Hardop zeggen

Dit is de Bierkade in Den Haag en daar brachten we de koffie-en lunchtijd door. In de zon, op een terras. In goed gezelschap ook! Een groepje vrienden dat elkaar al héél lang kent maar zeer onregelmatig ziet. Op initiatief van de aanstichtster van dit clubje praatten we weer eens uitvoerig bij. Twee van hen gaan volgende week met een zelfgebouwde camper een half jaar door Europa trekken, waarna ze plannen hebben hetzelfde een jaar lang in Amerika te doen. Het mooie was dat de initiatiefneemster het woord nam en vertelde hoe dierbaar onze vriendschap is en ons daarvoor bedankte. Het gebeurt niet zo vaak dat mensen dit soort dingen zo officieel bevestigen maar wat voelt het goed als het over en weer hardop gezegd wordt. Een dierbaar vriendenclubje dus. Zonder foto’s.

We waren in de buurt

De wijnboer is opgegroeid in de Haagse Ligusterstraat waar ook de schilder Pat Andrea woonde. Ze schelen acht jaar in leeftijd dus samen knikkeren was er niet bij maar zodra de naam van Pat opduikt, is onze belangstelling gewekt. We combineerden een bezoek aan Enschede met dat aan Kasteel Ruurlo waar het Museum voor Modern Realisme is gevestigd en nog tot 26 juni een expositie te zien is van deze schilder.

Het was niet voor het eerst dat we hier waren en zeker ook niet voor het laatst. Alleen al de entourage is een bezoek waard. De kunst van Pat Andrea valt onder de noemer popart en is altijd kleurrijk, vaak vervreemdend en heel vaak met vrouwen in de hoofdrol. Bij goed observeren zie je steeds meer details en ik raad iedereen die er naar toe gaat aan ook even de toelichtende film te bekijken. Het helpt bij het bekijken van zijn werk.

Inhaalslag

Ons sociale leven komt weer op stoom. Dinsdagavond zaten we bij vrienden aan tafel die heel hoog wonen in dit spectaculaire gebouw. We aten heerlijk, bekeken de kunst die een van de gastheren maakt en waren daar enorm van onder de indruk. De kans bestaat dat we elkaar opnieuw de komende zomer zullen ontmoeten in Italië.

In een totaal andere omgeving, namelijk in Heinenoord, zat ik met drie vriendinnen woensdag aan een tapaslunch bij één van hen. Het was weer ouderwets gezellig met harde lachbuien, verhalen over en weer en, zoals gebruikelijk, tijd te kort.

Woensdagavond liepen we over het mooie Voorhout in Den Haag richting de Dennenweg waar we met weer een ánder stel vrienden fantastisch aten in een heel leuk restaurant. En ook met dit stel bestaat de kans dat we elkaar de komende zomer in Italië zullen ontmoeten. De locaties de afgelopen twee dagen liepen fors uiteen, de overeenkomst is dat al deze vriendschappen al meer dan dertig jaar bestaan en allemaal met ons werk te maken hadden. En dit is nog maar deel één van de inhaalslag.

Verborgen tuin

In het centrum van Den Haag werden we vorige week rondgeleid over een bouwplaats en kregen daarbij onverwacht een fraaie kapel te zien die we zelfstandig nooit hadden kunnen bezichtigen. Hetzelfde gold voor deze tuin, die als een oase midden tussen de bebouwing ligt.

Omdat er in het Stadsklooster nog maar twee broeders wonen, is veel van de omringende gebouwen in gebruik door allerlei groeperingen die elk op hun eigen manier de tuin gebruiken en versieren.

Een kerststal in een oude haard en de heilige Jozef, levensgroot. Het was er een bonte mix van verzamelde of beter gezegd afgedankte spullen die in deze oase een nieuwe functie hebben gekregen. Het was een verrassend rondje door de kloostertuin.

Een groot atleet

Paul Veenemans, de naamgever van het sportevenement bij ons voor de deur, kwam als roeier uit op de Olympische Spelen in 1972. De spelen in München, die mensen van mijn leeftijd zich herinneren door de vreselijke aanslagen. Hij eindigde er als zevende en overleed een jaar later op 26 jarige leeftijd aan de gevolgen van een verkeersongeluk. Deze atleet blonk niet alleen uit in roeien maar ook in hardlopen, wielrennen en schaatsen. Vanaf 1975 wordt dit sportevenement met zijn naam gehouden.

Wij zagen vanmorgen hoe er een Rode Kruispost in het plantsoen werd opgetuigd. Rond een uur of twee waren de botenstellingen leeg en werd de laatste skiff naar de vertrekvlonder gedragen. Ik zag nog net twee roeiers richting Den Haag varen. Spectaculairder werd het voor ons niet. Voor de deelnemers ongetwijfeld wél en de naam Paul Veenemans is weer even uit de vergetelheid gehaald. Ook mooi.

Japanse tuin

Eerder deze week hadden we bedacht dat vandaag bij uitstek geschikt zou zijn om de Japanse Tuin in Landgoed Clingendael te bezoeken. En dat klopte, het was er betoverend. Het is een kwetsbare tuin die maar acht weken per jaar geopend is voor publiek. Toen we nog in Voorburg woonden, kwamen we heel geregeld op dit Haagse landgoed dat, afgezien van de Japanse tuin, wel het hele jaar toegankelijk is.

Dat we niet de enigen waren die vandaag een geschikt moment vonden voor een bezoek aan Clingendael bewijzen de laatste foto’s. Meer info over de Japanse Tuin vind je hier. Nog open tot en met aanstaande zondag maar zoals gezegd: wandelen op het landgoed alleen al is de moeite meer dan waard.

Spanning en struikelstoepen

Alle huizen aan het Haagse Sweelinckplein hebben de status van Rijksmonument én dat is zeer terecht. Zie ook een eerder blog van me (klik). Het spanningshuisje op het plein is knap beschilderd en vanaf het punt waarop ik stond lijk je er dwars doorheen te kijken. Mooi gedaan door Jille van der Veen in 2019. Het middendeel, dat een parkachtige allure heeft, verdient wel wat extra zorg van de plantsoenendienst, vind ik.

In twee hoeken is nieuwe aanplant gedaan. De afzetlinten moeten er voor zorgen dat deze delen niet betreden worden. Maar het was jammer genoeg nogal doorgeschoten, rommelig en vol met onkruid. De bankjes zijn tamelijk verveloos en de stoepen er omheen zo ongelijk dat ik voortdurend naar beneden moest kijken om niet te struikelen. Evengoed heb ik natuurlijk erg van deze oase genoten waar ik samen met een zusje wat wandelde, van de zon genoot en elders op een terrasje neerstreek. Een maandagmiddag in vakantiestemming.

Beeldspraak

We zaten zondag bij de Posthoorn, een beroemd café aan het Voorhout in Den Haag. We zaten er met onze vrienden heerlijk aan de koffie toen mijn oog viel op een beeld aan de kop van het schelpenpad, schuin tegenover de regeringsgebouwen. Het staat er sinds 2017, mij was het nog nooit eerder opgevallen. Links zien we, in marmer uitgevoerd Thorbecke en rechts in glanzend staal drie moderne ambtenaren. Thorbecke is de ontwerper van onze grondwet dus een standbeeld in Den Haag op deze plek is in feite logisch. De connectie met het heden is op een bijzondere manier uitgebeeld. Onze vrienden staan weerspiegeld in de rechter kolom van het beeld. Ook wel een mooie gedachte want zo zien we het fundament van onze vriendschap bekrachtigd.

Beeld gemaakt door Thom Puckey

Vervolgens liepen we ook langs de fraaie gevels van de prachtige huizen aan het Voorhout. Daar hing aan een pand onderstaand schild. Ook al een mooie manier om het slavernijverleden waarin Nederland een rol heeft gespeeld, naar het heden te halen via de woorden van Nelson Mandela.

Ondersteboven

De jaarlijkse beeldententoonstelling op het Haagse Voorhout is na twee jaar nieuw leven ingeblazen. Echt iets om in deze Nederlandse periode eens te bekijken, vonden we. Toen onze vrienden met wie we vandaag een afspraak hadden, vroegen wat te gaan doen, was de keuze niet moeilijk. We ontmoetten elkaar voor de Koninklijke Schouwburg. Het regende lichtjes, daar hadden niet alleen wij maar ook de decorateurs rekening mee gehouden. Eerst nog een stukje over de antiekmarkt en dan linksaf het Lange Voorhout op.

Het gebodene kon ons niet ál te hevig imponeren, maar het werd droog, de zon kwam zelfs door en we waren met goede vrienden in mijn geboortestad op mijn absoluut favoriete plein. Dan doen die beelden er eigenlijk niet eens zoveel toe.

Dit beeld sprak me wel aan. Hier worstelt een mens met Covid, het heet Challenge for balance van Aris de Bakker. Het blijft nog even balanceren met z’n allen, maar we krijgen het virus er onder. Hoe dan ook.

En ik ging zo tevreden van huis

Er moest iets opgehaald worden in het Haagse Statenkwartier. Dan kunnen we aansluitend wel even in de Scheveningse Bosjes gaan wandelen, was het idee. Ik begon al op het Statenplein een eerste foto te maken. Toen één in de bosjes.

Door de bomen heen zag ik links de villa’s aan het Van Stolkpark. Zien jullie ze ook? Misschien is het toch wel leuker en afwisselender daar te gaan lopen dan al weer in een groenstrook in de stad.

Dus vergaapten we ons aan dit soort huizen. Met mooie veranda’s, grote tuinen en veel alarminstallaties. Mijn ouders riepen vroeger dan steevast ‘…en ik ging zo tevreden van huis’. Als grap, hè. ‘Je mag trouwens wel inwonend personeel hebben om de boel binnenshuis een beetje knap te houden als je zo wilt wonen’, zeiden we tegen elkaar. En heus, op het zelfde moment zagen we een Aziatische mevrouw met een poetslap de balkonrand schoonmaken. Wij keerden in elk geval weer zéér tevreden naar huis, waar de wijnboer zo lief was even de woonkamer te stofzuigen.