Terug naar de vijftiger jaren

Overal zie je mensen op bankjes zitten. Dat zal zeker komen omdat restaurants en terrassen nog gesloten zijn. Het geeft de stad iets gemoedelijks, iets dorps ook. Ik moet bekennen dat ik van de rust ben gaan houden. Het jachtige is uit het leven, mensen groeten elkaar weer. Begrijp me niet verkeerd, Corona is een regelrechte ramp. Maar aandacht voor elkaar, blij zijn met eenvoudige dingen en het bewustzijn dat we met z’n allen de wereld aan het uitputten zijn, is de positieve keerzijde. Zoals ik me met nostalgie de autovrije zondagen nog herinner met rolschaatsende kinderen op de rijweg, zo zal ik op deze periode terug kijken met het gevoel even terug te zijn geweest in de jaren van mijn jeugd.

Wonen in de stad

DSC_0047

Twee blogmaatjes van me wonen liever in een dorp dan in de stad. Dat schreven ze me naar aanleiding van dit blog. Zelf ben ik ben een geboren en getogen stadse. Bij de stad denk je onwillekeurig aan asfalt, veel verkeer, gestapelde bouw, herrie en weinig ruimte. Toch staat de buurt waarin je woont centraal en niet zozeer de stad.  Dat is tenminste mijn ervaring. Een stad is een aaneenschakeling van buurten met kleine gemeenschappen die onderling een grote diversiteit hebben. Wij  wonen in deeltijd ook al weer meer dan tien jaar op het platte (nou ja, heuvelachtige) land en met groot plezier.  Zou het daarom zijn dat ik het leuk vind telkens de groengebieden uit mijn onmiddellijke stadse omgeving te laten zien? Om te tonen dat je het buitengevoel ook in de stad kunt hebben?