Flipje in Vlaardingen

Bewaren is niet alleen terugkijken, het is ook vooruitzien. Op het moment dat de dingen nog vanzelfsprekend zijn is het moeilijk ze op waarde te schatten. Later, als de tijden veranderd zijn, worden alledaagse voorwerpen bijzondere bronnen van informatie. Dankzij het historisch besef van Jan Anderson is een schat aan materiaal bewaard gebleven die voor jong en oud te zien en te beleven is. Deze tekst staat op de site van het Streekmuseum Jan Anderson. Wij waren daar afgelopen zaterdag samen met vrienden en onze reacties waren eensluidend: ‘dat hadden wij vroeger ook’ of zelfs: ‘ík weet nog hoe het rook’.

Er zijn plannen om na de dood van de rasverzamelaar Jan Anderson (nu 85 jaar) het museum als een soort tijdcapsule te sluiten en pas na vijftig jaar weer te openen. Daar schijnen nogal wat bezwaren tegen te zijn dus of dat doorgaat is maar de vraag. In elk geval keken wij verwonderd rond in deze privéverzameling. Delen uit de collectie worden vaak uitgeleend aan filmproducers en tv-makers. Als er érgens historische attributen te vinden zijn, ook uit de Tweede Wereldoorlog, dan is het wel hier of in de verzamelloods van Anderson. Dit kleine museum is elke zaterdag en de eerste zondag van de maand gratis te bezoeken. Dus ben je in de buurt van Vlaardingen dan zou ik zeker een kijkje gaan nemen.

Biefstuk

Waar eens het legermuseum aan de Korte Geer in Delft was gevestigd, zit nu een restaurant dat vermaard is om zijn biefstukken. Wel eens van Loetje gehoord? Een beetje vleeseter kent die horecanaam vast wel. Ik was nieuwsgierig geworden door publicaties op een Delftse site. Men is lang bezig geweest met het vinden van een goede bestemming van het vrijgekomen legermuseum, er was nog een lockdown te verstouwen maar nu is het eindelijk geopend. Op maandag tot en met woensdag gaat het pas om vier uur open, de andere dagen al om twaalf uur. Vandaar dat, toen ik er rond twee uur vanmiddag stond, nog weinig leven in de brouwerij was te beleven.

Thuis heb ik nog even de menukaart bestudeerd en tot mijn verrassing zag ik kalfslever op de kaart staan. De wijnboer en ik hadden daar onlangs een hele slechte ervaring mee in een restaurantje hier in de buurt. Misschien gaan we voor dat zo specifieke gerecht nog wel eens op een mooie zomeravond op een van de terrasboten zitten. De beroemde biefstuk is aan mij niet besteed maar voor goed orgaanvlees wil ik wel een stukje omfietsen.

Vrouw en macht

Artemisia was een schilderende vrouw in de mannenwereld van het Italië rond 1600. Ze werd opgeleid door haar vader, verkracht door een vriend van haar vader en slechts een van haar vijf kinderen werd volwassen. Een veel bewogen leven dus en een indrukwekkende nalatenschap aan schilderijen.

Een deel ervan is bijeengebracht in een fraaie tentoonstelling in Rijksmuseum Twenthe waar we vanmorgen genietend rondliepen. En omdat we ook op museumgebied aan een kleine inhaalslag begonnen zijn, bezochten we vanmiddag in Ruurlo nog een expositie. Daarover later meer. Artemisia is nog tot 27 maart te zien en wij vonden het de moeite meer dan waard.

Beeldenkas (2)

Wij staan voor pure feministische denkbeelden. We maken korte metten met heren die hun handen niet thuis kunnen houden, las ik op een briefje dat bij dit Rode Leger hing.

Hij wil absoluut geen museum, die Willem Berkhout. Het moet allemaal informeel. In de kas van deze oorspronkelijk bloemenkweker staan her en der zitjes. Er is een eenvoudig zelfbedieningsbuffet waar je voor één euro een kop koffie of thee kunt maken. Of op afspraak een high tea kan gebruiken in een van de zithoeken die tussen de beelden staan.

De wijnboer moest even met het drankorgel op de foto maar soms ook was ik hem even kwijt. Hoorde ik hem ergens lachen want veel beelden zijn humoristisch, hebben een verhaal of een boodschap. Driehonderd beelden staan er inmiddels en de kunstenaar is nog lang niet klaar. Mooi of lelijk is eigenlijk niet aan de orde. Ik hou van mensen die hun passie volgen en eigenzinnig hun gang gaan. En van deze beelden werd ik erg vrolijk. Het dééd wat met ons en daar gaat het met kunst toch om.

Mooi Montone

Het is zo’n plaatsje dat wordt geclassificeerd als één van de tweehonderdvijftig ‘Borghi più belli d’Italia‘. Je laat de auto buiten de stadsmuren staan om via de poort en een trap het ‘çentro storico‘ binnen te wandelen. Het was al zeker tien jaar geleden dat we er voor het laatst waren en opnieuw ervoeren we dit als een openlucht museum.

Het is allemaal heel kleinschalig in het centrum met een postkantoortje, een apotheek, wat horeca en natuurlijk een ijssalon. Op het hoogst gelegen punt kijk je uit over een tijdloos landschap en vloeit alle jachtigheid, zo je die nog hebt, volkomen weg.

De eerste keer

Toen we op 12 maart 2020 terug reden na een museumbezoek in Dordrecht hoorden we op de autoradio dat alle musea vanaf dat moment gesloten werden. Wij trokken als het ware de musea achter ons dicht. Vandaag was het eindelijk tijd voor ons eerste museumbezoek nadien en daarvoor kozen we opnieuw Dordrecht uit. Huis van Gijn opende in 1925 de deuren nadat de laatste bewoner Simon van Gijn had bepaald dat zijn woonhuis met verzamelingen opengesteld zou worden voor publiek. In die bijna honderd jaar bleef veel ongewijzigd en omdat ik erg van huizen en hun inrichtingen hou, liep ik te smullen in het pand waar de eigenaar zich direct weer thuis zou voelen als hij terugkeerde.

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik de huiselijke zaken nog interessanter vind dan de kamers en vertrekken die bedoeld zijn om te imponeren. De badkuip en de canapé waarop de schone borden van meneer liggen, de was en mangelkamer; je ziet in gedachten de bedienden er hun werk doen. En wat te denken van de voorraadkamer naast de bijkeuken? Alle uurwerken in het grote pand aan de Nieuwe Haven tikken. Ze tikken de tijd weg, de onbewoonde honderd jaar, de Coronastille periode en de meer dan dertig jaar die er tussen ons eerste bezoek aan dit museum en vandaag zitten.

Onze eigen galerie

Dit soort weer noem ik ook wel museumweer. Nog even en we mogen en kunnen weer. Ik heb al een lijstje van tentoonstellingen die ik graag wil zien al kan ik dat nu even niet terug vinden. Ha, ha, dat krijg je er van als je van lijstjes aan elkaar hangt. Een stad bezoeken, op een terras kunnen lunchen en dan ook een museumpje pakken, ik verlang er inmiddels hevig naar. Gelukkig hangen er in de centrale hal nog twee kunstwerken waar ik dagelijks een blik op kan slaan en die ik hier nog niet heb laten zien. Vooral het Rococo trio spreekt me wel aan.

Rondje om de kerk

Op twaalf kilometer vanaf Delft ligt het plaatsje Maasland. Centraal staat daar de Oude Kerk die al in 1400 gebouwd is. Een rijksmonument uiteraard. We liepen letterlijk een rondje om de kerk en kijk nou toch, wat een leuke huizen, autovrije straten en beeldschone doorkijkjes.

Er wonen nog geen zevenduizend mensen én wat huisdieren natuurlijk. Het riviertje de Gaag stroomt dwars door Maasland, dus aan bruggetjes geen gebrek. Het was er uitgestorven. In een wat grotere stad doet dat meteen erg doods aan. Nu hadden we meer het gevoel dat we door een openlucht museum liepen. Er is ook een echt museum, een heel aantrekkelijk museum bovendien maar daar kom ik morgen nog op terug.

Drechtoevers

Je moet het maar nét weten te vinden, dit beeldenpark in Zwijndrecht. In 1996 werd het geopend door Koningin Beatrix en zoals bekend, heeft zij wel wat met beelden. Geen idee wat zij van bovenstaande scheepswrakachtige stukken vindt maar , afgezien van dit geplooide stuk, kan het mij niet echt bekoren. Dan vind ik deze constructie aangenamer omdat het mooi als passe partout kan dienen voor de skyline van Dordrecht aan de overkant. Het park is bedoeld als levend museum aan het rivierensnoer van de Oude Maas, Beneden Merwede en de Noord aldus de site van Drechtoevers.

De liggende vrouw en het werk dat aan een blad van de ginkgo boom doet denken, vind ik persoonlijk dan wel weer aardig. Dankzij onze kleindochters leerden we dit park kennen en ik ben vast van plan om de komende periode op zoek te blijven gaan naar voor mij onbekende stadsparken.

In Bethlehem

Je hoeft natuurlijk niet persé naar Gorinchem om boeken te kopen. Maar nu we een paar dagen in dit vestingstadje verblijven en we bovendien hoorden van een vriendin dat hier in een historisch pand de literaire boekhandel de Mandarijn gevestigd is, maakten we gisteravond al een afspraak voor een bezoekje vandaag.

Jarenlang was hier een museum in het oorspronkelijk als patriciërswoning gebouwde pand. De naam Dit is in Bethlehem komt van een beeldhouwwerk dat de gevel siert in de vorm van een kersttafereel. Met de eigenares van de boekwinkel hadden we een leuk gesprek. Sinds kort is ook de Historische Vereniging Oud Gorcum vertrokken uit dit hoge pand. De boekhandelaarster doet nu een voorstel om er (voor) leeskamers van te maken, schrijflessen te gaan geven en soortgelijke activiteiten. Het lijkt mij een uitstekend plan want de lees- en schrijfvaardigheid van de jeugd holt hard achteruit, is onlangs nog weer eens vastgesteld. Wij kochten er drie boeken, daar kom ik binnenkort nog wel eens op terug. Ze liggen mooi te zijn op de sitetable in ons sfeervolle tijdelijke appartement.