Het lelijks weglaten

Echt bijzonder is het stadje niet maar een Italiaanse sfeertje heeft Gualdo Tadino wél. Aan de gevel van het gemeentehuis hangen netjes in houders de officiële vlaggen van Italië, de Europese gemeenschap en de Provincievlag. Daaronder zijn aan de balustrade nog de vlaggen gehangen die sympathie en meeleven uitdrukken.

Dan is er ook een straat die bestaat uit traptreden en terrakleurige huizen. En dit allerschattigste groentewinkeltje maakt het beeld voor mij compleet. Hoewel het ook in een Frans of Spaans dorp niet zou misstaan.

We dronken even koffie in de hoofdstraat waar de auto’s zowat over je voeten rijden als je tegen de gevel op een miniterrasje zit. Want de Italiaan wil wel graag vlak voor de deur van het gemeentehuis kunnen parkeren en het kleine plein ervoor staat vol met auto’s. Die ik dan weer niet op de foto zet want ik deel voor de buitenwacht toch liever de idyllische beelden.

Siena

In 1988 waren we voor het eerst in Siena. En voor het laatst trouwens ook. We reisden toen met onze Australische familie door Europa om in Rome te eindigen. De vier meereizende kinderen waren tussen de acht en veertien, het was augustus, het was snikheet. Het werd tijd om de stad nogmaals te bezoeken dus. De Duomo, de dom, liet ik al zien. Maar wie Siena bezoekt kan natuurlijk niet om het Piazza del Campo heen. Het schelpvormige plein is vooral bekend vanwege de paardenren waarbij gestreden wordt om de Palio (het vaandel). Sinds 1633 wordt dit spektakel twee keer per jaar gehouden.

Het Palazzo Publico werd in 1310 gebouwd als paleis en is tegenwoordig Gemeentehuis en museum. Ons verzadigingspunt wat kunstkijken betreft was met een bezoek aan de Duomo al bereikt, dus we bekeken dit prachtige bouwwerk met de elegante toren alleen van de buitenkant. En mensen kijken hè. Ook altijd fijn. Mensen die zomaar gaan zitten op dit plein en de schoonheid ervan op zich in laten werken. Of een beetje gaan spelen. Wij hielden het bij kijken, lopen, foto’s maken en herinneringen ophalen.