Museumbezoek

Hoewel het centrum van Delft echt niet groot is, zijn er toch delen waar we niet of nauwelijks komen. Dus áls ik daar dan ben, dan sla ik direct aan het fotograferen. Zeker toen we nog even moesten wachten tot vanmorgen Museum Paul Tetar van Elven de deur om precies elf uur voor ons opende.

Wat een voordeel bieden de kale bomen trouwens. De gevels van de grachtenhuizen zijn nu perfect te zien. Ik zou overal wel binnen wel kijken, nieuwsgierig als ik ben naar interieurs.

Dit museum aan de Koornmarkt is overigens het woonhuis geweest van de naamgever en hoewel keuken en slaapkamers inmiddels zalen zijn geworden, is een groot deel van de inboedel van deze kunstenaar en verzamelaar prachtig bewaard gebleven. En alleen daaraan kan ik mijn hart ophalen. Maar we waren hier voor een bijzondere expositie. Kom ik in een later blog nog op terug.

Het lelijks

Tja, ik schreef er onlangs over. Af en toe valt het me op dat er nieuwbouw in het Delftse centrum is gepleegd, die ik ronduit lelijk vind. Op deze plaats heeft in de 17e eeuw het sint Annaklooster gestaan. Later, in 1675, werd dat een Tuchthuis. Wie niet wilde ‘deugen’ werd hier gedwongen te werk gesteld in de textielindustrie. Nog weer later kwam hier het Sint Joris Gasthuis. Nu staat hier sinds 1982 een appartementencomplex met een kleine woonwijk erachter. Daar kom je eigenlijk alleen als je er woont. Tot mijn verrassing zag ik ook huizen die wel de oude maatvoering en puntdaken hebben. En ook aardig vond ik het plotseling opdoemend groene veldje dat behouden is gebleven nadat ook de stadsboerderij die hier ooit stond, gesloopt werd.

De nieuwbouw naast het kleine grachtenpand is tamelijk uit verhouding maar ja, mensen moeten ook kunnen wonen in huizen die aangepast zijn aan de moderne eisen. En zo viel me de lelijkheid toch weer een beetje mee.