Drie boeken door elkaar

Op mijn nachtkastje ligt nog steeds de Nachttrein naar Lissabon. Ik ben op de helft en heb de vaste wil het helemaal uit te lezen al boeit het me maar matig. Tussendoor kwam de Rat van Amsterdam van Pieter Waterdrinker op mijn pad. Dat lees ik op mijn e-reader. En toen vond ik in de boekenkast van mijn ouders de Gelukkige Klas dat ik even tussendoor lees. Vraag me af of meer mensen dit doen, gewoon drie boeken door elkaar lezen? ik maak er geen gewoonte van maar soms gebeurt het.

Het boek van Theo Thijssen is een heruitgave uit 2007 van het CPNB ter gelegenheid van Nederland Leest. Met dat verhaal (uit 1926) ben ik terug in de tijd en zit weer in de bank op de lagere school. Dat was wel dertig jaar later maar het sfeertje is treffend en de illustraties van Valentine Edelman vind ik geweldig. Propaganda om me aan het lezen te krijgen heb ik niet echt nodig, ik ben meer van alles lezen wat op mijn weg komt.

Al bijna zeventig jaar in dit lijstje

Nu mijn moeder haar grote appartement heeft verruild voor een kleinere inleunwoning blijven er spullen over die uitgezocht moeten worden. Grote en kleine meubelstukken, schilderijen, serviesgoed en wat al niet; het moet een bestemming krijgen. Gistermiddag waren mijn drie zussen en ik in grote harmonie en met het nodige sentiment de achtergebleven goederen aan het verdelen. De peuter op de driewieler ben ik, onze ouders hadden een gigantische hoeveelheid foto’s in lijstjes staan, die niet allemaal meeverhuisd zijn. Inmiddels zijn er meubels op Marktplaats gezet en is er voor de kleinkinderen een uitstaltafel met kleine dierbare voorwerpen waaruit ze een keuze kunnen maken. Dit alles uiteraard in goed overleg met mijn moeder, die na veertien dagen al aardig begint te wennen aan de nieuwe situatie.

De schoonheid van de regen

Zeven minuten fietsen betekent voor mij als snel een half uurtje lopen. Dus toch het fietsje maar genomen voor het tandartsbezoek. Het motregende. Waardeloos, want je wordt er evengoed behoorlijk nat van. Toch maar even afgestapt bij de Oostpoort want daar liep een verse familie Nijlganzen met tien koters. Dichterbij komen lukte niet, daar zorgden de ouders wel voor.

Met natte brillenglazen, mijn capuchon diep over mijn hoofd en een nat fietszadel, vervolgde ik mijn weg naar huis. Maar ik zag dat de beregende klinkers wél fotogeniek zijn. Ik zelf leek meer op een verzopen kat.

Feest in Het koepeltje

De wijnboer moest iets in Voorburg afhandelen. Voor de gezelligheid ging ik mee, even een andere omgeving trok me wel aan. Omdat we er jarenlang hebben gewoond leek het ons ook leuk om een kleine wandeling door het oude centrum te maken op zoek naar sentiment. Dat vonden we bij Brasserie de Koepel, in de volksmond en ook in onze familie bekend als Het Koepeltje. Mijn oma vierde er haar 75e verjaardag en haar grote Friese familie kwam er voor over. Heel veel jaren later vierden wij er zelf onze 25 jarige bruiloft en ook mijn ouders gaven er eens een feestje, ik meen toen ze tachtig werden.

Aan de overkant van Het Koepeltje verscheen nieuwbouw en kijk hoe mooi dat in stijl is gedaan. Van een wandeling door de Herenstraat kwam het niet, het begon te stortregenen. Maar mijn feestelijke herinneringen bleven onvermoeibaar opborrelen.

Naar school

Aan het begin van het schooljaar hangen deze schorten in de winkels. Ze zijn bestemd voor jonge kinderen en ze dragen het over de eigen kleding. Het schoolsysteem is hier ook wat anders georganiseerd. Kindjes tussen de nul en drie jaar gaan vaak naar de opvang die hier Asilo Nido wordt genoemd. Van drie tot zes jaar is dan de Scuola dell infanzzia aan de beurt en al die jaren dragen de kinderen dit uniform. Ik heb in winkels ook zacht groene en licht gele varianten gesignaleerd. Voor de ouders die wat genderneutraler willen zijn, veronderstel ik.

Tussen de spijlen van het hek kon ik vandaag op grote afstand van spelende kleuters fotograferen. Ik vergroot de foto nog even en we zien dat ook de juf een schort draagt. Van een gelikt schoolplein met allerlei voorzieningen is geen sprake maar het vrolijke gekwetter was er niet minder om.

Familie Chabot

Gisteren las ik op mijn e- reader Mijn vaders hand uit. Een maand geleden las ik Hartritme, een boek dat ik vanwege de boekenweek aangeschaft had. Mijn vaders hand gaat over de jeugd van Bart Chabot en de verstoorde relatie met zijn ouders. Het is niet moeilijk om je voor te stellen hoe Bart als kind was. Want ook als volwassen man maakt hij nog steeds een jongensachtige indruk. Ik vond het ontroerend maar vooral ook verbijsterend. Wat een negativiteit vertoonden de ouders ten opzichte van hun zoon.

Hartritme verhaalt over zijn leven en de vriendschappen met mannen als Herman Brood, Martin Bril en Ronald Giphart, afgewisseld met een gezinsvakantie van hem, zijn vrouw en hun vier zonen. In dit boek viel me zijn schrijfstijl niet altijd mee. Op de een of andere manier vind ik de man erg sympathiek en las daardoor beide boeken met veel interesse. Nu staat ook Confettiregen van Splinter Chabot, zijn zoon, nog op mijn wensenlijstje. Dat boek bereikte nummer 1 in de Regenboog top 100 aller tijden (een lijst met lhbti-boeken).

Zorgzaam

Deze vogelverschrikker jaagt hopelijk de meeuwen weg zodat de baby meerkoetjes rustig kunnen opgroeien en niet opgegeten worden. Op een geplastificeerd A4tje werd mij, argeloze passeerder op weg naar de kapper, verteld wat hier aan de hand is. Natuurlijk keek ik even in het nest. Daar zag ik drie donsjes én het achterste van een van de ouders die net een duik nam op zoek naar voedsel voor het kroost. De andere ouder en spruit nummer vier zwommen een eindje verder weg.

Het is een tamelijk keurig nest, zonder veel zichtbaar plastic afval. In de NRC van gisteren las ik dat Auke-Florian Hiemstra promoveert op zwerfafval als bron van nestmateriaal bij meerkoeten. Hij is op zoek naar burgerhelpers die een nest een tijd willen volgen. Het is dat we over een week vertrekken naar verre oorden, maar anders had ik me graag aangemeld.

En ik ging zo tevreden van huis

Er moest iets opgehaald worden in het Haagse Statenkwartier. Dan kunnen we aansluitend wel even in de Scheveningse Bosjes gaan wandelen, was het idee. Ik begon al op het Statenplein een eerste foto te maken. Toen één in de bosjes.

Door de bomen heen zag ik links de villa’s aan het Van Stolkpark. Zien jullie ze ook? Misschien is het toch wel leuker en afwisselender daar te gaan lopen dan al weer in een groenstrook in de stad.

Dus vergaapten we ons aan dit soort huizen. Met mooie veranda’s, grote tuinen en veel alarminstallaties. Mijn ouders riepen vroeger dan steevast ‘…en ik ging zo tevreden van huis’. Als grap, hè. ‘Je mag trouwens wel inwonend personeel hebben om de boel binnenshuis een beetje knap te houden als je zo wilt wonen’, zeiden we tegen elkaar. En heus, op het zelfde moment zagen we een Aziatische mevrouw met een poetslap de balkonrand schoonmaken. Wij keerden in elk geval weer zéér tevreden naar huis, waar de wijnboer zo lief was even de woonkamer te stofzuigen.

Let op de hond en zijn baas

Nu het clubhuis van de roeivereniging niet bezocht mag worden, staan op zondagochtend ouders van jonge roeiers langs het kanaal te kijken en te babbelen. Of ze oog hebben voor de prachtige bloesem van de Japanse Kers kan ik niet beoordelen. Ik geniet er nu dagelijks van. Mij viel ook de houding van de hond op. Zou de baas het ook zien? Ik hoefde me geen zorgen te maken, er werd actie genomen. Op zonnige dagen zitten en liggen hier mensen in het gras, vooral zij zullen een poeploos veldje erg waarderen. Ik maakte ook nog maar een foto van de uitbottende zomerlinde vlak voor ons huis. Nog éven en ons zicht naar de Vermeerstraat is volledig verdwenen. Altijd wat te beleven hier.

Voortborduren

Mijn moeder schreef haar voor en achternamen, mijn vader zette gewoon zijn handtekening met potlood op ons tafelkleed. Zij deden dat op mijn verzoek. Later borduurde ik hun namen in en na het wassen zag je niets meer van de potloodresten. Zo deed ik dat jarenlang met mensen die bij ons aan tafel zaten. Twee Australische nichtjes, waarvan de jongste nog maar net kon schrijven. Hun ouders staan in hetzelfde hoekje. Echtparen die uit elkaar gingen, mensen die inmiddels overleden zijn, mensen met wie we geen contact meer hebben en mensen met wie we nog steeds bevriend zijn; allemaal zaten ze bij ons aan tafel.

Toen ik het kleed kort geleden in handen had, zag ik dat onze zoon en zijn gezin nooit geborduurd waren, slechts wat vage potloodstrepen waren zichtbaar. Daar ben ik werk van gaan maken, ik kocht borduurzijde en ging aan de slag. Het wordt tijd dat onze dochter en haar gezin hier weer eens komen eten, zij staan er niet eens op! Ik ga deze gewoonte maar weer eens nieuw leven in blazen. Dit tafelkleed biedt nog genoeg ruimte en ik hou er van mensen uit te nodigen voor het eten. Het wordt een kleed vol herinneringen én met de onvermijdelijke vlekken die er niet meer uitgaan. Dat laatste is niet zo belangrijk, daar kan altijd het zoutvaatje neer gezet worden.