De cowboy en de indiaan

Toen kleinzoon Lucas en zijn vriendinnetje hier van de zomer logeerden, kwamen we ook te praten over hun school en docent Nederlands. Lucas noemde diens naam, een heel aparte naam. De wijnboer reageerde met: ‘hé, ik had een jeugdvriendje met dezelfde naam. Misschien is het wel zijn zoon.’ ‘Nee, die docent is al oud’, kregen we te horen. De wijnboer stoof naar boven en kwam met deze foto terug, die hij hier heel toevallig bewaart.

Nu het schooljaar weer van start is, appte Lucas deze foto naar zijn docent en daar kwam de volgende reactie op:

Ha Lucas,

Of dit een belletje doet rinkelen? Ontzettend leuk om deze jeugdfoto weer tegen te komen, man (ik heb weinig jeugdfoto’s van mezelf). Ik weet nog precies waar dit was en met wie het was en ik herinner me zelfs wie deze foto genomen heeft. Het was een wildvreemde mevrouw die het blijkbaar zo leuk vond een foto van deze twee speelkameraadjes te nemen om er vervolgens voor te zorgen dat de foto ook nog in het bezit kwam van deze twee fotomodellen. Dit ben ik met mijn vriendje Adrie le Noble uit de Ligusterstraat. Adrie en ik speelden heel veel samen cowboy en indiaantje (vanwege de wokecultuur is dat nu uit den boze). Regelmatig trokken wij er samen op uit om ons spel te spelen. Ik heb er zeer goede herinneringen aan. Maar nu is mijn vraag hoe kom jij aan deze foto, hoewel de associatie met de naam Le Noble al het een en ander verklaart. Wat is jouw relatie met mijn toenmalige speelkameraadje Adrie? Ik zou het leuk vinden eens herinneringen samen met hem op te halen als dat mogelijk is. Laat het me maar weten (wat is de wereld eigenlijk klein, hè?)Met vriendelijke groet, H.K.

Inmiddels hebben de oude speelkameraadjes emailcontact met elkaar gehad en zullen de cowboy en de indiaan elkaar de komende winter weer ontmoeten.

De grot van de engel

Achter deze muur zit een overdekt terras verstopt. Het hoort bij Hotel Grotta dell’ Angelo en wij komen er elk jaar wel een keer. Men kent ons: hé jullie zijn toch die Nederlanders die op de Monteluiano wonen? Ken je dan ook.. en toen volgde de naam van een Zwitser. Die wij evengoed niet kennen maar onze berg heeft dan ook vele toegangswegen en we zijn al blij als we de mensen van onze eigen weg kennen.

Het is er eenvoudig ingericht en de kaart heeft alleen maar traditionele gerechten. Hier geen lif-laf en hocus pocus in de keuken maar wel een kok die even zijn moestuin in loopt voor wat extra verse kruiden. In de wintermaanden is het er ook goed toeven en eet je er heerlijke worstjes van de grill.

Het is een beetje uit de loop van het centrum en toeristen waaien er niet vaak aan, tenzij ze hotelgasten zijn. Het mag duidelijk zijn, eens in het jaar op zondagmiddag zitten we te genieten in dit engelengrotje.

Camelia

Op twee verschillende plekken in Delft kwam in een bloeiende Camelia tegen. En hoewel ik niet echt van rode bloemen hou, is het wel heerlijk om een winterbloeier in vol ornaat tegen te komen. Ik denk bij deze plant, ook wel Japanse roos genoemd, altijd aan struiken of kuipplanten maar tot mijn verbazing bestaat ie ook in boomvorm.

Met de bewoonster van dit huis stond ik onlangs te praten. Toen waren er alleen nog knoppen te zien. Ze voorspelde dat de knoppen na een dag of twee open zouden zijn dus dat hield ik een beetje in de gaten. Het werden twee weken. Die vrouw was dus iets te optimistisch maar inmiddels kan ze dagelijks haar hart ophalen. En ik ook als ik mijn dagelijkse looprondje een beetje aanpas.

Hoe mooi de herfst kan zijn

Het was ongekend mooi vanmorgen in de Delftse Hout. Rustig weer, de ochtendzon en een wandeling in goed gezelschap. Heel gezellig om ook deze draad weer op te pakken. Omdat de herfst een voorbode is van de winter en ik met kou niets heb, ben ik ook niet een echte herfstliefhebber. Terwijl ik heus wel zien hoe mooi het is. Dus spreek ik mezelf ieder jaar toe: elk jaargetijde heeft zijn mooie kanten dus daar richt ik me op en ga er simpelweg van genieten.

Geen mensen op de foto, deze keer. Maar ik kwam nog wel een vreemde vogel tegen: het blauwgroene boomklevertje.

Laatste tuinfoto’s

Nee, echt herfstig ziet het er niet uit. We pakken af en toe nog een uurtje zon mee als we weer even uitrusten tussen het opruimen door. Wat is er die laatste dagen altijd veel te doen. Al het tuinmeubilair is opgeruimd, de wijnkelder leeggehaald want er gaan weer dozen vol mee naar NL. Zomerkleding schoon in dozen en de dikke truien liggen klaar voor als we hier het komende voorjaar terugkomen. Dan kunnen we eindelijk de hertshooi aanpakken die hier nog zo uitbundig over het terras helt. De plant heeft de laatste twee jaar geen voorjaars snoeibeurt gehad en vanwege zijn vorstgevoeligheid mag ie nog één winter zijn volle breedte tonen maar dan moet echt de schaar erin.

Onderaan de berg is ook alles winterklaar. De akker is omgeploegd, nog even en dan verkleuren de bladeren en vallen ze af. De natuur gaat in de ruststand. Alleen wij niet.

Burenruzie

Nieuws van het krakersfront. Het lijkt er op dat de familie Meerkoet het nest weer terug heeft. In een grachtje verderop troffen we de zwanenjongen aan. De vader of moeder die het spul vorige week nog een beetje in de gaten hield, zag ik niet meer. Pas na de winter worden de jongen van het nest verstoten als het zwanenpaar opnieuw gaat broeden. Maar waar het oorspronkelijk nest is, weet ik niet. Of één van de ouders dood is, weet ik ook al niet. Het enige dat ik weet is dat twee meerkoeten weer op hun oorspronkelijke nest zitten. Te midden van wat zwanendons, dat wel.

Rododendrons en slippers

Zo enthousiast als ik was over de winterweek in februari ben ik zeker niet over sneeuw en hagel in april. Maar de natuur gaat ondanks alles toch zijn gang. Zo zag ik in de Doelentuin de rododendrons in bloei. En ook het zo gewenste zacht groene waasje in de bomen is goed te zien.

De ergste kou is weer uit de lucht, blijmoedig stappen we het voorjaar in. Het was vandaag zelfs de héle dag droog. Nog een weekje met lage temperaturen staat ons te wachten. Daar kunnen we onze activiteiten enigszins op afstemmen, de planner in mij vind dat handig. Daarna haal ik mijn teenslippers uit de kelderberging. Weer of geen weer.

Lentegeuren en -kleuren

Februari was dit keer best een leuke maand. Er zat een fraaie winterweek in met sneeuw en ijs, gevolgd door een plots opvlammende lente met hoge temperaturen. En heel Nederland genoot van het buiten zijn. Normaal doe ik mijn best om in de februarifoto’s kleur aan te brengen, dat ging dit keer vanzelf. Op 2 februari zette ik een bos uitbundig bloeiende tulpen op mijn blog, nu eindig ik de maand met de hyacinten die in de kamer staan. De kleuren zijn bijna hysterisch maar daar kan ik wel tegen. We gaan in één moeite door naar maart waarin de lente officieel begint. Zin in.

Wat er allemaal kán

Je kunt als je aan een grachtje woont, gewoon de voordeur uitstappen, schaatsen onderbinden en het ijs op gaan. Of zonder schaatsen tóch het ijs op stappen. Voor het gevoel.

Je kan natuurlijk ook op een bankje gaan zitten en merken hoeveel kracht de februarizon al heeft.

Met een stel studenten je eigen curlingwedstrijd houden, kan ook.

Of je tweejarig zoontje op de ouderwetse manier schaatsles geven.

Of met je camera in de aanslag een rondje maken door het centrum van Delft. Iedereen genoot van deze winterse oppepper. Ergens hoorde ik een huilend kind brullen ‘ik wil helemaal niet naar huis’.

Waar heb ik nou toch…?

Waar heb ik nou toch mijn mooie leren (Italiaanse!) handschoenen gelaten? Ik heb mijn handtassen nagekeken en ben ook al in de kelderberging wezen zoeken. Dat leverde tot nu toe niets op. Ineens bedacht ik ook dat ik vorig jaar twee warme coltruien had, die nu niet meer in de kast liggen. Opruimen van kleding is hier wel een dingetje en dat komt door onze jaarlijkse huizenwissel. In verband met de geplande Cubareis, die uiteindelijk niet doorging, was veel zomerkleding deze kant opgekomen. Dat was maar goed ook want een deel van de zomer hebben we in Nederland door gebracht. Ik sta voortdurend laden open te trekken en kasten uit te pluizen, op zoek naar twee truien en een paar handschoenen. En ik ben hoogstwaarschijnlijk de enige niet.