Schakelen

Nog snel maakte ik een laatste foto van ons groene paradijsje op de berg. Daarna vlogen we vanuit Perugia naar Rotterdam en waren in vijf uur van voordeur in Gubbio tot voordeur in Delft. Dat was gisteren. Vandaag zat ik rond half elf bij die leuke moeder van me aan de koffie. Dit is haar groene uitzicht, het enorme winkelcentrum Westfield in Leidschendam. Men doet er alles aan om in de stadse omgeving groenvoorzieningen te maken. Op het dak van de garages onder het appartement is hertshooi en lavendel geplant en de vakken vlak voor de deur zien er ook goed gevuld uit.

Maar ik zag ook dit. Kreeg bijna de neiging om…Maar nee zeg! Ik had een stel genoeglijke uurtjes met en bij mijn moeder met wie het weer goed gaat. Ik laat dit grind kuisen graag aan een ander over.

Dan maar naar de kerk

In juli en augustus is het tuincentrum niet op zondagochtend geopend. Maar dat wisten we pas toen we voor een gesloten hek stonden. De wijnboer had er graag een nieuwe tijdklok voor het besproeiingssysteem gekocht om dat vanmiddag te kunnen installeren. We waren daardoor vroeger in Gubbio dan we aanvankelijk dachten. Dan maar even de kerk in, het is tenslotte zondag nietwaar? Kijk hoe netjes hier de zitplaatsen zijn gemarkeerd. In plaats van rood-witte kruisen knoopte men witte strikjes aan de kerkbanken. Drie personen per bank is geoorloofd.

Vanuit de kerk kijk je zo dit plein op, waar we bij de tratoria een tafeltje voor twee hadden gereserveerd. Het is vandaag licht bewolkt met een temperatuur van ongeveer dertig graden, dat voelt wat drukkend aan. Een beetje loom van de maaltijd en het weer verlieten we de stad en keerden terug naar onze berg waar we pas aan het eind van de middag weer wat actiever worden.

Bloot

Sinds gisteren is het in Italië niet meer verplicht om op straat een mondmasker te dragen. Maar denk maar niet dat iedereen hier massaal die dingen heeft afgeworpen. De pompbediende die we vanmorgen bij het benzinestation spraken vertelde dat hij het voor de zekerheid nog gewoon draagt. ‘Er zijn hier zoveel doden gevallen, ik ben nog steeds bang’. Ook op de markt liep vrijwel iedereen nog gemaskerd. Op instagram las ik gisteren een kreet van Claudia de Breij: ‘het voelt nog wel onwennig zo in mijn blote mond’. Daar heeft ze wel een punt.

Plantjes in het portiek

Zomaar een charmante straat in Gubbio, maar wel een straat met de welluidende naam Via Dante Alighieri. Bovendien een straat met hier een daar een fraaie portico. Alles ziet er goed onderhouden uit, prachtige houten balken als plafond waarop weer de tegels voor de volgende verdieping liggen. Bij de ene voordeur staan uitsluitend kamerplanten in potten. De ander heeft een rand met roze petunia’s opgehangen. De bewoners doen het vast voor hun eigen genoegen maar hoe aardig is het dat jullie nu ook zien met hoeveel zorg en aandacht deze portieken worden onderhouden.

Achterkanten en meer

Op weg naar onze lunchafspraak liepen we langs deze huizen. Scheve aanbouwsels, een stapel verroeste stoelen; op ons eigen erf wil ik het netter, bij een ander vind ik het wel schilderachtig. Maar goed, daar ging het vanmiddag niet om. We hadden een afspraak met mijn nichtje en haar man, die net als wij deeltijd in Italië wonen. Halverwege onze huizen is de Monte Cuccu en daar zouden we afspreken bij Dal Lepre. Dat restaurant sloot echter op die berg zijn deuren en heropende in Gubbio. Een goede reden om dus dáár met z’n vieren de zondagse pranzo te houden. De familie zat al te wachten, de wijnboer besluipt hen.

Het is zo’n licht bewolkte dag, de temperatuur een graad of zesentwintig, het eten was perfect, de gesprekken genoeglijk en het tevreden gevoel na afloop droop weer van ons af. Kijk, mede voor andere vaste bezoekers van Dal Lepre, dat zijn naam een klein beetje aanpaste, maakten we deze foto. Stralend toch?

Waar te beginnen?

Die vraag is snel beantwoord. In de keuken. We hadden vóór we de berg opreden in Gubbio voor een paar dagen boodschappen gehaald en die moesten worden opgeruimd. De koelkast, die we brandschoon hadden achtergelaten (stekker eruit, deuren op een kier) was kennelijk het knusse winterhuis geweest van een nachtuiltje met z’n hele familie. Overal poepjes en ongezellige sporen. Dus soppen maar. Daarvoor is water nodig en dat moet weer eerst opgepompt worden. Zo loop je de eerste uren behoorlijk te redderen, te dweilen en te stofzuigen.

Dan door naar de slaapkamer. Klamme bedden, dus elektrische deken er voor een paar uur in en toen thee drinken in de tuin in het hoge gras. We ruimden snel wat kasten in en zetten de centrale verwarming aan. Illegale bewoners werden buiten de deur gezet en uiteindelijk doken we zeer tevreden ons bedje in. Dat alles was gisteren. Vandaag maakten we een voorzichtig begin met het buitenwerk. Genoeg te doen.

Mijmering bij de peertjes

Naast de vele kerstkaarten zat er vandaag ook een envelop uit Italië in de bus. Onze buren sturen vaak post door, het zijn vrijwel altijd rekeningen. Vandaag ook. Maar ineens was ik weer in ons huis, waar het nu donker en koud zal zijn. Waar nog steeds wijn in grote mandflessen staat te wachten. In gedachten zie ik onze buurvrouw in haar keuken staan. Hoe groot zal het gezelschap zijn waarvoor zij kookt? Hoe zou het in Gubbio zijn waar de restaurants allemaal gesloten zijn? Ik kwam onlangs een afbeelding op een reisgids voor Umbria tegen met het karakteristieke Palazzo dei Consoli in Gubbio. Daarvan heb ik natuurlijk zelf ook nog wel een tamelijk recente foto. En zo dwaalden mijn gedachten naar die andere plek waar we ons zo thuis voelen en waren de stoofpeertjes in de Delftse keuken inmiddels klaar.

Opmerkelijk

Een beetje luguber is het wel, die halve lijven. Zeker de liggende exemplaren die door de wind omgeblazen waren, doen naar aan. Als ik standhouder was van deze broekenkraam, zou ik er absoluut voor zorgen dat ze met beide benen op de grond blijven staan.

Een ander opmerkelijk tafereel zag ik in deze nis. Onbegrijpelijk om zo je masker weg te leggen want wie pakt dit weer op om het daadwerkelijk weg te gooien? Gelukkig zag ik vlakbij dit beschilderde rolluik. De verlangende houding van de kat en de twee vogels die dicht tegen elkaar aanzittend één front vormen, geven mij het gevoel dat rottigheid weliswaar op de loer ligt maar door samenwerking overwonnen kan worden.

Luie zondagmiddag

Vanmorgen deden we nog wat kleine klusjes nadat we tot half acht uitgeslapen hadden. Dit is voor mij een wonderlijke constatering want ’s winters draai ik me om die tijd nog een keer om. Enfin, na de klusjes en het wekelijkse telefoontje naar mijn moeder, gingen we naar Gubbio om te lunchen. Een beetje klimmend lopen we de warme stad in, passeren hier en daar een mooie doorkijk en worden als oude bekenden begroet bij het restaurant van onze keuze. Na afloop trakteert de wijnboer zich op het onvermijdelijke ijsje en langzaam slenteren we weer door de zelfde straat terug naar de geparkeerde auto. De rest van de dag brengen we luierend door. Het is onze favoriete invulling van een zomerse zondag.

Doorgaan met ademhalen

We komen maar weinig meer in het centrum van Gubbio. Vandaag wel want ik moest hoognodig naar de kapper. Tjonge, wat een maatregelen bij de contactberoepen hier. Mondmasker ophouden tijdens haren wassen, knippen en föhnen. Bij binnenkomst, maar dat is overal, verplicht handen ontsmetten. Mijn kapcape (heet zo’n ding zo?) kwam uit een steriele verpakking, kammen en scharen ook. De kapper vertelde dat veel mensen nog bang zijn en sommigen gaan liever niet de deur uit. Ook zouden veel mensen aan stemmingswisselingen lijden na de langdurige lockdown. Vooral het vele tv kijken in die periode zou de mensen depressief maken. En het wás ook geen al te vrolijk nieuws in Italië. Inmiddels zijn er hier nauwelijks uitbraken, is het R-cijfer 0,5 en haalt men opgelucht adem. Achter het mondmasker.