Het zijn de kleine dingen

Toen ik rond het middaguur even contact had met onze dochter, zat ze net op het Place du Têtre in Parijs, appte ze. De grappenmaker. Wij moeten het doen met een rondje Delft. De stad wordt in gereedheid gebracht voor het komende seizoen. Zo zijn er overal nieuwe afvalbakken geplaatst die zijn voorzien van foto’s, gemaakt tussen 1910 en 1914. En ik kwam nog iets aardigs tegen. Een fraai beschilderd elektriciteitskastje vlakbij de Markt. Nina Valkhoff is de kunstenares, zij had er drie dagen voor nodig om tot dit fraaie resultaat te komen. Het is klein en tamelijk onopvallend, zeker als er ook nog eens een fiets tegenaan wordt gezet. Maar ik hou van een stad die oog heeft voor detail.

Toeval

Toen we in de tachtiger jaren met onze twee kinderen Parijs bezochten, gingen we ook naar het Musée d’ Orsay. Bij het naar buitengaan, troffen we een Nederlandse vriend aan op dit naastgelegen terras. Hij werkte in een ander deel van de stad en we hadden vanwege vrijheid blijheid toch maar geen afspraak met elkaar gemaakt. ‘Ik dacht wel dat jullie hier nu zouden zijn’ zei hij toen tamelijk lakaniek. We hebben er erg om gelachen in die miljoenenstad .

Toen mijn zus en ik er onlangs waren, kwam dit verhaal weer naar boven en we bespraken het thema ‘toeval’ vrij uitvoerig. Later op de middag rustten we wat uit in ons hotel. ‘Wil je een stroopwafel?’ vroeg ik haar terwijl we allebei met een boek onderuitgezakt op bed zaten. Ze begon onbedaarlijk te lachen en hield haar vinger bij de zin in haar boek. Daar stond: ‘wil je een stroopwafel?’

Op de blogs van Ton en Marthy speelde gisteren het thema Toeval de hoofdrol. Dat kan geen toeval zijn.

Italiaanse fotograaf

Het enige echt culturele uitstapje dat we in Parijs maakten, voerde ons naar het Museum Jeu de Paume. Ook vijftig jaar geleden stond het op ons programma. Nu kozen we er een kille en bewolkte dag voor uit. Er was een fototoonstelling te zien van Luigi Ghirri, die ik graag wilde zien. Ogenschijnlijk heel eenvoudige foto’s, gemaakt in de jaren zeventig en in groot contrast met de geënsceneerde foto’s die ik onlangs zag van Erwin Olaf.

Het zijn normale en dagelijkse taferelen in een strak kader. In veertien series zagen we zo’n vierhonderd foto’s. Niet het Italië uit de toeristenfolders maar eenvoudige werkelijkheid soms zelfs met plastic palmbomen. Ik neem me voor vaker met zijn ogen te kijken als ik fotografeer.

Mobiel

Om acht uur gisteravond stonden onze mannen ons in Rotterdam op te wachten waar we met de Thalys net waren binnengerold. En vanmorgen stond ik om negen uur al weer hier, voor de aanvraag van een nieuw rijbewijs. Vóór we naar Italië vertrekken moet dat geregeld zijn dus we hebben een strakke planning. Ik probeer nog wat actuele foto’s die ik in Parijs maakte, in te voegen in mijn blogs van de afgelopen dagen. Ik maakte ze op mijn mobiel omdat ik persé niet met een camera wilde sjouwen. De man die normaal gesproken mijn lastezel wil zijn, was immers niet mee. Enfin, wie zin heeft scrolt nog even terug. Deze foto’s zijn verse Delftse plaatjes. Ook weer fijn om thuis te zijn.

Jardin du Luxembourg

We begonnen gisteren maar eens wat te wandelen. Stadsplattegrond mee. We vatten het plan op om naar de Jardin du Luxembourg te gaan. Daar staan overal stoelen en al snel hadden we allebei een plaatsje in de zon. Het weer is fantastisch, heel lenteachtig. En maar mensen kijken. En een beetje herinneringen op halen. Wat deed Parijs destijds met ons? We waren jong en de stad kwam toen in al zijn hevigheid bij ons binnen. En nu weer. Je moet hier wel onder de indruk raken van de grandeur. De stad is schoon, de mensen hulpvaardig en vriendelijk en men spreekt ons in het Engels aan. Dat was vijftig jaar geleden bepaald niet het geval.

Terug naar 1969

Het was een jaar voordat ik de wijnboer zou ontmoeten. Ik was achttien en ging voor het eerst naar Parijs. Samen met mijn bijna zeventienjarige zusje Plonie en oom Henk. Hij kende de stad goed, kwam er zeer regelmatig en was enthousiast om ons Parijs te leren kennen. Hij regelde alles en bestookte ons met in het Frans opgestelde brieven bij de reispapieren die we toegestuurd kregen. Plonie en ik gaan vandaag, vijftig jaar na dato, samen naar  Parijs. We gaan nieuwe herinneringen maken in de stad waarover Henk zei: Paris, ce n’est pas un ville, c’est un monde.

Jassen en jurken

We zaten in Papendrecht, niet in Parijs, mochten jullie dat denken. Toevallig was ik deze week zowel met zoon als met dochter een dag op stap. Fleur en ik hadden kleding nodig. Voor onszelf en zij ook voor haar dochters. Ik slaagde voor een fijn tussendoor jasje en een paar basisshirts. Zij kwam met en meisjesjack en twee kinderjurkjes thuis. Aan onderwerpen om te bij te praten zitten we nooit verlegen, dus het werd een gezellige dag. Bij haar thuis was ik oefenpubliek voor de spreekbeurt van Isabel. Volgende week gaat zij haar klasgenoten haarfijn uit de doeken doen hoe erg het is dat de oceanen vol plastic soep zijn. Van mij kreeg ze alvast een acht voor haar presentatie.