Tuinleven

Zelf groeide ik op in bovenhuizen. De wijnboer trouwens ook. Stadskinderen die verder niets tekort kwamen, hoor. We speelden op straat en waren vaak te vinden in speelweiden van parken in de buurt. Onze eigen kinderen weten niet beter dan dat we een tuin hadden, al brachten ook zij hun eerte levensjaren op een bovenhuis door.

Toen we gistermiddag heel ontspannen in de tuin zaten bij dochter en schoonzoon en onze kleindochters na de pranzo de tuin in-en uit liepen met hun buurkinderen, besefte ik hoe heerlijk dat toch is. Gewoon via de achterdeur de tuin kunnen verlaten om lekker te spelen. En af en toe binnen huppelen voor een verfrissing om daarna weer te gaan springen of basketballen. Wat een vrijheid, een tuin.

16 gedachten over “Tuinleven

  1. Ja, een tuin hebben – ook al is hij nog zo klein – is heel fijn. Wij hebben momenteel nogal erg veel fijn 🙂 Toen we allebei nog fulltime (en meer) werkten woonden we wel eens in een appartement. Dat had toen wel een paar voordelen. Je houdt een balkon sneller bij dan een tuin. Maar nu moet ik niet aan alleen een balkon denken. Lekker rommelen in de tuin vind ik heerlijk. Het zware werk komt onze tuingoeroe Douwe doen, dus ik kan ook gemakkelijk praten.

    • Een tuin hoeft niet groot te zijn, als ie maar hoog is, zei Toon Hermans. Een vrije uitloop naar buiten is heerlijk, Wieneke. Nu we weer even in Delft wonen, is de tuin en het buitenleven het grootste gemis.

  2. Als ik bovenstaande zo lees ben ik op dit gebied een bevoorrecht mens. Ik groeide op in een straatje waar geen verkeer kwam en met een groot bos en een bunker om te spelen met veel wit zand achter ons. Strand en duinen op loopafstand. Onze kinderen in een vrijstaand klein huisje met een grote tuin en schuren. Een schuur werd zelfs alleen door onze middelste zoon en zijn vriendjes gebruikt.

  3. Onze tuin is klein. Maar toch pasten er vroeger een schommel en een zandbak in. Hoe, dat snap ik ook niet meer. En we woonden aan een pleintje. Wat is daar veel gespeeld!

  4. Vrijheid dat is het zeker een tuin waar je in en uit kan lopen.
    Ook ik woonde op een bovenhuis en eigenlijk was dat bij al mijn vriendinnetjes zo. Diegenen die beneden woonden hadden hooguit een plaatsje. Het tuingebeuren leefde in die tijd niet zo geloof ik.
    Dan werd er vanaf het balkon geroepen: “binnenkomen!”

    Maar daardoor werden er wel vaker uitstapjes ondernomen naar bijv. het strand.
    Mijn zoon en schoondochter met tuin en kleine meisjes gaan nooit met het gezin naar het strand.

    Zo zie je maar, ieder nadeel heb zijn voordeel..

    • Ik zat mijn hele jeugd op het strand, wandelde in de Scheveningse bosjes of in het Westbroekpark, Mariet. Terwijl mijn ouders in mijn eerste acht jaren wel een plaatsje hadden. Ik denk dat er inderdaad minder in tuinen geleefd werd vroeger.

    • dat herken ik!

      wij woonden met onze twee oudsten ook op een bovenwoning en ik ging heel vaak naar parken en speeltuinen met ze. Toen we verhuisden naar een huis met een tuin, kon ik gewoon de deur openzetten om ze lekker buiten te laten spelen.

      Voor mij was het nadeel dat ik mijn rustige momentjes op een bankje in het zonnetje kwijt was, want met de kinderen zo veilig in de tuin kon ik best door met mijn klusjes 🙂

Laat een reactie achter op wonenincaldese Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.