Het honderdste bruggenloopje zo ongeveer

Het blijft één van mijn favoriete straten; de Trompetstraat. Autoloos maar vol met geveltuintjes, we passeren deze straat tijdens ons bruggenloopje. En ik laat jullie meteen even kennismaken met Willem de Reiger. Zijn naam kreeg ie omdat een vriendin mij vertelde dat haar man vroeger voor hun kinderen verhaaltjes verzon over Willem de Reiger en sindsdien heet voor haar elke reiger Willem. Onze buurtreiger dus ook. Deze lantarenpaal is een vaste stek van hem omdat bewoners op de eerste etage hem nog wel eens brood toewerpen. Hij zit hier overduidelijk te bedelen.

Wij hebben wat minder geduld dan Willem en vervolgen ons ommetje richting de Plantagebrug. Dat is een fiets- en voetgangersbrug waar de mensen over het algemeen een pas opzij zetten om elkaar passeerruimte te gunnen. En daar zijn we dan heel tevreden over. Zo lopen we, als we weinig tijd hebben voor een natuurwandelingetje, onze vaste route voor minstens de honderdste keer en het verveelt nooit.

Geraniums, zoon en het meisje met…

Het heeft duidelijk nog niet gevroren anders zou deze geranium er smotsig bijhangen. Aan de leuning van de Koepoortbrug hebben bewoners een paar plantenbakken gehangen die nog steeds de moeite van het aanzien waard zijn. De huizen trouwens ook, hè. Goed in de verf en de mooie versieringen boven raamkozijn en deur zijn nog origineel. Dit soort details doet vermoeden dat we zwart marmeren schoonsteenmantels en paneeldeuren binnen aantreffen. Als de boel er niet in de loop der tijd uit gesloopt is. Gelukkig zijn er steeds meer mensen die authentieke details waarderen en desnoods weer aanbrengen.

Een klein stukje verderop stapte een dame net haar huis uit en zei tegen me: oh, u heeft hem op! Ze doelde op de broche die ik op mijn winterjas draag. Heeft u hem ook gekocht op een Haags kunstenaarsmarktje? Ik kreeg hem van mijn zoon, antwoorde ik naar waarheid. Ze vertelde dat ze deze speld ook heeft maar dat ze hem weinig draagt. Uw zoon heeft smaak, voegde ze er aan toe. Vincent, lees je mee?

Even luchten

Op een dag zonder afspraken maar wel met een klussenlijstje moet er toch even gelucht en dus gewandeld worden. We beginnen langs het kanaal. Sinds we weer terug zijn in Delft liepen we nog niet eerder ons bruggenloopje waarbij we twee maal het Rijn Schiekanaal oversteken.

Naast het water en groen laat ik ook maar eens wat huizen zien die we passeren. Een nogal gevarieerd aanbod. De eerste twee huizen staan aan onze kant en ik probeer de datum te raden wanneer ze gebouwd zijn. Het witte pand lijkt me ouder dan het huis met de rode voordeuren en mooie metselwerk, dat schat ik begin 1900. Aan de overkant staat de datum op de gevel, 1908. Een vrouw met kinderwagen zal er in die dagen heel anders hebben uitgezien. Ik probeer het me voor te stellen en zo hou ik een eenvoudig en noodzakelijk rondje zo aangenaam mogelijk. We eindigen via het boslaantje en keren tevreden naar huis om de rest van de maandagse klusjes af te handelen.

Door de knieën

Jullie horen me weinig meer over onze bruggenloop. Dat klopt. Te afgezaagd geworden na een jaar linksom of rechtsom ommetjes. Sowieso begint er veel afgezaagd te worden nu we steeds langer down blijven. Er is genoeg te doen hoor. Kasten opruimen en inhoud uitdunnen is er zo een die elk jaar in deze periode actueel is. Sociale contacten onderhouden door af en toe een kaart te sturen of te beeldbellen. Virtueel musea bezoeken. Vakantiefoto’s bekijken, ik verveel me niet en heb op dat punt ook afwisseling genoeg. Maar het leven is wel saai, momenteel. Goed, ik liep gisteren weer eens een ander ommetje en passeerde deze gevels. Dat vind ik dan wel aardig. Voor een beter standpunt had ik even door de knieën moeten gaan maar dat gaat me wat lastig af. Vandaag een ultra kort rondje met de capuchon op en de plu mee. En dan morgen? Zon. Kunnen we dat afspreken?

Geblunder

Mijn bruggenloop wissel ik vaak af met een ommetje door het centrum. Dan zijn autoloze straten bij mij favoriet. In de Van der Mastenstraat bevindt zich het Hofje van Gratie, opgericht in 1575. Het bevat zeven kleine woningen. Op Wikipedia lees ik dat aan de achterzijde van de huisjes een gesloten galerij is met een heel grote tuin. In 1968 werd de voorgevel in de oorspronkelijke staat hersteld na een 19e-eeuwse blunder waarbij de ramen en deuren werden vervangen.

Recht tegenover het middelste huisje van de reeks, bevindt zich dit witte huis. Hoewel ik best van moderne bouw hou, heb ik moeite om in deze historische straat deze gevel tegen te komen. Ik praat Wikipedia na en vind dit opnieuw een historische blunder.

Met de deur in huis vallen

Nu onze straat zodanig is afgesloten dat het zelfs voor voetgangers onmogelijk is te passeren, vervalt onze bruggenloop ook. In plaats van langs de ránd van het centrum te wandelen, lopen we er nu doorheen. Gisteravond, na een dag zonder veel beweging, had ik behoefte om even de benen te strekken en liepen we onze nieuwe route in het donker. Dat is nog even wennen. Niet de route maar die donkerte. Gelukkig heb ik eerder al foto’s gemaakt van ons nieuwe rondje. We passeren ook een voordeur waar een gedicht op staat. Dat huis stap je volgens mij altijd binnen met een glimlach en een goed gevoel. En daar moeten leuke mensen wonen, kan niet anders.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is dsc_0031-2.jpg

Voorbij het gouden uur

Het was er nog niet van gekomen; onze bruggenloop. Wegens te druk en te warm. Maar gisteravond na het eten maakten we dan eindelijk weer ons vaste rondje. Hier en daar zaten nog mensen te barbecueën langs de waterkant. We controleerden nog even hoe het met de familie Meerkoet gaat. Heel in de verte dobbert in het kroos van de Vlamingstraat een uitgebreide eendentroep die kennelijk het nest hebben verlaten. Wij wandelden bedaard verder. Ik maakte een nieuwe foto van het pand waarin wij een appartement hebben en pas vandaag mijn blogkop maar weer eens aan op de actualiteit. Toen we bijna bij de tweede brug waren, kwamen we onverwacht een nichtje van de wijnboer tegen. Samen met haar man maakte ze een stadswandeling door Delft. Zelf wonen ze in Rotterdam maar hebben nauwe banden met Delft vanwege het hier opgroeien van de één en werk van de ander. Het praatje op straat werd vervolgd door een kopje koffie en later een wijntje bij ons. En zo kreeg de zaterdagavond een verrassende en uiterst gezellige wending.

Bomenkennis

Er stonden toevallig net wat plantsoenmedewerkers voor de deur. ‘Weten jullie wat voor een boom dit is?’ vroeg ik. Ik wees hen naar de boom die hier in het midden te zien is en waar wij vanuit de luie zetel op neer kijken. Er werden bedenkelijke blikken gewisseld en men dacht een populier. Dat verbaasde me want ik zie dan iets hoogs en smals voor me. Ik wilde het graag weten want via gemeentelijke berichtgeving had ik gelezen dat er iepziekte heerst en in Delft zestig iepen zullen worden gekapt, waaronder drie in onze straat.

Ons dagelijkse rondje voerde ons verder langs ‘het boslaantje’ en zie nou toch. Hier staan een paar bomen met oranje kruisen. Ik bekeek ze van dichtbij en jawel, bruin blad en kale takken; dit zijn ongetwijfeld de zieke iepen. Voor alle zekerheid nam ik een op de grond gevallen blad van de boom voor ons huis mee en determineerde dat later via Plantsnap als de zomerlinde. De kap zal dus plaatsvinden in het boslaantje, gelukkig gevolgd door herplanting. We zijn behoorlijk opgelucht. En ik ken meteen het verschil tussen populier, iep en linde.

Wonen aan het water

Net zoals ik me graag verbeeld dat we hier dicht bij huis door een boslaantje kunnen wandelen, zo wil ik ook graag geloven dat we aan een slingerende rivier wonen. Dat is het Rijn Schiekanaal bepaald niet maar daar waar de bocht is, wordt het beeld toch enigszins idyllisch. Die keurig aangeplante bomenrij bewijst het tegendeel van een natuurlijk verlopende rivier en ook de ophaalbrug met zijn rode lichten voor de scheepvaart laat zien dat dit een dicht bevaren transportroute is. Er wordt momenteel ook veel in gezwommen. maar dat laat ik een andere keer zien. Ach, het leeft op het water we kijken er met plezier op neer en lopen er omheen.

En in onze gezamenlijke hal hing de kunstcommissie onlangs dit schilderij. Kijken we toch nog uit op een rivier.

J. van Munster, zonder titel

Verheugvermogen

Ja hoor, goed gelezen. Ik kwam dit woord in de krant tegen; het vermogen om je te verheugen. Kinderen kunnen het heel goed. Wij volwassenen hebben er wat minder van. Zeker in deze verwarrende tijd zonder leuke uitstapjes, geen feestjes, geen etentjes met vrienden. Hoewel? Vanavond halen we voor de laatste keer een lunchbox op en eten met een bevriend stel al picknickend in de achtertuin van ons appartementencomplex. Daar verheug ik me enorm op. En als we ons bruggenloopje doen dan eindigen we vlak bij huis met dit stukje dat ik het ‘bos’ noem. Als boomkruinen elkaar raken, krijg ik een bosgevoel. Ja, lach er maar om maar ik ben weinig gewend op dat vlak. Ik verheug me altijd met een bijna kinderlijk genoegen op dit stukje waar de vogels fluiten en de zon gefilterd wordt.