Haar klant was koning

foto van het www

Deze familieportretten zijn wat mij betreft de meest ontroerende van de tentoonstelling van Thérèse Schwartze. Op het bovenste schilderij uit 1906 zien we Aleida van Ogtrop-Hanlo met haar vijf kinderen. Tien jaar later schilderde ze de zes dochters van de familie Boissevain. Op verzoek van deze laatste familie werden de dochters wat traditioneler geschilderd dan de Van Ogtrop kinderen. Die uitvoering werd door de familie Boissevain als te modern beschouwd. Thérèse beheerste alle stijlen en de ondertitel van de tentoonstelling haar klant was koning is dan ook niet voor niets gekozen.

Hier zien we een zelfportret uit 1907, dat als een visitekaartje fungeerde en daarom vaak op tentoonstellingen hing. Ze was een zeer veelgevraagd portrettist, maakte in totaal zes schilderijen van Koningin Emma, Wilhelmina en Juliana als kind. Thérèse bezwoer haar vader dat ze in staat zou zijn haar eigen brood te verdienen met schilderen en is daar ruimschoots in geslaagd. Ze heeft meer dan duizend schilderijen gemaakt en was zeer succesvol.

foto van het www

Foto’s maken op een tentoonstelling in een tamelijk kleine ruimte is geen sinecure. Vandaar dat ik er ook een paar plaats die ik van internet haalde. Er waren ruim vijftig portretten te zien en ik ben zeer geïnteresseerd geraakt in het leven en werk van deze kunstenares. De tentoonstelling in het kleine museum Paul Tetar van Elven kan ik van harte aanbevelen.

Een bijzonder man

In 1926 overleed de tweede vrouw van Paul Tétar van Elven en werd hun voormalige woonhuis museum. Zelf was hij in 1896 op 63 jarige leeftijd overleden en liet een enorme collectie schilderijen en een verzameling porselein en Delfts aardewerk na. Op de foto hieronder poseert hij met zijn eerste vrouw Louise.

foto van het www

Hij was zelf kunstschilder van historiestukken, portretten en kopieën van oude meesters. Dat laatste was gebruikelijk bij het tekenonderricht dat hij doceerde aan de Polytechnische School in Delft.

Terwijl wij zo door dit kleine museum liepen, vertelde één van de vrijwilligers die hier zaalwacht is, dat Tétar van Elven veel geld had verdiend door investeringen aan spoorlijnen. Behalve zakelijk was hij ook intelligent, de uitvinding van de periscoop staat op zijn naam. Hoewel we al vaker in dit museum geweest zijn, blijft het heerlijk om opnieuw even terug te stappen in zijn tijd. En dan heb ik het nóg niet gehad over de tentoonstelling van schilderijen van Thérèse Schwartze. Haar werk is nog tot en met 27 februari in dit museum te zien. Morgen daarvan een kleine impressie op mijn blog. Beloofd.

Museumbezoek

Hoewel het centrum van Delft echt niet groot is, zijn er toch delen waar we niet of nauwelijks komen. Dus áls ik daar dan ben, dan sla ik direct aan het fotograferen. Zeker toen we nog even moesten wachten tot vanmorgen Museum Paul Tetar van Elven de deur om precies elf uur voor ons opende.

Wat een voordeel bieden de kale bomen trouwens. De gevels van de grachtenhuizen zijn nu perfect te zien. Ik zou overal wel binnen wel kijken, nieuwsgierig als ik ben naar interieurs.

Dit museum aan de Koornmarkt is overigens het woonhuis geweest van de naamgever en hoewel keuken en slaapkamers inmiddels zalen zijn geworden, is een groot deel van de inboedel van deze kunstenaar en verzamelaar prachtig bewaard gebleven. En alleen daaraan kan ik mijn hart ophalen. Maar we waren hier voor een bijzondere expositie. Kom ik in een later blog nog op terug.