnen beginnen.

Bouwplaats, smullen en bijpraten

DSC_0002-001

Wij zaten vanmorgen gezellig aan de koffie bij een oud-collega van mij die de wijnboer ook goed kent.  Met elkaar gingen we naar de plek waar ze volgend jaar een nieuw appartement zullen betrekken. Daarna lunchten we gevieren en aangezien onze contacten beperkt zijn tot twee à drie maal per jaar, was er genoeg bij te praten. Wie ook wat bij te praten heeft, is Cisca. Ze schreef: ‘de eerste sneeuw hebben we hier afgelopen weekend gehad, het was net genoeg zodat Lana een sneeuwpop kon maken. Die pret heeft ze alvast gehad.’  Meer over haar leven in Servië is te lezen onder de button in de zwarte menubalk.

Dierbaar

P1200268

Het is een stoet van mensen die momenteel  in mijn dagelijks leven voorbij trekt. En gezellig dat ik het heb! Vriendinnendag in Heinenoord vandaag. We vergeten soms dat we ooit collega’s waren. De vriendschap bestaat inmiddels al veel langer dan het totaal aantal jaren dat we samen op de kinderafdeling in het Nederlandsch Zeehospitium werkten. In die vorm en op die plek, namelijk in Kijkduin, bestaat het Zeehos niet meer. Maar onze vriendschap dus wel, we staan zelfs in de zelfde tuin als twee jaar geleden. Kijk maar hier.

Oud-collega’s

DSC_0030

Het is vroeg als ik even de stad inloop voor een paar boodschappen. Stil en zonnig. In de verte hoor ik de geluiden van de weekmarkt maar daar kom ik niet aan toe vandaag. Ik ga straks een oud-collega feliciteren met zijn 25 jarig dienstverband en daarna met het clubje waarmee we jaren geleden het bedrijfsblad maakten, een hapje eten. Omdat ik morgen ook al een leuke dagplanning heb, moet ik me tussen de bedrijven door aan huishoudelijke zaken wijden. En niet vergeten een maaltje uit de vriezer te halen voor de heer des huizes die wél hard werkt.