Uitzicht

Zomaar even een paar foto’s bij elkaar gezet die ons landelijk sfeertje weergeven. Ik geloof hier nog steeds in de zomer, vandaag is het onbewolkt en 26 graden. De twee linker bomen in Gubbio proberen mij met herfstkleuren een andere richting op te duwen maar daar trap ik niet in.

Op ons terrein is het groen alom aanwezig. Ons aanrijpad werd hier en daar bijgevuld met steentjes omdat regenval de grond had weggespoeld. Als je op de foto klikt zie je misschien de wijnboer en onze hulp bezig.

We reden gisteren achter een trekker en vanuit de auto kon ik deze foto maken. De hond zat rustig in de bak achterop en zijn riem was voor alle zekerheid vastgemaakt. Wij tuften er kalmpjes achteraan. De hond genoot van het uitzicht. Wij ook.

Eindeloos

De strandopgang in ’s Gravenzande waar wij gedurende de twee feest weken meermaals gebruik van maakten, heet Vlugtenburg. Er zijn diverse strandpaviljoens, één ervan heet Zomertijd, een mooi gekozen naam en met dit prachtige beeldmerk.

Vlak vóór Slag Vlugtenburg liepen we door de duinstrook en dan denk ik altijd: hoezo drukke Randstad?

Rond een uur of zes wordt het zélfs op een snikhete dag rustig op het strand. Nou ja, er loopt nog wel een klein drommetje mensen richting hun fiets of auto als tegen half negen de meeste badgasten écht weg gaan. Als geboren Scheveningse verlang ik altijd weer naar de kust, maakt me niet uit waar. Het ruimtelijk effect, de geluiden, de zee; ik kan er eindeloos van genieten.

Karren maar!

Dicht bij ons tijdelijke huis staan twee oldtimers. Ik kwam er langs op die éne regendag sinds weken, namelijk gisteren. Dus heel uitgebreid ben ik er niet voor gaan staan. Ik vind het leuk om een Rolls of Chevrolet te zien en nog leuker lijkt het me om er als passagier in te rijden maar verder gaat mijn belangstelling absoluut niet. Geef mij maar een fiets.

De kunst van het wegdoen

Vijftig jaar geleden waren we ons eerste huisje aan het ’t inrichten. Bij Hulshoff in Den Haag kochten we een witte ronde tulptafel, vier rode Thonetstoelen en een rode Thonet kapstok. De stoelen en de tafel zijn al lang ter ziele, de kapstok staat – wit geverfd – in onze badkamer. Ik was bezig de verfresten weg te schuren om de kapstok blank te maken toen ik ontdekte dat er in de rond gebogen ondersteun een grote scheur zat. Ineens bedacht ik dat de kapstok zijn langste tijd wel heeft gehad en dat ie weg mag. Gisteravond zetten we het ding al buiten de deur. Zelfs een schattig buurkatje op de achtergrond heeft het gezien.

De wijnboer schroefde vier leuke letterhaken in de muur, haken die ik in mijn eigen kast vond tijdens een opruimronde. Daar hangen voortaan de werkkleertjes aan als we niet aan het werk zijn.

Bij het in de auto tillen van de kapstok zei ik dat het toch een beetje aan mijn hart ging. De wijnboer rolde met zijn ogen en zuchtte eens diep. ‘Het bovenstuk kan er af en daar kan ik vast nog wel wat mee’, riep ik vertwijfeld. Gelieve niet massaal te reageren dat de scheur in het gebogen hout makkelijk te repareren was want het onderstel is al afgevoerd. Goede ideeën over hergebruik van het bovenstuk zijn daarentegen welkom.

Stoepgroen de luxe

Eén van mijn favoriete straten hier in de buurt is de Van der Mastenstraat. Omdat ie autovrij is en omdat er beeldschone oude huizen staan. En in dit jaargetijde is deze straat zonder voortuinen toch een groene oase.

Ieder plekje is benut en voor deze klaprozen sta ik echt te applaudisseren. Dit formaat in deze kleur zag ik nog nooit eerder. Dank aan de bewoners van het Hofje van Gratie die hier zo liefdevol met stoepgroen in de weer zijn.

Waanzinnig

Omdat we tot twee maal toe in een file terechtkwamen, waren we vanmorgen wat later op onze afspraak in Ede dan de bedoeling was. Na de koffie gingen de mannen belastingzaken afhandelen en de dames, mijn nichtje en ik, zaten op het riante balkon familienieuws en andere belangrijkheden uit te wisselen. We werden getrakteerd op een heerlijke lunch, luisterden naar muziek en praatten nog wat ongedwongen na. Via wat kleine weggetjes reden we weer op de Randstad aan. Maar niet nadat ik nog even de auto uit sprong voor een landelijke foto. Het is op het moment waanzinnig mooi in de natuur maar de tijd om daar langdurig in rond te stappen, ontbrak. Vanuit de auto genoten we er ten volle van. Tot we voor de derde keer vandaag, nu ter hoogte van Reeuwijk, in een file terecht kwamen en ik in de warme auto in slaap sukkelde. Gelukkig was ik de bestuurder niet.

Strakke luchten

Nog vóór we de berg afrijden, spring ik even uit de auto om de besneeuwde bergtoppen van de Apennijnen te kunnen laten zien. De nachten zijn helder en dus flink koud. De dagen zijn gelukkig ook helder, kijk maar eens naar die strakblauwe lucht. Traditiegetrouw doen we de zondagse pranzo buiten de deur, de uitbater komt even een babbeltje maken nadat hij ons al uitvoerig welkom heeft geheten. De zondagsrust doet onze vermoeide lijven goed. We laten de Italiaanse gesprekken aan de tafels links en rechts van ons een beetje voorbij kabbelen en doen geen moeite er iets van te begrijpen. We zijn al blij dat we ‘Green Pass’ uitgesproken met vet Italiaans accent begrijpen en tonen onze QR-code. Ook de mondkapjes zijn hier in winkels, openbare gebouwen en restaurants nog verplicht. We vinden het geen probleem en keren voldaan terug naar ons huis op de berg. In de schone lucht.

Buiten de bebouwde kom

Het was krabben aan de autoruiten toen we vanmorgen op pad gingen. De beschaduwde stukken in de Delftse Hout hadden een prachtig berijpt laagje. Maar dat duurde niet lang, de zon deed al snel zijn stralende werk.

Vrijdag en zaterdag waren we in het oosten van het land en het viel me ogenblikkelijk op dat daar zoveel meer ruimte is dan in onze drukke Randstad met al zijn bebouwing. Horizonnen kunnen zien geeft lucht en de zon maakt alles mooier. Toen ik wat horizonfoto’s maakte in Delft en van genoegen het mos op een muurtje begon te aaien, vond ik dat de zondag weer eens uitstekend was begonnen. Dan laat ik het afschuwelijke wereldnieuws natuurlijk wel buiten beschouwing.

Tussen start en finish

In de auto op weg naar de Bieslandpolder hoorden we op de radio het programma Vroege Vogels. Luisteraars meldden een broedend ooievaarspaar, twee roodborstjes met nesteldrang en de eerste daslook boven de grond. Nou weet ik een plek onder wat bomen waar altijd daslook groeit, dus ik ging maar eens op zoek. De bomen zijn nog kaal maar toen ik samen met mijn zusje, die vandaag mijn kleine rondje mee liep, nog eens goed rondkeek, kon ik verheugd vast stellen dat ook hier de bodem langzaam aan bedekt wordt met daslook.

Als de temperatuur binnenkort wat omhoog gaat en de look in bloei raakt, kunt je het zelfs ruiken. Iets om ons op te verheugen. De oude boomstronk tussen weg en voetpad begint na een paar jaar helemaal uiteen te vallen. Ik zat maar weer eens met mijn neus bovenop de kringloop van de natuur.

Postbodegemak

Aan het landelijke weggetje dat ik gisteren liet zien, is ook een kavel vrijgekomen waarop zes nieuwe woningen gebouwd zijn. Nog niet alles is bewoond en de bestrating is ook niet niet helemaal klaar maar het begint ergens op te lijken. Aan het eind staat een nieuwe hooiberg, misschien een gezamenlijk project van dit kleine buurtje? Een overdekt terras?

Ik ben niet brutaal genoeg om zomaar dat terrein op te lopen want er lijkt nog een soort toegangshek te komen. Voor het gemak van de postbode hangen de brievenbussen wel dicht bij de weg. Lastig als je de krant laat bezorgen. Zit je net lekker met je slofjes aan, regent het pijpenstelen …enfin. De bewoners hebben natuurlijk een digitaal krantenabonnement en die paar brieven die ze soms nog krijgen, pakken ze wel mee als ze met hun elektrische auto de riante oprijlaan inrijden. Weet je wat? Ik ga hoogzomer nogmaals kijken of er een hek is en zo niet dan ga ik op verder onderzoek uit.

Het gebeurt trouwens aan deze weg wel vaker dat huizen achter elkaar in het weiland worden gebouwd. Dat ziet er dan zó uit in de ouderwetse vorm. Het hek is voornamelijk bedoeld om niet in de sloot te belanden.