Siena

In 1988 waren we voor het eerst in Siena. En voor het laatst trouwens ook. We reisden toen met onze Australische familie door Europa om in Rome te eindigen. De vier meereizende kinderen waren tussen de acht en veertien, het was augustus, het was snikheet. Het werd tijd om de stad nogmaals te bezoeken dus. De Duomo, de dom, liet ik al zien. Maar wie Siena bezoekt kan natuurlijk niet om het Piazza del Campo heen. Het schelpvormige plein is vooral bekend vanwege de paardenren waarbij gestreden wordt om de Palio (het vaandel). Sinds 1633 wordt dit spektakel twee keer per jaar gehouden.

Het Palazzo Publico werd in 1310 gebouwd als paleis en is tegenwoordig Gemeentehuis en museum. Ons verzadigingspunt wat kunstkijken betreft was met een bezoek aan de Duomo al bereikt, dus we bekeken dit prachtige bouwwerk met de elegante toren alleen van de buitenkant. En mensen kijken hè. Ook altijd fijn. Mensen die zomaar gaan zitten op dit plein en de schoonheid ervan op zich in laten werken. Of een beetje gaan spelen. Wij hielden het bij kijken, lopen, foto’s maken en herinneringen ophalen.

Alleen de vlag is niet mooi

Het Noordbrabants Museum in Den Bosch was een aangename ontdekking voor ons. Zó groot en uitgebreid dat we nog maar eens terug moeten. We zagen werk van Nederlandse schilders die in Italië waren opgeleid, er was een tentoonstelling met meesterwerken uit Wenen, een opvallende expositie van de Chinese kunstenaar Shao Fan, een fraaie eigen collectie met onder andere werk van Jan Sluijters én nog een afdeling die speciaal aan Brabants erfgoed was gewijd. Te veel dus voor één dag. Het vroege werk van Van Gogh hebben we uiteraard bekeken en we troffen het dat er heel recent een kopstudie is aangekocht. Daar werd ter plaatse door een museummedewerker uitvoerig over verteld, interessant. Met een geweldige museumwinkel, een goed restaurant, een fraaie binnentuin en een prima Coronabeleid, was het er goed toeven. Voor ons is dit een perfecte manier van samen een dagje uit als het regent.

Jan Sluijters

Mijn valkuilen

Als ik bij de supermarkt een gratis tijdschrift zie liggen met recepten (en een heleboel reclame) neem ik dat mee naar huis. Vrijwel altijd máák ik daaruit ook wel een gerecht dat me aanspreekt. Vaak met smakelijk resultaat. Maar dan, hè. Overtypen en opbergen in mijn receptenmapje op mijn laptop? Uitknippen en bewaren? Komt nooit wat van. Tot er zo’n belachelijke stapel ligt die ik moeiteloos wegkieper want teveel werk om het allemaal nog eens door te spitten.

Als blogger is het handig om wat extra informatie mee te nemen vanuit het museum. Of alvast een folder van een tentoonstelling die nog komen gaat. Een evenement dat beslist de moeite waard is. Dat soort dingen hoopt zich op in een mand naast mijn bureau. Hoppa. Weg ermee. Dit is de tijd van opruimen en goede voornemens.

Maar een beetje hardleers ben ik wel.

Jeneverstad

Toen ik bij mijn vriendin aan de koffie zat, was dit mijn uitzicht. Dat smaakte extra goed. Ze woont recht tegenover het Stedelijk Museum Schiedam, dat is onderscheiden als het meest klantvriendelijke museum van Nederland in 2019. Ik heb er ook op gestemd met in het achterhoofd de mogelijkheid tot het winnen van de hoofdprijs onder de inzenders; een reis naar New York. Daar zouden we dan samen naar toe gaan. Ach, een dagje Schiedam is ook leuk.

Met ons rug naar het museum kijk je zo richting haar huis. Om de hoek liggen prachtige oude boten in de haven. Dat we tussen het bijkletsen door, ook nog tijd maakten even het museum te bezoeken, is eigenlijk een wonder. Ik kom er nog op terug. Ik moest haast maken om vóór de files rond Rotterdam weer naar Delft terug te rijden. Dat lukte binnen een half uur. Welbesteed dagje!

Drie generaties

Er zijn op dit moment nogal wat tentoonstellingen die mijn belangstelling hebben. We begonnen vandaag maar eens met die in Alkmaar waar vader, dochter en kleinzoon Toorop in een gezamenlijke expositie te zien zijn.

Dit grote doek van Jan Toorop is een ode aan drie generaties. De knoestige Zeeuw die hier de kijker aanstaart, maakt indruk. Op de achtergrond spetteren wat jonge meisjes aan de vloedlijn. De zon schijnt op dit schilderij en ja, daar val ik dan voor.

De twee andere leden van de familie komen in volgende blogs voorbij. Ik ga eens kijken of ze bij de musea die nog op mijn lijstje staan, ook toepasselijke koekjes bij de thee serveren.

Cadeau

Voor zijn verjaardag had de jeugdvriend van de wijnboer nog een cadeautje tegoed. Dat werd iets cultureels en iets smakelijks. In het voortreffelijk Italiaans restaurant il Peperoncino in Delft, deelden de vrienden na het eten hun dessert. Is dat niet zoet? Vóór die tijd bezochten we met z’n vieren de tentoonstelling van Pieter de Hooch in het Museum Prinsenhof. Deze tijdgenoot van Vermeer legde zich vooral toe op het schilderen van binnenplaatsen en doorkijkjes. Vanuit de hele wereld is er werk van hem naar Delft gebracht.

Zoals dat tegenwoordig heel vaak gaat, was ook de entourage en uitleg over zijn leven en werk mooi en beeldend gedaan. Zelfs de museumwinkel en het restaurant zijn, vanwege het groot aantal verwachte bezoekers, verplaatst. Ik vind dat een hele verbetering. We moesten ondanks onze museumkaart nog wel vijf euro bijbetalen. Maar ja, er waren dan ook kosten nog moeite gespaard.

Tentoonstelling duurt nog tot 16 februari 2020. 

Ontdekt

Dat deze schrijver en rechtsgeleerde in Delft geboren is en ook begraven, dat wist ik wel maar verder ken ik Hugo de Groot toch vooral van zijn spectaculaire ontsnapping in een boekenkist vanuit Slot Loevestein. Ik ontdekte een hofje dat naar hem vernoemd is. Aan het eind ervan siert zijn beeltenis de blinde muur.

In de steeg is verder nog een middeleeuwse stadsplattegrond van Delft te zien en een museumachtige etalage die volgens mij een kamer in Slot Loevestein laat zien.

Samen met zijn vrouw Maria van Reigersbergen kijkt hij me aan met een geamuseerde blik. Zijn standbeeld op de Markt in Delft heb ik talloze keren gezien, deze nieuwe kennismaking vond ik verrassend. Die Hugo!

Ontbijt in een museum

De foto had beter gekund maar mijn bedoeling komt wel over, hoop ik. We kijken hier de ontbijtzaal in van het hotel in Brindisi. Mijn blog over een verrassende ontmoeting daar houden we tegoed, er moeten linkjes in die ik op mijn mobiel niet voor elkaar krijg. Goed, terug naar het hotel waar we vorig weekend verbleven.Door alles in wit- en crème tinten te houden, inclusief de tafelkleden, komt de kunst mooi uit.

Ongesigneerd werk maar wij vonden deze twee schilderijen fantastisch.

Vannacht sliepen we hier. Een echt Duits ingericht hotel. Van een andere orde dus maar ook apart. De eetzaal waar we vanmorgen ontbeten had beslist iets museaals. Morgenochtend ontbijten we in Delft, gewoon weer thuis.

Serieuze kunst

Je blijft omhoog kijken. Op één toegangskaartje konden we vijf kerken bezoeken en overal stonden we met open monden van verbazing te genieten. Ravenna is een belangrijke archeologische vindplaats.Toen de macht van Rome afnam, werd Ravenna in 402 de hoofdstad van het West Romeinse rijk en dat is te zien.

Ook de vloeren deden mee in de pracht en praal. Bij vloeren denk ik sowieso aan al die voetstappen die er in de loop der eeuwen zijn gezet. Van mensen met harten vol vreugde of verdriet. Je voelt er de geschiedenis het meest tastbaar.

Pas sinds 2002 is het Domus dei Tappeti di Pietra te bezichtigen, waarvan deze twee kleine afbeeldingen afkomstig zijn. Het staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco en wordt bovendien prachtig gepresenteerd, drie meter onder straatniveau, liggend onder een eenvoudige kerk waaraan je zo voorbij zou lopen. Ravenna dus. Het bleek een verrassende stad waar we ons bijzonder goed hebben vermaakt.

De burgemeester van Buren

Tamelijk onverwacht hadden we gisteren niets anders op ons programma staan dan de polderwandeling. En omdat we een drukke periode tegemoet gaan, vonden we een ontspannen dag in de bloeiende Betuwe wel een goed idee. Met als einddoel Buren, de Oranjestad.

Het is bijna een openlucht museum. Mooie schilderachtige straten, leuke kleine winkels, een galerie en een fraaie molen.

Dat Buren er nu zo fraai uitziet is te danken aan de voortvarende burgemeester Van Sandick.

Wat een geluk dat deze gemeente niet is plat geschoven zoals een ambtenaar uit Den Haag adviseerde. In een curiosawinkel kocht de wijnboer iets fraais, waar ik volgende week of zo, nog wel op terugkom. We dronken er thee, deden een plas en lieten Buren net zo fraai achter als het was.