Nietjes, fietsen en wildparkeren

Ik vertel niets nieuws als ik zeg dat het centrum van Delft autoluw is en een paradijs voor voetgangers en fietsers. De meeste fietsen worden netjes gestald bij de daarvoor bestemde nietjes. Maar het kortgeleden beschilderde elektriciteitskastje dat ik op de foto wilde zetten, werd ook ontsierd door een fiets. Beetje jammer.

De zijkant is ook fraai beschilderd dus ik werd benieuwd hoe het er vanaf de overkant van de gracht uit zou zien. Daar kon de kunstenaar kennelijk niet bij want het is weer een neutraal groen geschilderd niks-aan-de-hand kastje. Ook al een beetje jammer.

Toen moest er een bestelauto langs, de bestuurder wachtte geduldig tot een mevrouw haar fiets weghaalde die de gracht blokkeerde. Dat was helaas niet die fiets die mij in de weg stond voor een foto. Ach, ik ga er misschien in de winter nog wel eens langs. Dan zijn die fietsen zeker weg. Er bevindt zich namelijk een druk beklante ijssalon op die hoek waar menig fietser graag voor afstapt.

Ga jutten

Onze zwager had ons gewezen op de speciale juttas. ‘Ik neem hem altijd mee als ik een strandwandeling maak en vul hem met afval.’ We waren de strandopgang nog niet opgelopen of we zagen de grote aanmoedigende borden al staan. Bij inlevering van een volle juttas krijg je zelfs een een koffie, thee of ijsje gratis. De drie deelnemende strandtenten zorgen voor de juiste afvoer van het afval.

Er vielen ons nog drie dingen op: dat ook op het strand veel verzamelpunten voor afval stonden, er een onafzienbare rij gele afvalbakken aanwezig was en dat er nérgens rotzooi lag. Wij verzamelden niets en betaalden gewoon toen we voor het eerst sinds lange tijd op een terras neerstreken. Westland schoon, heel gewoon is het motto. Ik vind het goed geregeld daar op het strand tussen ’s Gravenzande en Hoek van Holland.

Lentegeuren en -kleuren

Februari was dit keer best een leuke maand. Er zat een fraaie winterweek in met sneeuw en ijs, gevolgd door een plots opvlammende lente met hoge temperaturen. En heel Nederland genoot van het buiten zijn. Normaal doe ik mijn best om in de februarifoto’s kleur aan te brengen, dat ging dit keer vanzelf. Op 2 februari zette ik een bos uitbundig bloeiende tulpen op mijn blog, nu eindig ik de maand met de hyacinten die in de kamer staan. De kleuren zijn bijna hysterisch maar daar kan ik wel tegen. We gaan in één moeite door naar maart waarin de lente officieel begint. Zin in.

Wat er allemaal kán

Je kunt als je aan een grachtje woont, gewoon de voordeur uitstappen, schaatsen onderbinden en het ijs op gaan. Of zonder schaatsen tóch het ijs op stappen. Voor het gevoel.

Je kan natuurlijk ook op een bankje gaan zitten en merken hoeveel kracht de februarizon al heeft.

Met een stel studenten je eigen curlingwedstrijd houden, kan ook.

Of je tweejarig zoontje op de ouderwetse manier schaatsles geven.

Of met je camera in de aanslag een rondje maken door het centrum van Delft. Iedereen genoot van deze winterse oppepper. Ergens hoorde ik een huilend kind brullen ‘ik wil helemaal niet naar huis’.

Geen mening

Het was fris gisteren en op sommige slootjes lag al een dun laagje ijs. Hoewel ik geen camera had meegenomen, was de neiging dan maar met mijn mobiel te fotograferen, niet te bedwingen. We besloten een stuk over de smalle weg te lopen langs de boerderijen. Maar zo rond half twaalf op zondag ben je de enige niet. Veel wielrenners, andere wandelaars en auto’s. We moesten voortdurend de berm in en dat wandelt niet echt ontspannen.

Klein Delfgauw heet deze buurtschap en valt voor een deel binnen de Gemeente Delft en deels bij Pijnacker-Nootdorp. Kavels die tot nu toe weiland waren, worden sinds kort verkocht en er zullen moderne luxe villa’s verschijnen. Vooralsnog vind ik dat jammer van dit landelijke gebied. Maar lang niet alle boerderijen en oudere huizen zijn het aanzien waard, dus ik wacht nog even met een oordeel.

Fietsen stallen en ijs eten

Fietsen bepalen het beeld in Delft. Veel inwoners storen zich aan de vastgeklonken rijwielen op plaatsen die er eigenlijk niet voor bedoeld zijn. En inderdaad is het soms een storend gezicht, al zie ik duizend keer liever gestalde fietsen dan geparkeerde auto’s.

Luisterend naar de klachten, heeft de gemeente dit seizoen extra fietsnietjes geplaatst en met een paar platte schuiten in de gracht werden nog meer stallingsplaatsen gecreëerd. Ik heb er nog nooit één fiets in zien staan.

De foto is misschien niet erg duidelijk, het grijze vlak in de gracht is de boot met fietsenrek. Duidelijker is onze beloning na een kleine warme stadsronde.

Behoorlijk warm

Naar de kust of naar een meer? Dat was gisteren de vraag toen een afspraak verviel en we onszelf een soort vakantiedag hadden beloofd. Het werd het Trasimenomeer waar we kampeerherinneringen ophalen, vaste adresjes hebben voor de lekkerste vis en ook een goede ijssalon weten.

Er gaan veerboten naar de drie eilandjes in het meer. Heel leuk om te doen, maar dat doen we nog wel eens met de kleinkinderen. Wij hielden het bij een smakelijk vismaaltje in dit vrolijk gekleurde restaurant, wat geslenter onder de pijnbomen van een boulevard en een ijsje toe. Lekker daggie.

Parasoloverschot

DSC_0010

Tussen twee parasols door piepen een paar huizen in Fano op. We zitten op het terras  van Café Centrale. Het begint een goede gewoonte te worden om tenminste één dag in de week Gubbio te verruilen voor wat anders. En omdat we geen wandelaars (meer) zijn, bezoeken we dan een stad. Fano levert een feest van herkenning, we komen er geregeld. We eten vis, kopen een ijsje en kijken mensen. We slenteren door de hoofdstraat en langs de boulevard. Niets bijzonders maar reuze ontspannend. Pas in september als de zon minder kracht heeft, willen wij nog wel eens op een strandbedje terecht komen. Ik hoop dat niet iedereen zo lang wacht.

DSC_0021

Nutteloze keukenhulpjes

DSC_0007

Blogvriendin Bertie schreef kortgeleden een lief stuk over de snijbonenmolen. Die bij mij en veel anderen nostalgische herinneringen oproept. Toch overleefde het ding bij ons een opruimronde twintig jaar geleden niet. Ik snij ze met het mes, die drie keer per jaar dat we snijbonen eten. In ons gezin zijn ‘nutteloze keukenhulpjes’ een begrip. Ik geef hierbij mijn persoonlijke top tien in willekeurige volgorde:

ijsmachine, eiersnijder, knoflookpers, snijbonenmolen, sapcentrifuge, broodbakmachine, escargotvorken en – tangen, koffiemolen, honinglepel, frietsnijder

DSC_0005

Ze hebben ooit mijn keukenladen en -kasten bevolkt. De ijsmachine en de honinglepel heb ik nóg. Daar ga ik ook maar eens afstand van doen.

DSC_0016

Snoeien en harken

P1220894-001

Toen dan eindelijk zondag de sneeuw was verdwenen en de ijspegels waren ontdooid, toog de wijnboer naar zijn geliefde plek. De dagen ervoor waren nuttig besteed met het hevelen van de wijn. En het proeven natuurlijk. Ik greep stofzuiger en dweil, in huis was genoeg te doen. Maar het buitenleven kriebelde en ook ik kon zondag op het erf aan de slag. Twaalf manden met blad harkte ik bijeen en dat blad vond zijn weg naar de compostbakken. Klaar voor de volgende wijnronde.

P1220901

Met moeite scheurden we ons maandag weer los uit het Italiaanse leven. Maar niet nadat ik de voorjaarsbeloften nog even fotografeerde.

P1220893

P1220890