Ons zolderappartement

Misschien is het wel leuk als ik ook nog even laat zien hoe ons appartementje in Gorinchem er uit zag. Op de derde etage, 54 treden hoog, zonder lift. Goed voor de conditie. Het was van vele gemakken voorzien en sfeervol bovendien. Er zat een prima keuken in en we hadden onze boodschappenkrat gewoon in zijn geheel meegenomen. De wijnboer alias de belastingman klapte ’s avonds de laptop open en hield dan kantoor aan de grote eettafel.

Zo hadden we een paar dagen een uitvalsbasis die direct als thuis aanvoelde. Heel wat leuker dan in een onpersoonlijke hotelkamer, vinden we. De eigenares had verse bloemen neergezet en de inrichting bevatte heel wat voorwerpen die ze van verre reizen had meegenomen. Op zestig kilometer van ons huis waren we toch even in een andere wereld.

In Leerdam scheen de zon

Op onze terugweg naar huis gisteren, hadden we nog een afspraak in Goudriaan. Maar vóór we daar heen gingen, deden we Leerdam nog even aan. Het blijkt al bijna tien jaar geleden te zijn dat we daar samen met familie in het glasmuseum waren. Een museumbezoek zit er nu even niet in, maar aan glaskunst ontkom je gelukkig niet als je in Leerdam bent.

In de Kerkstraat zagen we iets merkwaardigs. Daar bevond zich lang geleden
het Schoonhuis of Drossaardshuis. Het enige wat er nu nog van over is, is het
poortje met daarboven de tekst ‘Vriheyt en is om gheen gelt te coop’ , Vrijheid is voor geen geld te koop. Zo is het maar net. Maar om daar nou een schreeuwerige telefoonwinkel in te huisvesten, vind ik wel eeuwig zonde.

Duizend en één keer

Het mag dan wel stil in de binnensteden zijn, op andere plaatsen is er veel beweging. We maakten een autotochtje langs de Waal en zagen hele kolonies ooievaars. Het was een af- en aanvliegen; halzen, poten, vleugels; één wirwar. Voor de duidelijkheid laat ik deze eenling zien, die was zo aardig voor me te poseren.

We hebben ademloos naar ze gekeken en ook geluisterd naar hun specifieke geklepper. Zwanen, daar hebben we er ook tientallen van gezien. Net als de mensen hebben ook de dieren het voorjaar in de kop.

Natuurlijk speurden we bij elke waterkant nog naar de ijsvogel. Die laat zich jammer genoeg aan ons niet zien. Maakt niet uit. Een vriendin wees me erop dat de dagen van nu af langer worden dan de nachten. Kijk, dáár kan ik wat mee! Ik hou van het licht en van het voorjaar maar dat heb ik hier al minstens duizend keer geschreven.

Stil in Gorinchem

Tamelijk toevallig kregen we de Dalempoort in het vizier. De laatst overgebleven stadspoort in deze vestingstad. Daarachter bevinden zich uiterwaarden van de Boven Merwede. Met een paar hondenuitlaters sopten we over het drassige grasland en lieten de ruimte op ons inwerken.

Molen De Hoop zagen we alleen van een afstandje. Verder dwaalden we, zoals we dat graag doen, zonder vast plan door Gorinchem. We vonden een fantastische bakkerij waar we koffie to go kochten en een lekkere groentenquiche voor het avondmaal. Naast de ‘verplichte’ foto’s van historische hoogtepunten, verlustig ik mij aan fraaie steegjes en doorkijkjes. We missen wel de levendigheid uit het pré coronatijdperk. Het is niet anders.

Wonen in de watertoren

Zelf wonen we ook in een gebouw dat oorspronkelijk niet als woning is gebouwd. In ons geval was ons huis voorheen de Universiteit van Delft. Scholen, postkantoren, oude fabrieken of pakhuizen, het spreekt mij altijd aan om daar woningen van te maken. Behalve in kerken, daar heb ik niks mee om in te wonen.

Nu we een paar dagen uitzicht hebben op de bewoonde watertoren van Gorinchem, moest ik daar natuurlijk een kijkje nemen. Het liefst had ik aangebeld en gevraagd of ik ook even binnen mocht komen kijken, graag op de hoogste etage. Maar zo brutaal ben ik niet. Ik stel me tevreden met deze foto’s. Ooit zal deze toren in een groene omgeving hebben gestaan, nu is er een woonwijkje omheen gebouwd.

Gorinchem heeft heel wat meer te bieden dan een watertoren, maar dat komt morgen wel.

In Bethlehem

Je hoeft natuurlijk niet persé naar Gorinchem om boeken te kopen. Maar nu we een paar dagen in dit vestingstadje verblijven en we bovendien hoorden van een vriendin dat hier in een historisch pand de literaire boekhandel de Mandarijn gevestigd is, maakten we gisteravond al een afspraak voor een bezoekje vandaag.

Jarenlang was hier een museum in het oorspronkelijk als patriciërswoning gebouwde pand. De naam Dit is in Bethlehem komt van een beeldhouwwerk dat de gevel siert in de vorm van een kersttafereel. Met de eigenares van de boekwinkel hadden we een leuk gesprek. Sinds kort is ook de Historische Vereniging Oud Gorcum vertrokken uit dit hoge pand. De boekhandelaarster doet nu een voorstel om er (voor) leeskamers van te maken, schrijflessen te gaan geven en soortgelijke activiteiten. Het lijkt mij een uitstekend plan want de lees- en schrijfvaardigheid van de jeugd holt hard achteruit, is onlangs nog weer eens vastgesteld. Wij kochten er drie boeken, daar kom ik binnenkort nog wel eens op terug. Ze liggen mooi te zijn op de sitetable in ons sfeervolle tijdelijke appartement.

Weg in eigen land

We reden er ongeveer langs, dus waarom niet even afslaan naar Kinderdijk? Ik dacht er ooit wel eens geweest te zijn maar herkende helemaal niets. Dat zal komen omdat de directe omgeving is aangepast op toerisme met een parkeerplaats, vertrekpunt van boten en heel veel mogelijkheden om per fiets de negentien molens langs te gaan. De lucht was dreigend en daar bleef het niet bij. Ik ben teruggehold naar de auto want geen zin in een verzopen kop. We doen de komende dagen net of we op vakantie zijn. Niet alleen in eigen land, zélfs in eigen provincie. De onderste foto maakte ik vanuit onze tijdelijke locatie. Mogen jullie raden waar we zijn.

Opmerkelijk

Verboden voor balspelen staat er op het bordje aan de gevel waaronder deze mobiele wc is neergezet. Op een andere plek in Delft kwam ik deze straatnaam tegen. Soms fotografeer ik dingen waarvan ik denk ‘daar kan ik nog wel wat mee’. Maar eerlijk gezegd heb ik geen idee wat ik hiermee aan moet.

O ja, deze heb ik ook nog, ik maakte de foto in Rotterdam. Op de een of andere manier is er toch een soort onderlinge samenhang. Het is denk ik de verwondering die ik had bij het lezen van deze borden.

Schoonheid achter hekken

Het waren nog lang niet alle muurschilderingen die ik hier donderdag liet zien. Wat te vinden van deze vlinder in de Appelstraat in Delft? Jaren lang woonde ik met mijn ouders in de Haagse Appelstraat, dus die straatnaam alleen al deed mij stoppen. Een vlinder en een doornenkroon, zijn ze samen een symbool voor de dood en wedergeboorte?

Het onderbrengen van alle huurders uit de Bomenwijk is niet zonder slag of stoot verlopen las ik in een Delftse krant (klik). Voor sommige bewoners zijn het uiterst pijnlijke beslissingen. De laatste vertrok in februari. Nu maakt men hoog tempo met de sloop en elk huis dat achter de hekken staat, zal binnenkort in brokstukken worden afgevoerd. Kijk dus voor de laatste keer nog even met me mee.

Eén op één

Al twee keer uitgesteld maar nu kwam het er toch van; een ochtendje koffie drinken met en bij mijn dochter. Gewoon samen zonder de afleiding van mannen en kinderen. Wij kunnen dat heel goed zo’n ochtend tuttelen. Het idee was ook samen een frisse neus te halen door een ommetje te maken. Maar bij de eerste de beste hoek begon het te plenzen en ik droeg mijn jas gemaakt van teddystof. Die moet niet drijfnat worden. Ik zelfs trouwens ook liever niet. Dus keerden we om en kletsten binnen gewoon verder. Over slaapkamerbehang en andere woonwensen. Over werk, Italië en de kleinkinderen. Over allerlei onbelangrijke zaken die moeders en dochters graag bespreken. Bij een kweker in de buurt was ze los gegaan met violen, zag ik in hun tuin. Zo doet onze dochter haar naam Fleur wel eer aan en keerde ik opgefleurd naar huis terug.