Het wilde leven in de polder

Het leek wel een opstootje daar in de laatste groenstrook van de Delftse Hout. Van buren hadden we gehoord dat er wat bijzonders te zien was, dus wij er heen gisteren. Camera en mobieltje in de aanslag. We waren duidelijk niet de enigen. Er was een oude meneer van de Vogelwacht die me vertelde dat er maar liefs achttien broedparen zaten. Een mevrouw liet mij foto’s op haar mobiel zien die ze een paar weken geleden had gemaakt, toen de bomen nog nauwelijks in blad zaten. En ja, daarop waren ze goed te onderscheiden. We hebben met grote bewondering staan kijken maar voor een duidelijke foto moest ik toch even naar de site van de Delftse Vogelwacht om hier op mijn blog de lepelaars met hun jongen te kunnen vertonen.

Tussen maart en mei

Twee maanden geleden liepen we voor het eerst door het Elsburgerbos (klik). We vonden het een ware ontdekking, zo dicht in de buurt. Afgelopen zondag kwam het er niet van maar gisteren wél. We maakten er een rondje en hoorden niets anders dan gekwinkeleer van vogels en hier er daar een hondenblafje.

Een mevrouw, duidelijk van een hondenuitlaatservice, liet maar liefst achttien honden heerlijk met elkaar rollebollen en spelen. Ik vind dat knap hoor, zo’n roedel loslopende beesten in bedwang te houden. Ik vind één loslopende hond al eng. Denk trouwens niet dat ik van angst de horizon scheef fotografeerde. Nee, het terrein is hellend en ik genoot van de uitbundigheid van al deze dieren.

De kastanjeboom links staat volop in blad en heeft zijn kaarsjes al aan. De bomen rechts ervan maken een aarzelend begin met hun bloei. Wie de moeite neemt mijn blog van 9 maart terug te lezen, zal het verschil tussen toen en nu goed kunnen zien. De picknickmand waarover ik destijds schreef, hadden we ook nu niet bij ons maar ik zie ons hier hoogzomer nog wel eens naar terug keren.

Groene longen

We hebben voor de verandering maar eens een andere plek in Delft bewandeld. Dit is het Wilhelminapark waar we, heel oude mensig, op een bankje zaten en luisterden naar de vogels. Halsbandparkieten voerden de boventoon en in de verte hoorden we de specht. Ik ben eigenlijk altijd zeer gecharmeerd van stadsparken en zoek ze graag op. Als ze dan ook nog mooi onderhouden worden, is het een feestje om er een uurtje in te vertoeven.

Vlak bij de ingang van dit parkje staat De oude en de nieuwe stad uit 1959 van Paul Grégoire. Hij verbeelde de stad in deze twee vrouwen. Hun koppen hebben wel wat de lijden gehad in de loop der tijd. Maar ja, wiens kop niet?

Het bos en de dieren

Het lijkt erop dat we steeds een ander wandelgebied in de buurt zoeken. Dat gaat niet echt bewust. We moesten benzine tanken en doen dit meestal in een industriegebied waar we bij de Makro voor een gunstig prijs de tank weer vullen. Is daar niet ook een park in de buurt? Ja zeker, Hof van Delfland heet het met het Abtswoudsebos als extra attractie. Nou klinkt bos wel heel royaal; je hoort voortdurend de grote weg op de achtergrond en de trein is als je goed kijkt zelfs zichtbaar op de bovenste foto.

Er wordt momenteel veel aan het onderhoud gedaan en dat was goed te zien aan de uitgebaggerde sloten en de bagger op de wal, waarin de wijnboer alweer kostbare compost zag. Maar het bos krijgt weer lucht en de vogels voeren de boventoon wat geluid betreft. In een afgezaagde boomstam zag ik een dier. Jullie ook?

Gesnater en geschreeuw

De man op het bankje voor ons huis heeft zijn capuchon er maar bij opgezet want het begon zachtjes te regenen. Hij zit daar om een sigaretje te kunnen roken en heeft altijd wat voer voor de vogels bij zich. Witte meeuwen en zwarte meerkoeten. Een hoop herrie en veel gevechten, de meeuwen zijn het felst.

Maar op zeker moment keert de rust terug, De man heeft demonstratief de plastic zak ondersteboven gehouden en totaal leeggeschud. De meeuwen hebben dat als eerste door en vliegen met z’n allen weg. De meerkoeten niet, die blijven om de man heen scharrelen en zoeken in het gras nog wat verdwaalde korrels. De capuchon is ook weer af, de regen stopte, de man stak zijn tweede sigaret op.

Opmerkelijk

Een beetje luguber is het wel, die halve lijven. Zeker de liggende exemplaren die door de wind omgeblazen waren, doen naar aan. Als ik standhouder was van deze broekenkraam, zou ik er absoluut voor zorgen dat ze met beide benen op de grond blijven staan.

Een ander opmerkelijk tafereel zag ik in deze nis. Onbegrijpelijk om zo je masker weg te leggen want wie pakt dit weer op om het daadwerkelijk weg te gooien? Gelukkig zag ik vlakbij dit beschilderde rolluik. De verlangende houding van de kat en de twee vogels die dicht tegen elkaar aanzittend één front vormen, geven mij het gevoel dat rottigheid weliswaar op de loer ligt maar door samenwerking overwonnen kan worden.

Dat krijg je er van

‘Waar ben je?’ riep ik toen ik op zoek ging naar de wijnboer die op zijn favoriete plek bezig was. Zien jullie die twee handen? Daar staat ie met een raffiatouwtje de boel te fatsoeneren. Onze snoeiweek in maart ging niet door omdat juist tóen Italië op slot ging. Het resultaat is een enorme verwildering omdat het hier in juni ook nog eens een maand geregend heeft.

Maar hij is helemaal in zijn element hoor. Alleen het gekwinkeleer van vogels en midden in de natuur daar wordt een mens gelukkig van. Knippen en opbinden dat is wat er nu gebeurd. Als alles gaat zoals we hopen, dan kan er eind september toch geoogst worden.

Verheugvermogen

Ja hoor, goed gelezen. Ik kwam dit woord in de krant tegen; het vermogen om je te verheugen. Kinderen kunnen het heel goed. Wij volwassenen hebben er wat minder van. Zeker in deze verwarrende tijd zonder leuke uitstapjes, geen feestjes, geen etentjes met vrienden. Hoewel? Vanavond halen we voor de laatste keer een lunchbox op en eten met een bevriend stel al picknickend in de achtertuin van ons appartementencomplex. Daar verheug ik me enorm op. En als we ons bruggenloopje doen dan eindigen we vlak bij huis met dit stukje dat ik het ‘bos’ noem. Als boomkruinen elkaar raken, krijg ik een bosgevoel. Ja, lach er maar om maar ik ben weinig gewend op dat vlak. Ik verheug me altijd met een bijna kinderlijk genoegen op dit stukje waar de vogels fluiten en de zon gefilterd wordt.

Bezoek van de paashaas

Ineens stond daar onze dochter met de twee kleindochters op gepaste afstand voor onze deur. Ze kwamen een kleine paasverrassing brengen. We hebben even in de tuin genoten van elkaars gezelschap, de meisjes speelden op de achtergrond. Er werd ook wat afgeleverd bij mijn moeder, die hier vanuit het raam heel blij naar de meisjes zwaait.

Afgezien van paaseitjes en een leuke kaart met bloemenzaad, zaten er twee briefjes van onze kleindochters bij. Die wil ik jullie niet onthouden en heb er ook niets meer aan toe te voegen.

Lieve nonno en nonna, ik mis jullie heel erg en hoop dat we snel weer kunnen kussen en natuurlijk naar Italië kunnen. Liefs Juliët.

Lieve nonno en nonna, ik mis jullie heel erg. Dus daarom deze brief. Ik wil jullie alleen zeggen dat jullie moeten genieten van de lente. Dus gooi je raam open en kijk, ruik en geniet! De geur, de zingende en fluitende vogels, de bloemen…Noem maar op. Liefs Isabel

Geknot

Het eerste dat we vanmorgen in de Delftse Hout zagen, was een andere lichtval. Er bleken wilgen geknot en er was een takkentrail gemaakt. Het is een perfecte plek voor vogels, muizen, egels en insecten. In de stille tijd op het land zijn er toch altijd weer werkzaamheden uit te voeren. Dat vind ik mooi en ik krijg er Italiaanse kriebels van.

De drie kale stammen hier op de achtergrond zijn trouwens geen knotwilgen, mogelijk staan ze er al een tijd zo bij, ze vielen me nooit eerder op. Deze trail staat op het erf van de afgeknotte, bewoonde molen. Heel karakteristiek en ik laat het met graagte nog een keer zien. Lekker landelijk.