Er zijn nog leuke dingen te doen

foto’s van het www

Van verschillende kanten was ik gewezen op het tv-programma Chansons! Pas onlangs ben ik er aan toegekomen dit terug te kijken en mensenlief, wat heb ik er van genoten. Twee mannen, Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps, beide met een grote liefde voor het Franse chanson nemen de kijker mee naar Parijs. Daar vertellen ze op een aanstekelijke manier en met de nodige vakkennis verhalen over de door hen bewonderde chanteurs. Matthijs is vooral een groot bewonderaar van Charles Aznavour en Rob dweept met de muziek van Jacques Brel.

Hier thuis hebben we de zelfde verdeelde voorkeuren, waarbij ik van Charles ben en de wijnboer jarenlang de LP van Jacques grijs heeft gedraaid. Sinds ik deze uitzendingen terugkeek liggen de CD’s met Franse Chansons weer voor de grijp en in de speler. Ik was jaren geleden bij een concert van Aznavour in Scheveningen en hoewel hij al op leeftijd was en zijn repertoire enigszins op de automatische piloot bracht, was ik erg onder de indruk. Door zijn muziek opnieuw te beluisteren, ben ik weer helemaal in Franse sferen.

Dus mensen, wie deze tijd als dodelijk saai beleeft, kan ik aanraden eens op zoek te gaan naar mooie muziek. Bekijk gemiste programma’s die de moeite waard zijn en mopper vooral niet te veel over alles wat niet mag en kan want dat brengt ons niet vooruit. Er zijn heus nog genoeg leuke dingen te doen.

Parijs

Grote kans dat Parijs ook de lievelingsstad van onze jongste kleindochters wordt. Drie dagen (twee nachtjes) waren ze er met hun ouders. En hoe kan je nou beter laten zien dat je in de lichtstad was door even te poseren voor de Eiffeltoren? De treinkaartjes voor de Thalys waren al in een vroeg stadium gekocht, waardoor de reis niet hevig duur was. Natuurlijk hebben ze in de stad ook gebruik gemaakt van de Metro, maar als je in drie dagen 38 km loopt, dan is dat wel een bewijs dat het meeste te voet is afgelegd.

Het was een heerlijk avontuur en Isabel, die samen met haar moeder even langskwam vandaag, vertelde mij er enthousiast over aan de hand van foto’s. ‘Maar uiteindelijk ben ik toch niet echt een stadsmens’, vertrouwde ze me toe. ‘Ik voel me prettiger in de natuur’. Dat vond ik wel een wijze constatering van een elfjarige. Ben benieuwd of dat bij haar zo blijft. Zelf zweer ik bij de balans tussen stad en land maar tot die ontdekking kwam ik pas twintig jaar geleden.

Fort Altena

Als ik nog langer wacht met het laten zien van de foto’s van Fort Altena, dan klopt er niks meer van. Dan is de natuur zó drastisch in de lentestand, dat dit bericht wel erg gedateerd gaat aan doen. Een kleine twee weken geleden liepen we waar ooit de Napoleontische straatweg van Parijs naar Amsterdam was. Het fort maakte deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het werd in de 19e eeuw aangelegd en staat inmiddels op de nominatie te worden opgenomen op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Het frappante is dat bij dit fort nooit is gevochten en het nu dienst doet als Natuurpoort. Het fort kent wel een militaire geschiedenis als onderdak voor gemobiliseerde soldaten. Hier vandaar kan gewandeld en gefietst worden in het Land van Heusden en Altena én de Biesbosch. Bovendien, en dat was goed te zien, is er een brasserie met ruimte genoeg voor bruiloften en partijen. Wij deden een rondje om het fort en houden de locatie in gedachten voor de kleinkinderdag. Wat een interessante locatie!

Het zijn de kleine dingen

Toen ik rond het middaguur even contact had met onze dochter, zat ze net op het Place du Têtre in Parijs, appte ze. De grappenmaker. Wij moeten het doen met een rondje Delft. De stad wordt in gereedheid gebracht voor het komende seizoen. Zo zijn er overal nieuwe afvalbakken geplaatst die zijn voorzien van foto’s, gemaakt tussen 1910 en 1914. En ik kwam nog iets aardigs tegen. Een fraai beschilderd elektriciteitskastje vlakbij de Markt. Nina Valkhoff is de kunstenares, zij had er drie dagen voor nodig om tot dit fraaie resultaat te komen. Het is klein en tamelijk onopvallend, zeker als er ook nog eens een fiets tegenaan wordt gezet. Maar ik hou van een stad die oog heeft voor detail.

Toeval

Toen we in de tachtiger jaren met onze twee kinderen Parijs bezochten, gingen we ook naar het Musée d’ Orsay. Bij het naar buitengaan, troffen we een Nederlandse vriend aan op dit naastgelegen terras. Hij werkte in een ander deel van de stad en we hadden vanwege vrijheid blijheid toch maar geen afspraak met elkaar gemaakt. ‘Ik dacht wel dat jullie hier nu zouden zijn’ zei hij toen tamelijk lakaniek. We hebben er erg om gelachen in die miljoenenstad .

Toen mijn zus en ik er onlangs waren, kwam dit verhaal weer naar boven en we bespraken het thema ‘toeval’ vrij uitvoerig. Later op de middag rustten we wat uit in ons hotel. ‘Wil je een stroopwafel?’ vroeg ik haar terwijl we allebei met een boek onderuitgezakt op bed zaten. Ze begon onbedaarlijk te lachen en hield haar vinger bij de zin in haar boek. Daar stond: ‘wil je een stroopwafel?’

Op de blogs van Ton en Marthy speelde gisteren het thema Toeval de hoofdrol. Dat kan geen toeval zijn.

Italiaanse fotograaf

Het enige echt culturele uitstapje dat we in Parijs maakten, voerde ons naar het Museum Jeu de Paume. Ook vijftig jaar geleden stond het op ons programma. Nu kozen we er een kille en bewolkte dag voor uit. Er was een fototoonstelling te zien van Luigi Ghirri, die ik graag wilde zien. Ogenschijnlijk heel eenvoudige foto’s, gemaakt in de jaren zeventig en in groot contrast met de geënsceneerde foto’s die ik onlangs zag van Erwin Olaf.

Het zijn normale en dagelijkse taferelen in een strak kader. In veertien series zagen we zo’n vierhonderd foto’s. Niet het Italië uit de toeristenfolders maar eenvoudige werkelijkheid soms zelfs met plastic palmbomen. Ik neem me voor vaker met zijn ogen te kijken als ik fotografeer.

Mobiel

Om acht uur gisteravond stonden onze mannen ons in Rotterdam op te wachten waar we met de Thalys net waren binnengerold. En vanmorgen stond ik om negen uur al weer hier, voor de aanvraag van een nieuw rijbewijs. Vóór we naar Italië vertrekken moet dat geregeld zijn dus we hebben een strakke planning. Ik probeer nog wat actuele foto’s die ik in Parijs maakte, in te voegen in mijn blogs van de afgelopen dagen. Ik maakte ze op mijn mobiel omdat ik persé niet met een camera wilde sjouwen. De man die normaal gesproken mijn lastezel wil zijn, was immers niet mee. Enfin, wie zin heeft scrolt nog even terug. Deze foto’s zijn verse Delftse plaatjes. Ook weer fijn om thuis te zijn.

Jardin du Luxembourg

We begonnen gisteren maar eens wat te wandelen. Stadsplattegrond mee. We vatten het plan op om naar de Jardin du Luxembourg te gaan. Daar staan overal stoelen en al snel hadden we allebei een plaatsje in de zon. Het weer is fantastisch, heel lenteachtig. En maar mensen kijken. En een beetje herinneringen op halen. Wat deed Parijs destijds met ons? We waren jong en de stad kwam toen in al zijn hevigheid bij ons binnen. En nu weer. Je moet hier wel onder de indruk raken van de grandeur. De stad is schoon, de mensen hulpvaardig en vriendelijk en men spreekt ons in het Engels aan. Dat was vijftig jaar geleden bepaald niet het geval.

Terug naar 1969

Het was een jaar voordat ik de wijnboer zou ontmoeten. Ik was achttien en ging voor het eerst naar Parijs. Samen met mijn bijna zeventienjarige zusje Plonie en oom Henk. Hij kende de stad goed, kwam er zeer regelmatig en was enthousiast om ons Parijs te leren kennen. Hij regelde alles en bestookte ons met in het Frans opgestelde brieven bij de reispapieren die we toegestuurd kregen. Plonie en ik gaan vandaag, vijftig jaar na dato, samen naar  Parijs. We gaan nieuwe herinneringen maken in de stad waarover Henk zei: Paris, ce n’est pas un ville, c’est un monde.

Jassen en jurken

We zaten in Papendrecht, niet in Parijs, mochten jullie dat denken. Toevallig was ik deze week zowel met zoon als met dochter een dag op stap. Fleur en ik hadden kleding nodig. Voor onszelf en zij ook voor haar dochters. Ik slaagde voor een fijn tussendoor jasje en een paar basisshirts. Zij kwam met en meisjesjack en twee kinderjurkjes thuis. Aan onderwerpen om te bij te praten zitten we nooit verlegen, dus het werd een gezellige dag. Bij haar thuis was ik oefenpubliek voor de spreekbeurt van Isabel. Volgende week gaat zij haar klasgenoten haarfijn uit de doeken doen hoe erg het is dat de oceanen vol plastic soep zijn. Van mij kreeg ze alvast een acht voor haar presentatie.